Er is een woord waar tegenwoordig bijna iedereen bij knikt: compassie.
Christenen noemen het liefde, boeddhisten mededogen, en wie geen religieuze taal gebruikt spreekt over menselijkheid. Het klinkt als vooruitgang: minder hardheid, meer begrip.
En toch merken wij iets anders. Achter al die instemming groeit óók een gevoel van machteloosheid en eenzaamheid. Want terwijl we ons best doen niemand te kwetsen, niemand buiten te sluiten en niemand te veroordelen, wordt het steeds moeilijker om hardop te zeggen dat iets onwaar, onrechtvaardig of schadelijk is. Alsof compassie betekent dat onderscheid maken verdacht is geworden. Alsof helderheid automatisch hardheid is. Niet altijd, maar opvallend vaak.
We zien het in kleine scènes. Iemand zegt in een teamoverleg rustig: “Tot hier en niet verder—dit klopt niet.” Geen scheldwoorden, geen aanval, gewoon een grens. En toch valt er een stilte—alsof er iets onbehoorlijks is gebeurd. Daarna komt het bekende: “Je moet wel wat vriendelijker formuleren.” Vriendelijkheid is waardevol—maar hier wordt ze een manier om het punt niet te hoeven horen. Of: “Dit helpt de sfeer niet.” Alsof waarheid altijd een bedreiging is, en niet soms juist een bescherming.
Dat is opmerkelijk, want de grote spirituele tradities begonnen niet als comfortabele vredesprojecten, maar als bewegingen van wakker worden.
Bij Jezus verschijnt liefde nooit zonder waarheid. Hij geneest, vergeeft en ontvangt mensen zonder voorwaarde—maar hij ontwijkt confrontatie niet. Hij spreekt machtsmisbruik aan, doorbreekt religieuze schijn en stelt grenzen wanneer leven wordt aangetast. Zijn vrede is geen conflictvermijding, maar een vrede die pas mogelijk wordt wanneer onwaarheid zichtbaar is.
En ook in het boeddhisme bestaat een beeld dat vaak vergeten wordt: Manjushri, de bodhisattva van wijsheid, draagt een zwaard. Niet om mensen te bestrijden, maar om door illusie heen te snijden—om verwarring te doorbreken. Mededogen zonder helder zien is in die traditie geen voltooid mededogen.
Daar raken beide tradities elkaar.
Liefde zonder onderscheid wordt sentimentaliteit.
Compassie zonder wijsheid wordt grenzeloosheid.
We bedoelen daarmee niet dat we “hard” moeten worden. Integendeel. Ruggengraat is: waarheid durven zeggen, grenzen durven stellen, en tóch het hart open houden. Compassie wordt volwassen wanneer zij ook durft te onderscheiden: wat helpt en wat schaadt, wat waar is en wat verdraait, wat leven beschermt en wat leven aantast.
Dat onderscheid is extra nodig in een tijd waarin standpunten steeds vaker verstenen. Niet alleen politieke standpunten, ook morele en religieuze. We kennen de toon: zeker weten, gelijk hebben, het eigen gelijk als identiteit. En wie vanuit ervaring, nabijheid en nuance spreekt, wordt al snel weggezet als “soft”, “naïef” of “sentimenteel”.
De psychiater en denker Iain McGilchrist helpt ons begrijpen waarom dit zo snel gebeurt. Hij beschrijft twee manieren van aandacht. De ene benadert de werkelijkheid vooral via regels, categorieën, bewijzen en controle. Die aandacht is nuttig—soms zelfs onmisbaar. Maar ze heeft een valkuil: ze kan het levende terugbrengen tot een schema. Dan wordt de kaart belangrijker dan het terrein. In het overleg wint dan ‘de sfeer’ als categorie het van de waarheid als bescherming.
De andere manier van aandacht is gericht op het geheel: context, relatie, lichaamstaal, het unieke van deze situatie. Daar leeft compassie. Daar herkennen we: hier staat een mens, geen dossier. Hier spelen geschiedenis, angst, hoop, schaamte. Niet om alles goed te praten, maar om werkelijk te zien wat er is.
Beide vormen van aandacht horen bij een gezond mens-zijn. Het probleem begint wanneer één register gaat domineren: stelligheid, beheersing, gelijk krijgen. Dan klinkt compassie al snel te “zacht”. En dan wordt ze machteloos. Niet omdat ze niet waar is, maar omdat ze niet past in het dominante taalspel.
Misschien is dat waarom zoveel mensen vandaag innerlijk moe zijn. Ze voelen dat iets niet klopt, maar hebben geleerd dat uitspreken al snel als “tegen” wordt gezien. Het gevolg is een stille terugtocht: we blijven vriendelijk, maar worden voorzichtig; betrokken, maar zwijgend.
Maar compassie is niet hetzelfde als aardig blijven.
En vrede is niet hetzelfde als conflicten ontlopen.
Soms vraagt mededogen om een helder nee.
Soms vraagt liefde om een grens.
Soms vraagt wijsheid om weerstand—zónder haat.
Het “zwaard” waar Jezus (als beeld) naar verwijst en het zwaard van wijsheid van Manjushri wijzen in dezelfde richting: niet vijanddenken, niet agressie, maar wakkerheid. Het snijdt niet door mensen heen, maar door illusies, zelfbedrog en machtsmisbruik. En het begint—eerlijk gezegd—ook in onszelf: bij onze neiging om conflict te vermijden, om aardig gevonden te worden, of juist om ons te verharden om maar niets te hoeven voelen.
De vraag van deze tijd is dus niet of we compassievol wíllen zijn—dat zeggen we bijna allemaal. De vraag is of we compassie ruggengraat durven geven—zonder het hart te sluiten.
Want compassie die niet meer durft te onderscheiden, verliest uiteindelijk haar vermogen om werkelijk te laten bloeien wat leeft.
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.


Geef een reactie