In de troonrede werd door de koning terecht gewezen op het grote belang van de participatie-samenleving, een bekende gedachte die al in 1991 door Wim Kok werd gelanceerd. Het is zeker een mooi ideaal nu de verzorgingsstaat onbetaalbaar dreigt te worden, maar het is de vraag of het haalbaar is. Participatie vraagt om verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief.

Deze ruimte is door de bureaucratie dichtgemetseld, want alles wordt tot in de kleinste details geregeld, vaak op grond van bepalingen die al lang verouderd zijn. Het zijn juist de kleine ondernemers, die van groot belang zijn voor de welvaart, die onder de administratieve rompslomp bezwijken. Hoe kan een probleemgezin tot participatie komen als het afhankelijk is van zeventien instanties? Hoe kan iemand een eigen zaak beginnen als hij daarvoor vijftien vergunningen nodig heeft? Hoe kan het onderwijs inspelen op de vorming van de jeugd als er evenveel mensen in het bestuur zitten als het aantal leerkrachten? De verantwoordelijkheid is zodanig verknipt dat niemand nog verantwoordelijk is voor het geheel. En voor participatie is nog minder ruimte.

Een andere valkuil van de participatie is de grootschaligheid, waardoor er geen plaats meer is voor het menselijk contact. Participatie gaat altijd om mensen en om menselijke contacten, maar in het grootschalige digitale verkeer wordt het menselijk gelaat gedegradeerd tot een nummer. De mens wordt niet meer met zijn naam aangesproken en niet meer om zijn eigenheid gewaardeerd. De mens functioneert in de bureaucratische machinerie als een machineonderdeel, dat bij slijtage gemakkelijk vervangen kan worden. Met hetzelfde gemak worden mensen ontslagen omwille van de bezuiniging. Grootschaligheid is de nekslag voor kleine ondernemers, voor kleine zorginstellingen en voor kleine onderwijsinstituten. Een mooi landgoed bestaat niet enkel uit hoge bomen maar ook uit kleine struiken en een grasveld. De kleinschalige instellingen horen ook bij het landgoed. Ze vormen eveneens de aanzetpunten van de participatie. Grootschaligheid is zeker belangrijk, niet op het gebied van management, maar als een netwerk. De natuur leert ons hoe heel de natuur één alles omvattend netwerk vormt, opgebouwd uit kleinschalige eenheden.

Een andere gevaarlijke valkuil is ons blinde rechtssysteem, uitgebeeld als de geblinddoekte Vrouwe Justitia. Het rechtssysteem is geen doel op zich maar een manier om de menselijke rechten te waarborgen. Verantwoordelijkheid wordt niet bepaald door het rechtssysteem en het hoogste recht is vaak ook het grootste onrecht. Als een moeder met kleine kinderen haar baan verliest en drie maanden geen huur kan betalen wordt ze volgens het recht het huis uit gezet, maar het is wel een menselijk onrecht. Als asielkinderen die al jaren in Nederland zijn geworteld naar hun land van afkomst worden teruggestuurd, is dat wel volgens het recht, maar het blijft een menselijk onrecht als een kind daarmee levenslang wordt getraumatiseerd.

Participatie is de verantwoordelijkheid van mensen voor mensen en wordt gedragen door menselijke verbanden. Daarvoor zijn digitalisatie, bureaucratie en rechtszekerheid zeker belangrijke hulpmiddelen, maar geen doelen op zichzelf. Het blijven middelen voor het menselijk welzijn waar we allen voor verantwoordelijk zijn. Dat is de kern van de participatiemaatschappij.

Paul de Blot.

 

 

Categorieën: Mensenrechten, Paul de Blot, Geluk, Columns
Tags: , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Is een participatiesamenleving haalbaar?

  1. Sjoerd schreef:

    Waarvan akte! Engagement is een onvervreemdbaar onderdeel van de weg.

  2. Tom schreef:

    Zorgen voor andere mensen??? Neu… straks ga je daar nog aan hechten, daar komt alleen maar dukkha van!! ;-)
    In het oosten van het land bestaat het fenomeen ‘participatie maatschappij’ allang. Dat noemen we ‘naoberschap met naoberplicht’ Dus is die participatie maatschappij helemaal niet zover weg!

Menu