Naar aanleiding van eerdere onthullingen, hier in het Boeddhistisch Dagblad en in de landelijke pers, komt het me voor dat de sangha’s niet de meest handige organisatievorm is voor het voorkomen van machtsmisbruik door boeddhistische leraren.

Hoe kan binnen een sangha, die draait om die ene leraar, en waar iedereen leerling is van die leraar, een vertrouwenspersoon werkelijk onafhankelijk zijn? Er is iets van overkoepeling nodig.

De traditie om dit probleem binnen de sangha op te lossen, bijvoorbeeld voorgesteld door de Dalai Lama, geeft het slachtoffer weinig kans op gehoor zonder bij belangen.

Zoals Sjoerd Windemuller  terecht zegt:

Gezien de actualiteit, met op de achtergrond deze ondoorzichtige en daarmee ook onbetrouwbare situaties, lijkt  het moment aangebroken om een registratie te starten van leraren en begeleiders die over voldoende kwalificaties en persoonlijke eigenschappen beschikken, om een betrouwbare invulling van hun rol en positie te geven en die bereid zijn zich aan intercollegiale en onafhankelijke  toetsing en beoordeling te onderwerpen.

(…)

Dat een onafhankelijk instituut vertrouwenspersoon en toezichthouder deze zaken op zich moet nemen lijkt voor de hand liggend.

Dat artikel suggereert een vergelijkbare certificering als in de psychotherapie. Persoonlijk ben ik wel voorstander van de suggestie – geëxpliciteerd door iemand als Ken Wilber – dat therapie een essentieel onderdeel van het spiritueel pad moet zijn, zeker voor leraren. Ik betwijfel echter of dit in brede kring ingang zal vinden.

Naar analogie met de situatie in de wereld van bijvoorbeeld mindfulness en yoga, is een instituut minder voor de hand liggend dan een beroepsvereniging. De onderwijs culturen van de verschillende sanghas zijn zo verschillend, dat de kans klein is dat op korte termijn overeenstemming ontstaat over wat een ‘gekwalificeerde leraar’ is.

We zijn het wel snel eens over het belang van het snel aankaarten van machtsmisbruik, zodat de schade beperkt wordt en mensen niet jaren met misbruik door kunnen gaan. Ook het belang van een onafhankelijk vertrouwenspersoon lijkt me duidelijk.

Mijn voorstel is dan ook eenvoudiger:

Laten we een vereniging oprichten die mensen op basis van hele eenvoudige criteria certificeert als boeddhistische leraar, met als belangrijkste functie dat mensen die misbruik maken van hun autoriteit van de lijst af gehaald kunnen worden.

Zo’n vereniging heeft niet veel meer nodig dan:

  • een website met een doorzoekbare lijst van leraren
  • een bestuur
  • een vertrouwenspersoon (feitelijk de belangrijkste reden om deze organisatie op te richten)
  • een procedure om uit te zoeken of een aanklacht terecht is

Dit is een veel minder controversiële manier om met misbruik om te gaan dan het ‘naming and shaming’ beleid dat tot nu toe opgang heeft. Er is weleens gesuggereerd dat er een lijst zou moeten komen van mensen die misbruik maken van hun rol als leraar. Een duidelijk nadeel hiervan is dat dit een sangha nog meer reden geeft om problemen binnenskamers te houden.

Een lijst van mensen die wel gecertificeerd (en dus niet aangeklaagd) zijn, is minder problematisch.

Als zo’n Beroepsvereniging van Boeddhistische Leraren eenmaal bestaat, kan ze ook bijeenkomsten organiseren die de leraren helpt over de randjes van hun eigen traditie heen te kijken. Het boeddhistisch landschap is veel te gefragmenteerd en dat werkt isolatie en machtsmisbruik in de hand.

Omdat leraren er belang bij hebben om op zo’n website genoemd te worden en zichzelf gecertificeerd te kunnen noemen, lijkt me een Vereniging van Boeddhistische Leraren een haalbare kaart.

Dit artikel verscheen eerder, op zes juni 2015, in het Boeddhistisch Dagblad naar aanleiding van het bekend worden van het jarenlange seksueel misbruik van leerlingen door de Vipassanaleraar Mettavihari.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

8 reacties op Op te richten: een vereniging voor boeddhistische leraren!

  1. G.J. Smeets schreef:

    Beste Katinka Hesseling,
    Overkoepeling van leraren, dat gaat niet werken, het is gezamenlijk dweilen met de kraan open. Niks mis mee, met dat dweilen maar met de kraan dicht draaien is ook niks mis. Zie wat Robert Keurntjes erover zegt in het discussie-draadje (4 nov. 2015 om 07:38 ) achter zijn blogstuk n.a.v. een interventie mijnerzijds:

    https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/59246-fouten-zijn-menselijk-maar-wat-als-een-leraar-een-fout-maakt/#comment-51275

    • kees moerbeek schreef:

      Waarom zouden beroepsbeoefenaren, wie dan ook, zich niet mogen organiseren? Tenminste voor zover het als betreft: gedragscode, onderlinge toetsing (niet vrijblijvende intervisie) e.d. Er bestaan diverse clubs van beroepsbeoefenaren. Sommige hebben zoveel macht dat ze een te grote greep hebben op het overheidsbeleid. Dat heeft niet alleen met die beroepsbeoefenaren te maken, maar ook met de slappe politiek die zich laat ringeloren. Als ‘dweilen met de kraan open’ een argument is om niks te doen waarom dan iedere ochtend nog opstaan? Sorry, G.J. Smeets: https://www.youtube.com/watch?v=14njUwJUg1I

      • G.J. Smeets schreef:

        Beste Kees,
        wat is dit nou. Ik zeg toch dat er niks mis is met dweilen met de kraan open. Waar ik op wijs is de kraan: leraren zijn onbeschermd en tegelijk untouchable. Nogmaals lees die lange lap tekst in de eerste link van dit draadje.

  2. bart schreef:

    https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/21295-philip-kapleau-zen-westen/

    Ik ben het eens met de strekking van bovenstaand artikel.
    Het is corrupter het boeddhistisch gedachtegoed als psychotherapie, mindfulness, of wat voor wellness therapie dan ook uit te venten en te commercialiseren, dan macht sex of geld. In de historie van het Boeddhisme zij talloze voorbeelden van schurken, analfabeten, zwervers, enz. die als baanbrekende meesters de geschiedenis zijn in gegaan. Een verhaal in “De lege spiegel” waar een monnik boven op een prostituee satori verkrijgt. Mocht een leraar buiten zijn boekje gaan en de wet niet overtreden, Welke moraalridder wil dan beter dan zijn/haar leraar zijn. Mijn huisarts adviseerde mij eens wat aan Yoga te gaan doen. Toen ik hem vroeg ‘wat voor yoga?, hata- raja-dyana-kundaliniyoga.’ Bleek hij geen bal van yoga af te weten, laat staan dat hij wist dat het de religieuze training van de Hindoestanen is.
    Waar zou je je in kunnen verdiepen als de leer niet meer aanwezig is? Het is corrupter de boeddhistische leer geweld aan te doen dan macht sex en geld.

    • kees moerbeek schreef:

      ‘Het is corrupter het boeddhistisch gedachtegoed als psychotherapie, mindfulness, of wat voor wellness therapie dan ook uit te venten en te commercialiseren, dan macht sex of geld.’
      Hoe wil je dat duidelijk maken, Bart? Zelfmoordbriefjes, om maar iets akeligs te schrijven?

Menu