• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Achtergronden » Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis

Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis

2 juli 2026 door Kees Moerbeek Reageer

Historicus en journalist Rob Hartmans publiceerde in 2017 het boek Zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis dat bestaat uit 18 hoofdstukken. Een aantal was al bekend zoals de genocide op de Banda-eilanden en de slavenhandel. Dit artikel besteedt aandacht enkele minder bekende zwarte bladzijden.

In 1572 kregen de geuzen met de inname van Den Briel een belangrijke uitvalsbasis. De gruwelijke moord en verminking van de lijken van de Martelaren van Gorcum aldaar vond plaats tegen de uitdrukkelijke wens van de prins van Oranje. De gruweldaden van de geuzen zijn relatief onbekend gebleven en waren maar voor een deel wraak voor de bloedige vervolging van protestanten. De Opstand tegen Spanje was ook een wrede burgeroorlog, aldus Hartmans.

‘De kurk waarop de economie drijft’

In 1798 eindigde het bestaan van de VOC en vervielen haar bezittingen aan de Bataafse Republiek. Ons land kreeg in 1816 van Groot-Brittannië zijn voornaamste koloniën terug en men zocht naar een geschikte bestuursvorm en exploitatie ervan. Een opstand onder leiding van inheemse vorsten op Java liep uit op een vijfjarige oorlog. Om te voorkomen dat de kolonie een verliespost zou worden, werd vervolgens het koloniaal bestuur opnieuw op feodale leest geschoeid en grotendeels overgelaten aan de inlandse vorsten. Het cultuurstelsel werd in 1830 ingevoerd waarbij alle grond in de kolonie overheidseigendom werd.

De bewerkers ervan moesten pacht betalen en het koloniaal bewind eiste 20% opbrengst van alle dorpsgronden die geschikt waren voor exportgewassen voor Europa zoals suiker, koffie en tabak. De dorpelingen waren verplicht om maximaal 66 dagen per jaar deze gronden bewerken. Had een dorp geen geschikte bouwgrond, dan moesten zij gedurende deze periode herendiensten verrichten voor het gouvernement. Brachten de geleverde goederen meer op dan de voordien te betalen landrente, dan kregen de dorpelingen ‘plantloon’. Voor Nederland was het cultuurstelsel een groot succes en in de hoogtijdagen ervan leverde het 31% van de inkomsten van de Nederlandse Staat, soms zelfs meer dan de helft. Het cultuurstelsel was ‘de kurk waarop Nederland drijft’ aldus de minister van Koloniën in 1842.

Het stelsel kon slechts functioneren met de actieve medewerking van de inlandse regenten, dorpshoofden en de hoogste Nederlandse gezagsdragers, die bonussen kregen om de productie op te drijven. De dorpelingen waren hiervan de dupe. Ook maakte de inlandse elite volop misbruik van hun recht herendiensten op te eisen. Hierdoor werd de rijstteelt verwaarloosd, waardoor prijzen stegen en hongersnood ontstond. Als er een beperkte vooruitgang was profiteerde maar een klein deel van de bevolking.

Particulier initiatief

Berichten over de uitbuiting en de ellende van de bevolking bereikten ook Nederland. De Max Havelaar uit 1860 is het bekendste protest, maar Multatuli was beslist niet de eerste en de enige met kritiek, deze bleef groeien. De liberalen wilden af van het cultuurstelsel, omdat de kolonie opengesteld moest worden voor particulier initiatief. In 1870 werden wetten aangenomen die er een einde aan maakte. De eigendomsrechten van de grond op Java werden geregeld, waarbij nog niet in cultuur gebrachte grond in erfpacht genomen kon worden. Het koloniale bewind trok zich terug uit de suikerteelt, waardoor particulieren suikerplantages konden beginnen. Dit was het begin van de plantagelandbouw, die floreerde op Sumatra en vooral in het sultanaat Deli, bekend van de hoge kwaliteit tabak.

De tabaksplanters op Sumatra hadden in deze dunbevolkte gebieden te maken met onvoldoende arbeidskrachten. Koelies werden met duizenden in China geronseld en later ook op Java. Vrijwel geen enkele koelie kon lezen en schrijven. Ze tekenden een contract waarmee ze zich uitleverden aan hun Europese werkgever. Hun arbeidsomstandigheden en huisvesting zonder sanitaire voorzieningen was slecht en het koloniaal gezag hield nauwelijks toezicht. Ze werden hardhandig behandeld en mishandeld door de Europese ‘assistenten’. Ze moesten zelf hun voedsel verbouwen, maar daar was weinig tijd voor en door ziektes en ondervoeding was de sterfte onder hen hoog. In 1880 bepaalde de ‘koelieordinantie’ de planters tot heer en meester die voortaan koelies mochten straffen met geldboetes of dwangarbeid, de ‘poenale sanctie’ genoemd. Geseling, verminking, het uittrekken van tanden en het urenlang mensen in de brandende zon zetten waren schering en inslag. Al met al was er sprake van een vorm van slavernij.

Er werd een brochure uitgebracht waarin talloze voorbeelden van misstanden werden vermeld. Deze maakte veel indruk en naar aanleiding daarvan werden er Kamervragen gesteld en kwamen er Kamerdiscussies. Een officier van justitie in Batavia kreeg de opdracht officieel onderzoek te doen en schreef een vernietigend rapport dat leidde tot enkele hervormingen. Omdat de Tweede Kamer er geen inzage in mocht hebben, verdween het in een bureaula op het ministerie. De discussies over de misstanden in Indië bleven, het overheidstoezicht nam enigszins toe en de poenale sanctie bleef gehandhaafd tot 1931. De vraag naar suiker, tabak en koffie daalde sterk. De planters waren de koelies liever kwijt dan rijk, waardoor het koeliesysteem verdween.

Oproer

Eind 19de eeuw nam bij de ontwikkelde burgerij de gevoeligheid voor wreedheid en onrecht toe. ‘Wrede volksvermaken’ als palingtrekken, katknuppelen en hondenwerpen werden verboden. Dit paste in het streven om de ‘lagere volksklassen’ te beschaven. Op 25 en 26 juli 1886 brak in de Amsterdamse Jordaan het Palingoproer uit. Op 25 juli had op de Lindegracht zich een menigte verzameld die toekeek hoe mannen in bootjes een levende paling van een touw probeerden te trekken dat over de gracht was gespannen. Er ontstond een veldslag tussen de politie en bewoners toen de politie het palingtrekken probeerde te stoppen, in plaats van weg te kijken. De volgende dag greep het leger in en schoot met scherp. Overal in de buurt waren er gevechten tussen zo’n 450 huzaren en infanteristen met bewoners: 22 doden en onder de 36 zwaargewonden later nog eens 4 doden.

In de zomer van 1917 brak het Aardappeloproer uit, eind juni plunderden vrouwen uit de Jordaan een schuit op de Prinsengracht met aardappelen bestemd voor het leger. Bij het neerslaan ervan op 5 juli vielen er 9 doden en 114 gewonden.

Om oproer de kop in te drukken werden eind 19de eeuw geregeld militairen ingezet, zoals bij stakingen op het Friese en Groningse platteland tijdens de ellende van de landbouwcrisis tijdens De Grote Depressie van 1873 tot 1896. De Europese markt ging over naar het goedkopere Amerikaanse graan. De tweede crisis vond plaats van 1929 tot 1940. Hardhandig optreden van de Marechaussee was min of meer routine. In onrustige gebieden werden zelfs marechausseekazernes gebouwd.

Door de industrialisatie was overal in Europa het proletariaat explosief gegroeid dat nauwelijks kon bestaan van haar werk. Dit veroorzaakte bij de burgerij wantrouwen, bezorgdheid en angst voor onrust, wat verklaart waarom hard werd opgetreden en zelfs het leger werd ingezet. Tegenslagen als ziekte, invaliditeit, werkeloosheid en de armoedige levensomstandigheden van kinderrijke gezinnen in te kleine verkrotte woningen in achterbuurten waren schering en inslag. In 1886 kwam hierbij ook het spook van het socialisme met de Sociaal-Democratische Bond (opgericht in 1881) zich hier manifesteerde.

Tweede verlaging werkloosheidsuitkering

Het algemeen mannenkiesrecht werd in 1917 ingevoerd, een jaar later volgde de achturige werkdag en er kwamen diverse maatregelen om werknemers te beschermen. Dankzij de economische groei in de jaren 1920 stegen de lonen. Begin jaren 1930 brak de crisis uit en een zware tijd voor de vele werklozen brak aan. De Nederlandse staat trad in deze periode van ellende nog steeds hardvochtig op.

De regering-Colijn verlaagde de werkloosheidsuitkeringen op 1 juli 1934 voor de tweede keer naar aanleiding van De Grote Depressie van 1929 tot 1940. Bij de uitbetaling twee dagen later werd er veel gemord en geklaagd. De CPN organiseerde een protestbijeenkomst in het Amsterdamse gebouw De Harmonie. Deze verliep rustig tot aanwezigen slaags raakten met de politie. Op 6 juli zetten de autoriteiten met succes een groot offensief in, resultaat: 5 doden en ongeveer 200 gewonden. Ook in andere steden met ongeregeldheden zoals Groningen, Enschede, Utrecht en Rotterdam werd de orde hersteld.

Klein, zelfbewust land

Sommige bladzijden lijken te verbleken van zwart naar lichtgrijs of zelfs naar stralend wit in de ogen van sommigen. Volgens Hartmans lijkt dit het geval met de Franse tijd, de tijd tussen 1795 en 1813. Eind 1813 kreeg ons land haar onafhankelijkheid terug en vooral na het verlies van België moest zij zich opnieuw uitvinden. Ons land was een klein, maar zelfbewust land met een heldhaftig en glorieus verleden zoals de vrijheidsstrijd tegen Spanje en de Gouden Eeuw. Met de Franse Tijd zat men in zijn maag. Historiek schrijft dat meteen na zijn landing in Scheveningen in 1813 prins Willem, de latere koning Willem I, duidelijk het recente verleden dood te zwijgen: ‘oubli total du passé’.

Het is waar dat in deze periode Nederland moderniseerde. De oude, vermolmde federalistische Republiek veranderde in een gecentraliseerde eenheidsstaat, het bestuur werd efficiënter, het overheidsapparaat professioneler en een burgerlijke stand werd ingevoerd. Met de Staatsregeling voor het Bataafse Volk van 1798 kreeg ons land haar eerste grondwet, waarin elke burger voor het eerst gelijk werd voor de wet. Ook garandeerde zij de klassieke vrijheden als de vrijheid van godsdienst en meningsuiting.

Het probleem was echter dat ons land steeds meer onder controle van Frankrijk kwam, waar Napoleon een dictatuur vestigde en waardoor ons land onderdeel werd van zijn keizerrijk. Ons land werd centralistisch en autoritair geregeerd en moest zich schikken in de Franse buitenlandse politiek, wat enorme gevolgen had voor de economie en de Nederlands belastingbetaler droeg rechtstreeks bij aan het dempen van de bodemloze oorlogsput van de Franse staatskas. De dienstplicht werd ingevoerd en van de 15.000 Nederlanders die met de Grande Armée mee marcheerden kwam minder dan een derde terug.

Verbazing

Historici vroegen zich verbaasd en soms verontwaardigd af waarom de Nederlanders zich aanpasten aan de regimewisselingen en zich nagenoeg niet hadden verzet tegen de buitenlandse bezetting. ‘Deze verbazing hield zichzelf in stand doordat er weinig serieus onderzoek naar de jaren 1795-1813 werd gedaan’, bladzijde 83. Daar is pas de laatste decennia echt verandering in gekomen, merkt Hartmans op. In de jaren 1806-1813 waren er wel degelijk rellen, oproeren, stakingen en complotten. Naarmate de Franse greep steeds knellender werd door Napoleons oorlogen namen ze toe. Vooral de dienstplicht en de gedwongen deelname aan de catastrofale oorlog tegen Rusland zetten kwaad bloed. In 1813 werden bij oproeren veel mensen gearresteerd en de ‘belhamels’ gefusilleerd.

Het beeld van 1795-1813 is veel te gecompliceerd om in te delen als een pikzwarte of spierwitte bladzijde volgens Hartmans. Dit heeft te maken met de verschillende fases in deze periode. Veel radicale patriotten hadden zich in 1813 neergelegd bij het mislukken van democratische experimenten, sommigen zagen voordelen in een sterk monarchistisch bewind, terwijl orangisten niet terug wilden naar de periode voor 1795. De Franse bezetting had juist het nationaal besef bevorderd.

Er was op grote schaal gecollaboreerd, maar na 1813 was er geen ‘bijzondere rechtspleging’. Arts, natuurkundige, militair ingenieur en bestuurder Cornelis Kraijenhoff maakte bijvoorbeeld carrière onder de oude Republiek, nam deel aan de patriottische revolutie, van 1795 tot 1813 bekleedde hij diverse functies en na 1813 vervolgens onder koning Willem I. Hij was niet de enige, omdat ‘opportunisme nu eenmaal van alle tijden is’, bladzijde 85. Deels dankzij en deels ondanks de Franse overheersing speelde de periode 1795-1813 een belangrijke rol in onze moderne geschiedenis.

Overpeinzing

De geschiedenis van ons land gaat over mensen die voor ons leefden, niet over ons nu. Hartmans citeert de historicus Van Deursen: ‘Geschiedenis gaat niet over onszelf, ze gaat over andere mensen. Die moeten dan ook onze maatstaf zijn. Hun moeten wij recht doen. Of ons dat stof geeft tot lijden of verblijden is niet van wezenlijk belang.’ Schaamte suggereert een collectieve verantwoordelijkheid en trots een collectieve verdienste.

In het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 18 De moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de opkomst van het populisme noemt de auteur het eindeloze debat over de ‘nationale identiteit’. Vooral een aantal politici en opiniemakers worstelen met wat Nederland onderscheidt van andere naties en of sommige landgenoten wel écht bij ons horen. De indruk wordt vaak gewekt dat dit eenduidig beantwoord kan worden. Zij die dit betwijfelen zijn te kwader trouw en ondermijnen het gezonde nationale en dit zijn milde kwalificaties. Het is echter onmogelijk dat een individu één identiteit erop nahoudt, laat staan dat er zoiets bestaat als een overkoepelende ‘nationale identiteit’. Wel kunnen we ons afvragen wie we willen zijn, welke waarden wij belangrijk vinden en welke normen wij willen stellen. We komen kortom uit bij de democratische rechtsstaat. ‘Dat wil zeggen dat we accepteren dat we allemaal bepaalde rechten en plichten hebben, dat de overheid ons specifieke vrijheden garandeert, en dat we het binnen die ruimte naar hartenlust met elkaar oneens mogen zijn.’

Opmerking

Bij het bestuderen van de geschiedenis moet rekening worden gehouden met de context, stelt Hartmans. Niet dat daardoor een mening of oordeel onmogelijk is. Het is immers belangrijk om te weten of er toen al protesten waren tegen zaken waarbij we nu vraagtekens zetten of afwijzen. Die zijn er wel degelijk geweest en ze zijn soms uitgebreid gedocumenteerd blijkt ook uit zijn boek. Dat je zaken ‘in de tijd moet zien’ en geen kritiek mag hebben is dus niet erg overtuigend. Bovendien hebben normen en waarden de gewoonte te veranderen en nu beleeft niet iedereen onze normen en waarden van deze tijd op dezelfde manier en dat is af en toe schrikken.

De ene zwarte bladzijde is de andere niet. Zo zijn de gerechtelijke moord op Van Oldenbarnevelt, de politieke gemotiveerde lynchpartij van de gebroeders De Witt of de moord op Fortuyn niet te vergelijken met bijvoorbeeld de uitbuiting en onderdrukking van de koloniën. Bovendien weten weinig Nederlanders bijvoorbeeld over het bloedbad van 1740 onder de Chinese inwoners van Batavia. Misschien zijn sommigen het niet eens met Rob Hartmans mening in bepaalde hoofdstukken, geeft hij zelf aan. Hij is echter geen rechter, maar historicus en in een democratische rechtsstaat stopt het debat over de geschiedenis nooit.

Bronnen
Hartmans, R. Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis. Uitgeverij Omniboek. Utrecht, 2017
Bataafse revolutie moest het vergeetboek in. Historiek, okt. 2019
https://historiek.net/bataafse-revolutie-moest-in-vergeetboek/23082/
De Koelieordonnantie van 1880. Meer dan babipangang
https://www.meerdanbabipangang.nl/de-koelieordonnantie-van-1880/
1934: Het Jordaanoproer in de Jordaan te Amsterdam tijdens de crisis in de jaren ’30
https://www.youtube.com/watch?v=rK0EWq8oHYE

 

Categorie: Achtergronden, Mensenrechten Tags: Aardappeloproer, Bataafse Republiek, Cornelis Kraijenhoff, CPN, De Grote Depressie, gebroeders De Witt, genocide, gouden eeuw, Grande Armée, Java, landrente, Martelaren van Gorcum, Max Havelaar, Multatuli, Napoleon, Pim Fortuyn, plantloon, Rob Hartmans, Sumatra, tabaksplanters, Theo van Gogh, Van Deursen, Van Oldenbarnevelt, VOC, vrijheidsstrijd, Willem I, Zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis

Lees ook:

  1. Over populisme en het menselijk tekort
  2. ‘Elitaire piemel met vingers’ blikt terug op 20 jaar populisme
  3. Niet iedereen is het gegeven om de kluit te belazeren (1)
  4. Revolutie

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Door:

Kees Moerbeek

Kees Moerbeek werkte aan De Lotusvijver en was eindredacteur/hoofdredacteur voor het Magazine VvB. Hij gelooft in de sociaal-maatschappelijke aspecten van het boeddhisme. Kortom: het Achtvoudige Pad. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 27 juni 2026
    Verstillen, Verdiepen, Vernieuwen
  • 2 juli 2026
    Young Zeneration
  • 4 juli 2026
    De rol van medevreugde (Muditā)
  • 6 juli 2026
    Zomer Avond Zen in Arnhem 6 juli -31 augustus
  • 11 juli 2026
    Inzichten uit het dagelijks leven
  • 11 juli 2026
    Gaiea and the Cosmic Choir – Concert
  • 11 juli 2026
    Gaiea and the Cosmic Choir – Concert
  • 12 juli 2026
    Chanting for World Peace
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De Poortloze Poort voor nitwits, koan 12 – Hoe meester Ruiyan zichzelf bij de les hield

    Hans van Dam - 28 juni 2026

    Laat je door niemand iets wijsmaken, dit ook niet.

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (29)

    gastauteur - 17 mei 2026

    Arjan Mulder: 'Het boeddhisme is voor mij een persoonlijke tocht. Ik weet dat dit niet wordt aangeraden, maar ik kan niet zo veel met bijeenkomsten. De meditatie-ochtenden en weekend-retraites die ik heb bezocht, leverden mij vooral 'ongeloof op – over starre interpretaties en rituelen, met weinig ruimte voor gesprek.'

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (27)

    gastauteur - 15 mei 2026

    Loekie: 'Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.’

    Taigu – Het lijden in de wereld

    Jules Prast - 24 april 2026

    Het komt Taigu voor dat boeddhisme te vaak gaat over ‘verlichting’ en te weinig over het lijden in de wereld, dat eerst moet worden opgelost voordat iemand zich in spirituele zin bevrijd kan wanen. Het existentiële kerndilemma van boeddhisme is dat wij ieder delen in de rotheid van de wereld, terwijl wij over het vermogen beschikken onze bevrijding dichterbij te brengen door het lijden van de ander te verminderen. In sommige teksten wordt dit vermogen ‘boeddhanatuur’ genoemd.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis
    • WODC brengt gevolgen seksueel- en machtsmisbruik binnen boeddhistische sangha’s in beeld
    • Boeddhistische doeners en denkers – de serie 76
    • Waarom het leven van mij best mag doorgaan of ophouden
    • Ksaf – De gedeelde hemel

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.