We zijn er in Nederland niet meer aan gewend, maar ooit was de beschikbaarheid van fruit gebonden aan het seizoen. Tegenwoordig is vrijwel alles het hele jaar door verkrijgbaar. Dat wordt als prettig gepresenteerd, maar goed beschouwd is het dat niet. Dat je met kerstmis aardbeien kan kopen, daar wordt niemand meer extra blij van; zijn die vruchten een keer uitverkocht dan is de rest van je dag verpest. Een loose-loose-situatie, zou ik zeggen. De enige die er baat bij hebben zijn de Jumbo’s en Albert Heijns.

Hier in Thailand zijn groente en fruit nog altijd seizoensgebonden. Sinds we dat weer ervaren, hebben we erg te doen met de mensen in Nederland, want die missen dat euforische gevoel als er ineens weer meloenen, ananassen of zoete mango’s op de markt te koop zijn. (Zelfs bij de Plus in Vierlingsbeek kon ik die het hele jaar door kopen.) Dat triomfantelijke gevoel waarmee je, bij thuiskomst van het boodschappen doen, met een achteloos gebaar de vrucht waar we al maanden naar verlangen op de fruitschaal legt. Het genot bij het horen van de kreet: “wow, zijn er weer lamjai?”

Gisteren waren er ineens noina’s. Die behoren waarschijnlijk wel tot de meest seizoensgebonden vruchten. Pluk je ze een dag te vroeg, dan zijn ze nog niet lekker, pluk je ze een dag te laat, dan zijn ze niet meer te eten. Ik kreeg ze van Somtjid, hier in het dorp. “Kien proengnie”, ofwel “eten morgen” zei ze erbij.

De noina (noi = weinig, na = mooi) is een nogal onaantrekkelijke verschijning, met een dikke grofschubbige schil. Niet iets waar je meteen je tanden in zou willen zetten. Is de vrucht rijp, dan kan je de schil er als het ware af vegen met je duim en verschijnt er een substantie die evenmin hoog zou scoren in een schoonheidswedstrijd voor fruit. Er zitten heel veel heel harde pitten in, maar die laten gemakkelijk los. Je pulkt een stukje vruchtvlees los, stopt het in je mond en spuugt de pitjes weer uit.

De Kantonese naam voor de noina is, als je deze naar het Nederlands vertaalt, nog wat minder flatteus dan de Thaise: kippestrontvrucht. Die naam is geheel gebaseerd op het uiterlijk na het pellen, hoewel er dan nog wel wat fantasie bij nodig is. Ik vermoed in ieder geval dat je de noina niet veel in kantongerechten zult aantreffen.

In Nederlandse omschrijvingen wordt het vruchtvlees soms vergeleken met yoghurt, maar dat is wel heel vergezocht. De Engelsen spreken over een custard apple en dat is eigenlijk wel de best passende naam. Niet alleen de textuur van het vruchtvlees heeft wel wat weg van een pudding, maar ook de smaak doet er aan denken. In het Nederlands zijn er verschillende benamingen: de appelige: schubappel, suikerappel en kaneelappel, waarbij die laatste nog niet zo gek is; de smaak is inderdaad ook wat kaneelachtig.

Maar de meest gebruikte Nederlandse naam is het weinig elegante zoetzak. Ik ben hem in Nederland nooit tegengekomen, maar de supermarkten in mijn woonplaatsen West Terschelling, Vierhouten, Bathmen, Lennisheuvel en Maashees waren waarschijnlijk ook niet de winkels waar exotisch fruit een commercieel succes zou worden. De zoetzak schijnt in ieder geval wel in Nederland verkrijgbaar te zijn. Ik kan hem aanbevelen. Maar wel snel zijn: het seizoen is zo weer over.

Categorieën: Leven in Thailand, Natuur, Voedsel, Geluk, Columns
Tags: , , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk