Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Het boeddhisme heeft vooral in Azië veel invloed op daar heersende culturen en het heeft daar ook grote invloed op de ontwikkeling van individuele mensen in de maatschappij, ongeacht of ze zichzelf ‘boeddhist’ vinden of niet. En tegenwoordig begint het boeddhisme invloed uit te oefenen op de Nederlandse cultuur en de ontwikkeling van individuen in de Nederlandse maatschappij. Reden genoeg voor het Boeddhistisch Dagblad om in een reeks artikelen aandacht aan antropologie te besteden.
Antropologen onderzoeken vaak zogenoemde ‘wij-zij-tegenstellingen’. Een ‘wij-zij tegenstelling’ verklaart vaak conflicten tussen groepen doordat er sprake is van groepsvorming en competitie tussen groeperingen die hun eigen etniciteit centraal stellen. Daar spelen twee aspecten een belangrijke rol in. Er zijn verschillende etnische groepen (een ‘wij-groep’ en een ‘zij-groep’, en er moet sprake zijn van al dan niet aangaan van een soort relaties met elkaar. Wanneer een gewenste relatie niet kan ontstaan (bijvoorbeeld door dat de ene groep de andere uitsluit) dreigt ongewenste isolatie, waartegen vervolgens verzet ontstaat. Conflict!
Wanneer twee personen elkaar voor de eerste keer ontmoeten, stellen zij voor zichzelf in een split second (eerste indruk) de etnische identiteit van de ander vast. Zo van: ‘O, dat is er niet een van mijn eigen in-group’. Er vindt etnische stereotypering plaats. Deze typering kun je herleiden tot onbewuste classificatiedrang, ofwel de bij eigenlijk alle mensen natuurlijke behoefte om overzicht te houden door alles en iedereen in ‘hokjes’ te stoppen. (Denk aan: aardig, niet aardig, beetje aardig, misschien aardig, beetje raar, niet mijn soort, vreemd, gevaarlijk enzovoorts).
Classificatie schept orde. Door bijvoorbeeld mensen systematisch in etnische groepen in te delen, zoals organismen in de biologie, ontstaat er een etnische taxonomie, een hiërarchische structuur van groepen en categorieën. Zo kwamen de nazi’s met hun verknipte idee van Ubermenschen (met name Germanen) en Untermenschen (waaronder: joden, zigeuners, gehandicapten en homoseksuelen). Je ziet in de wereld ook andere indelingen: blanken, kleurlingen, asielzoekers, expats, en ga zo maar door.
Etnische taxonomieën zijn echter nooit eenduidig vast te stellen. De maatschappij en daardoor ook de sociale omstandigheden waarbinnen groepen mensen functioneren verandert voortdurend. En daardoor verandert de identiteit van individuen en wanneer er maar genoeg individuen van identiteit veranderen, verandert op den duur ook de etnische identiteit. Wanneer “de ander of zij” verandert, verandert ‘het wij’ ook, en omgekeerd. Grenzen vervagen, verschuiven, of worden juist scherper. Alles hangt af van de omstandigheden. Hoe relevant zou het bijvoorbeeld zijn dat de buurman een andere huidskleur heeft wanneer wij mensen plotseling door op octopussen gelijkende aliens overvallen zouden worden? Het is maar een voorbeeld.
Wie ‘wij’ zijn en wie ‘zij’, hangt samen met de sociale interactie en de sociale organisatie in een bepaalde culturele context. Russen en Oekraïners noemden elkaar ‘broeders’. Eén volk? Misschien. Vanaf het moment dat Rusland een speciale militaire operatie begon, is niet alleen de sociale interactie en sociale organisatie tussen Russen en Oekraïners verandert, maar de hele culturele context in die regio.
In 2025 liet de Trump regering weten dat volgens hen Europa bezig was zichzelf om zeep te helpen. Hij doelde daarmee vooral op de Europese cultuur en de samenstelling van de Europese bevolking. Althans, daar lijkt het op. Dat deze ‘waarschuwing’ uitgaat op allerlei denkfouten, lijkt Trump niet te deren. Wanneer de bevolking ophoudt voornamelijk ‘wit’ te zijn, door ongebreidelde toestroom van ‘gekleurde’ immigranten of ophoudt ‘christelijk’ te zijn door toestroom van ‘moslims’ en andersdenkenden, betekent dat nog lang niet de teloorgang van de Europese cultuur. Wie de geschiedenis van Europa nader bestudeert, komt er al gauw achter dat Europa zichzelf al eeuwen lang steeds opnieuw heeft aangepast aan immigranten, geloofswijzigingen en wat al niet meer. Aanpassen is namelijk (meen ik) de essenties van de Europese cultuur! Onderzoek alles, en behoud het goede… Dat niet iedere Europeaan daar even goed in is, is bij de ontwikkeling van het geheel inbegrepen. De Europese cultuur lijkt soms op een Echternachse springprocessie: drie stappen voorwaarts, twee achterwaarts, … maar uiteindelijk gaat de stoet altijd vooruit.
(Wordt vervolgd)


Ujukarin zegt
Mooie beschrijving!
Sluit goed aan op het Boeddhistische concept. De ideale beoefenaar kent geen Wij of Zij, maar ziet alle levende wezens als in essentie gelijkwaardig voor wie zhij compassie voelt. Dat heet ook wel de ‘Arya’ (edele) beoefenaar. (Onderscheid maken naar het _gedrag_ van andere levende wezens mag natuurlijk tot op zekere hoogte, maar altijd ervan uitgaand dat het gedrag kan veranderen zodat je weer meer op een lijn zit.)
De wat minder ideale beoefenaar heeft nog teveel in zich van de Bala of Puthujanna. Zhij denkt ik wij-versus-zij, ziet sommige mensen als qua afkomst superieur aan anderen, gaat ervan uit dat die ‘zij’ groep nooit kan veranderen en vermeden of zelfs bestreden moet worden…
Met gevouwen handen,
Siebe zegt
Toch noemde de Boeddha volgens de Pali overlevering sommige mensen wel “een dwaas” en een tijdgenoot leraar zelfs “een lege man”. Hij sprak volgens de overlevering ook kritisch over andere religieuze gebruiken, zoals: Zuivering door baden in heilige rivieren, dierenoffers, vuuroffers, vereren van een wezen als Schepper, Vader van alle wezen, en nog wel meer religieuze of spirituele gebruiken die anderen toch heel belangrijk vonden. Tegenwoordig zou men hem wellicht ‘religieus intolerant’ noemen? Maar goed, ben je intolerant als je niet overal achterstaat? Stel dat andere gelovigen dieren offeren, is er dan iets mis met mij als ik dit afkeur? Ben ik dan intolerant?
Ook op het vlak van visie sprak de Boeddha kennelijk niemand naar de mond. Wie had eigenlijk wel een juiste visie? De Jains zeker niet, de Brahmanen niet, de materialisten niet, de sceptici niet, de eternalisten niet,…wie wel?
Ook zijn er wel sutta’s die leren dat een edele niemand anders dan de Boeddha tot leraar *kan* nemen. Ik wil zeker niet beweren dat de Boeddha actief de confrontatie zocht. Maar kritisch over andermans religieuze ideeen en praktijken was hij kennelijk wel degelijk. Er zijn ook sutta’s de aangeven dat Boeddha begreep dat mensen met verschillende relgieuze achtergronden elkaar niet snel zullen vinden door zulke uiteenlopende begrippen, ideeen, praktijken, doelen.
Wijst dit alles op een wij/zij mentaliteit?
Ben je pas tolerant als je alles goed vindt op religieus en spiritueel gebied? Elke visie, elk gebod, elke praktijk, elk ritueel?
Moeten we zo grenzeloos worden?
Ujukarin zegt
Nee Siebe, de Boeddha kende geen wij/zij denken. Zoals ik al schreef:
Onderscheid maken naar het _gedrag_ van andere levende wezens mag natuurlijk tot op zekere hoogte, maar altijd ervan uitgaand dat het gedrag kan veranderen zodat je weer meer op een lijn zit.
Dus ja Jains, Kaste-Hindoes/Brahmanen, Angulimala de massamoordenaar en nog wel wat tiepjes kregen in zekere zin de volle laag van Boeddha. In de hoop, en dat gebeurde ook regelmatig, dat ze hun inzichten wijzigden en meer ethisch gingen leven. Of zelfs zijn leerling werden.
Gelukkig waakte de Boeddha ervoor, o.a. Gotami soetra, dat je vervolgens weer een ‘wij de boeddhisten’ versus ‘zij de ongelovigen’ tegenstelling kreeg. Helaas is dat na zijn heengaan, vooral in Aziatische landen met grote aantallen boeddhisten, niet goed blijven hangen tussen de oren van de would-be-volgelingen…
Met gevouwen handen,
Siebe zegt
Hoi Ujukarin,
Mensen voelen denk ik dat er een proces van ontaarding gaande is. Boeddha was volgens mij allesbehalve ontaard. Hij had juist een heel duidelijk besef van heilzaam en onheilzaam, vaardig en niet-vaardig, moreel en immoreel, prijzenswaardig en laakbaar, gewetensloos en gewetensvol, verheven en inferieur, edel en onedel etc. Gewoon nuchtere en aardse wijsheid!
Maar tegenwoordig wordt dit gezien als smalgeestigheid of zelfs intolerantie…want een zogenaamd wijs, liefdevol en ruimhartig persoon zou niet meer weten wat wijs is, wat heilzaam is, wat moreel goed is, wat het geweten is etc. Erg, heel erg, want dit is gewoon ontaarding van het individu en ook van een samenleving. Daar komt niks goeds uit voort.
Voor Boeddha was ruimheid van hart & geest echt wel wat anders dan zo ontaard zijn dat je het verschil tussen kwaad en goed niet meer weet en alles even goed , waar en mooi vindt qua visies, gebruiken, etc.
Ik zie het groeiend wij-zij denken als een ongelukkige manier waarop het hart van mensen uiting geeft aan hun natuurlijke afkeer van de ontaarding die ze overal om zich heen bespeuren en die men een halt wil toeroepen. Die ontaarding komt niet echt door ‘hunnie’ maar de natuurlijk afkeer tegen ontaarding, die gezond is, heilzaam, zoekt een oorzaak.
Dharmapelgrim zegt
Iemand met een goed discriminerend vermogen – zoals Boeddha – dicrimineert niet. Iemand die persoon en gedrag niet van elkaar kan onderscheiden, heeft een discriminerend vermogen lik-m’n vessie’.