Vanmorgen om 6 uur had ik al bezoek in de beschermde woonvorm. Het betrof M., een oudere medebewoonster, die dagelijks komt buurten en haar komst aankondigt door voor mijn appartement heel hard „Peter” te roepen. De bedoeling is dat ik dan naar buiten kom, wat ik soms doe. M. wil achtereenvolgens aandacht, marihuana, vloeitjes en shag.
Ze heeft de gewoonte om op mijn balkon kinderlijke tekeningen te maken, die ik geacht word te bewonderen, wat ik niet nalaat te doen.
Ik snap wel waarom ze steeds naar me toe komt. Haar kinderen ziet ze niet meer, haar kleinkinderen dus ook niet. Vroeger was ze verslaafd aan heroïne en alcohol. Haar geïmplodeerde gezicht spreekt boekdelen over een wild verleden. Bij haar medebewoners is ze daarom niet zo geliefd. De pikorde in een beschermde woonvorm kan meedogenloos zijn.
Als M. niet komt meldt G. zich wel. G. is mijn Indische vriendin, die mot heeft met twee van haar kinderen. Die komen sporadisch wel nog, maar alleen om haar op de kast te jagen. Van G, krijg ik brood als ik niets meer heb. In ruil luister ik naar haar familieleed, dat ik uiteraard niet kan oplossen. Ik heb mezelf al.
Never a dull moment in een beschermde woonvorm. Vanmorgen om 6.15 uur, nadat ik M. met moeite uit mijn kamer had geweerd (ze komt soms aankloppen als ik niet naar buiten kom) werd ik uitgenodigd op de koffie door A. Ook zij is een vroege vogel, en vergast me altijd op sigaretten als ik op het terras neurotisch heen en weer rijd in de rolstoel in een poging de ochtendpijn uit mijn lichaam te verdrijven.
A. is ongelooflijk aardig tegen me, en ik denk dat ik wel weet waarom. Ook zij krijgt weinig bezoek, hoewel ze sociaal en intelligent is. Ze heeft beginnende Alzheimer en doet haar best weggeglipte herinneringen op te halen door haar bovenlichaam heen en weer te wiegen en haar ogen dicht te knijpen. Vandaag gaat ze haar broer cremeren. Dat moest ze kwijt.
Het is nu 7:12, en terwijl andere mensen zich omdraaien in bed, heb ik al van alles gehoord en meegemaakt.
Ook daarom zal ik deze beschermde woonvorm missen als ik hier weg ben. Ik sta op de wachtlijst voor een appartementje. Ik ben aan het aftellen. Ik merk dat ik innerlijk al bezig ben afscheid te nemen van mijn lotgenoten hier, die de afgelopen 17 maanden onbewust de rol van moeder, vader, broer en zus goeddeels hebben overgenomen.
Dat komt ook door hun gevorderde leeftijd en surplus aan levenservaring. Vergeleken met mij zijn het levende boksballen, die soms onwaarschijnlijk incasseerden en toch overeind bleven. Met hun waardigheid en gevoel voor humor is niets mis. Op dat punt werden ze voorbeelden.
Ik heb ook verder veel geleerd in de beschermde woonvormen, niet op de laatste plaats over mezelf. Ik ben nogal van de afdeling autonomie, maar daar red je het niet mee hier. Als je je afzondert of nooit samen koffie drinkt met de anderen, is dat slecht voor je reputatie. Dan word je arrogant en asociaal gevonden, niet helemaal ten onrechte.
Daar trok ik mijn conclusies uit. Dus luister ik geduldig naar de verhalen van M., G., A. en de anderen. Voor wat hoort wat, vooral in een beschermde woonvorm. Daarom word ik – ongevraagd – bedolven onder sigaretten, gebakjes, koffie en ganja. Verder krijg ik voortdurend te horen dat ik zo’n goed opgevoede zoon heb, die wel een halve kop groter gaat worden dan zijn vader. Ik spreek niemand tegen.
Uiteraard luister ik vaak naar grijsgedraaide grammofoonplaten. Mijn depressief angehauchte buurman H. heeft me misschien al 25 keer verteld dat hij chronisch verstopt is en nooit meer zijn familie ziet. Toch mag ik hem. Ik proef bij deze schizofrene man een autonome grondhouding, iets koppigs. Dat ken ik ergens van. Laatst gaf ik hem een grote doos laxeermiddel, die ik meekreeg uit het ziekenhuis, toen ik zelf verstopt was door de morfine. Bij H. helpt het niet, maar hij waardeert het gebaar. Hij mag graag met mij over bier praten. Hij kent zijn pappenheimers.
Aan de uitbreiding van mijn actieradius wordt verder van overheidswege gewerkt. Gisteren was er een ambtenaar van de gemeente op bezoek, die mij een elektrische rolstoel gaat bezorgen. En een lift voor in de douche, zodat ik vanuit mijn rolstoel op de douchestoel getakeld kan worden. Daar wordt wekelijks weer een nurse van de thuiszorg voor ingeschakeld.
Iedereen die beweert dat de verzorgingsstaat helemaal wordt afgebroken, kletst uit de nek.
Het is nu 7:42 en mijn roommate W. is wakker. Ook zij heeft Alzheimer. Toen ik net in de keuken was, zei ze: „Mijn moeder heeft me vroeger goed leren koken, maar hier mag ik het niet.”


Geef een reactie