Even eerlijk: hoe vaak ben je thuisgekomen van het boodschappen doen met tofuworstjes en dacht je bij het uitpakken: “Verdorie, dit zijn he-le-maal geen rundvleesworstjes?” Nooit? Gefeliciteerd! Je behoort tot de overgrote meerderheid van de Europeanen die het verschil tussen tofu en vlees prima kent.
Sommige conservatieven en rechtse politici in het Europees Parlement denken alleen blijkbaar nog dat we het niet zelf kunnen. Ze willen dat termen als ’tofuworst’ en ‘veggieburger’ worden verboden. De vermeende reden: consumentenbescherming. Want hoe moeten wij, domme onwetende consumenten, anders weten dat een kaasschnitzel niet van varkensvlees is gemaakt?
Het Europees Parlement heeft hierover in juni 2026 al een besluit genomen: vegetarische producten mogen schnitzel, burger en worst blijven heten. Foodwatch en meer dan 600 andere organisaties hebben ertoe bijgedragen dat de stem van de consument is gehoord in deze belachelijke, steeds terugkerende discussie. En nu, een aantal maanden later, is het weer zover. Diverse Europarlementariërs willen wéér het gesprek hierover openen. Volgens ons zijn er veel meer andere, meer dringende zaken die spelen in de wereld van voedsel en daarbuiten die de volle aandacht van onze Europese politici verdienen. Niet deze onzindiscussie!
Op dit moment beraadt de Landbouwcommissie zich of het Parlement opnieuw zal stemmen over tofuworst en vegetarische hamburgers. Veel Europarlementariërs willen het debat niet heropenen: links, de Groenen en de sociaaldemocraten zijn ertegen. Het komt nu dus aan op de commissieleden van de partijen EVP (Europese Volkspartij) en Renew. Als vele tienduizenden consumenten hen aanschrijven, kunnen we opnieuw een einde maken aan dit nonsens-debat!
Schrijf nu naar de Europese politici: we hebben geen hulp nodig bij het kopen van worstjes, we hebben een Europees Parlement nodig dat zich bezighoudt met de echte problemen na een zomer vol hitte, droogte en enorme misoogsten!
Vleeslobby houdt wijselijk mond
Het is duidelijk wie er baat heeft bij een dergelijk verbod: de vleeslobby. Europese landbouwlobbyclubs als Copa-Cogeca verzetten zich al jaren tegen plantaardige vleesvervangers. Dat die producten namen als ‘burger’ of ‘worst’ dragen, noemen ze een diefstal van culinaire traditie. Dit heeft niets te maken met bescherming van consumenten: uit een enquête van foodwatch in Duitsland bleek dat 84 procent van de respondenten geen noodzaak zag voor een wettelijke beperking.
Het is al lang ‘een onsje minder graag’
Plantaardige alternatieven maken al lang deel uit van het dagelijks leven. In Nederland kocht in 2023 haast een derde van alle inwoners wekelijks vleesvervangers. In 2025 kocht ongeveer 31% van de huishoudens in Duitsland als het Verenigd Koninkrijk plantaardig vlees. De omzet van vlees- en zuivelalternatieven op de zes grootste markten van Europa bedroeg 4,75 miljard euro in 2025.
In Nederland is 48% van de bevolking flexitariër (eet bewust minder vlees, eet maximaal 4 dagen per week vlees). Veel mensen willen minder vlees eten. Of dat nu om gezondheidsredenen is of vanwege het klimaat en dierenwelzijn. Veganistische schnitzels of tofuworstjes helpen daarbij.
We zullen als foodwatch nooit zeggen wat je wel of niet mag eten. Deze actie is geen pleidooi voor een vegetarische of veganistische levensstijl. Ook niet voor wél vlees eten. Waar het om gaat is dat de politiek zich met zaken bezig blijft houden waarover al is besloten, terwijl de wereld veel urgentere vraagstukken heeft om te tackelen.
Dit is precies de trend die de vleeslobby in het Europees Parlement wil afremmen. Laten we hen nu dwarsliggen, doe mee!


Geef een reactie