Rigpe Rangjung Dorje (1924-1981), de Gyalwang Karmapa in zijn 16e reïncarnatie, was de geestelijk leider van de Karma Kagyutraditie van het Tibetaans boeddhisme en in het jaar 1975, op de 2e januari, bracht hij een bezoek aan de Kosmos in Amsterdam. De Kosmos was een activiteitencentrum van wat toen de New Age-beweging heette. Er was een macrobiotisch winkeltje met restaurant, je kon er esoterische literatuur kopen en wierook, er was een sauna en in het theehuis was er altijd wel iemand te vinden die je allerhande illegale substanties kon helpen. De Karmapa maakte een reis langs allerhande soortgelijke instituties in het Westen om zijn gezicht te laten zien aan de groepen westerse volgelingen die er al waren en nieuwe volgelingen aan te trekken. Hij werd met een klein gevolg rondgereden in een Volkswagenbusje dat werd bestuurd door een van zijn meest vooraanstaande westerse volgelingen, de Deense Viking-boeddhist Ohle Nydal, ook wel bekend als Holy Ohle. Het bezoek was een uitgebreid aangekondigd in het tijdschrift Bres Planète, waarop ik was geabonneerd, en ik wilde dat bezoek van die Tibetaanse paus wel eens meemaken.

Vergezeld van twee van mijn broers toog ik naar de Kosmos. Er waren enkele tientallen mensen gekomen en na enige tijd wachten in de gang, werd er ruimte gemaakt en liep er een gezette Tibetaanse monnik langs die vrolijk ‘Hi’ riep naar de kleine menigte. Vervolgens kwamen er nog meer mensen, die hem blijkbaar waren gevolgd, zodat de toneelzaal in de Kosmos aardig vol was. Er was een soort troon geïnstalleerd op het podium en er zaten een tiental monniken, waaronder de Karmapa. Een oudere westerse non, die ‘Sister Palmo’ werd genoemd, vertelde dat we de ceremonie van de Zwarte Hoed zouden zien en dat de Karmapa voor ons in samādhi zou verzinken. Onder het gemurmel en gerochel van de oude monniken maakte de Karmapa een grote doos open, haalde er een vreemdgevormde grote zwarte hoed uit en zette die op zijn hoofd. Hij zat enkele minuten stil terwijl hij de hoed op zijn hoofd vast bleef houden (deze paste blijkbaar niet goed) en borg de hoed vervolgens weer op in de doos. In het publiek zaten verschillende mensen mee te prevelen en hielden hun vingers in een vreemde stand, later leerde ik dat dit symboliseerde dat ze het universum aan de Karmapa offerden. Het geprevel en gerochel klonk erg ontspannen en ongekunsteld en het had iets sympathieks, ik voelde me er wel thuis bij.

Nadat de ceremonie was afgelopen verscheen Ohle op het podium en nodigde iedereen die dat wilde uit om toevlucht te nemen. Ik had er geen idee van wat dit was, maar ik wilde best meedoen met nog een ceremonie, dus ging ik in de rij staan die zich had gevormd. Iedereen moest het podium bestijgen, langs de Karmapa lopen en kreeg van hem uit een lepeltje een beetje kersensap in zijn hand. Ik begreep dat je dat moest opdrinken. Vervolgens liep je langs een monnik die een rood koordje om je hals deed en een derde monnik zei een Tibetaans woord tegen je. Ik herhaalde het woord wel twintig keer terwijl ik het podium af liep, want ik begreep dat ik het niet mocht vergeten. Helaas, de volgende ochtend kon ik me het woord met geen mogelijk meer herinneren. Later begreep ik dat ik door toevlucht te hebben genomen boeddhist was geworden in de Karmapa-traditie en zelfs een Tibetaanse boeddhistische naam had gekregen.

In de jaren die volgden heb ik talloze malen toevlucht genomen, meer dan 100.000 keer. Dag na dag liet ik me duizenden keren languit op een tapijtje vallen voor een altaartje met de afbeelding van de toevluchtsboom, een soort kerstboom waarin alle Karmapa’s en andere heiligen en goden een plaatsje hadden, terwijl ik de toevluchtsmantra in het Tibetaans opzegde. Toevlucht in de Drie Juwelen: boeddha, dharma en sangha en in de Drie Wortels: lama’s, meditatiegodheden en beschermgeesten. Daarnaast begonnen de meeste andere meditaties die ik in een groep deed met dezelfde formule. Het ging altijd vanzelf en nooit vroeg ik me af wat dit eigenlijk allemaal te betekenen had.

Jezelf dingen afvragen wordt in de Tibetaanse vorm van boeddhisme niet erg aangemoedigd, het is slecht voor je devotie en devotie is voor een Tibetaan het enige wat een mens uit dit tranendal kan redden. Dus dan maar buigen voor de lama, hij is de enige die je kan redden en hij heeft een oneindige compassie, toch? Bovendien word je volgens de lama alleen wijs van herhaling, net als bij reclameboodschappen moet de waarheid erin worden gestampt, en de lama heeft altijd gelijk. Het Tibetaans boeddhisme heeft een warm hart voor Alzheimerpatiënten, alles moet telkens opnieuw worden gedaan en het aantal herhalingen wordt zorgvuldig bijgehouden met behulp van het bidsnoer en tellertjes die eraan hangen. Ik herinner me dat we tijdens een retraite elke ochtend om 6 uur ‘s ochtends een eredienst moesten bijwonen waarbij we allerhande Tibetaanse versjes moesten prevelen en beloofden die dag geen alcohol te drinken, niet te roken enzovoort. De tweede dag besloot ik dit voor de gehele retraiteperiode te beloven en niet meer zo vroeg op te staan.

Achteraf gezien moet ik bekennen dat ik door de magische rituelen en fantastische afbeeldingen en beelden van het Tibetaans boeddhisme gefascineerd was, maar nu ik wat meer begrijp van de geschiedenis en herkomst ervan, zie ik ze meer als een uiting van de symbolische inrichting van de wereld in het middeleeuwse India en Tibet, dan van het boeddhisme. Dat hoeft nog geen reden te zijn om niet mee te doen, maar het maakt wel dat ik me ongemakkelijk voel in het gezelschap van die mensen die dagelijks mantra’s opzeggen alsof hun leven ervan afhangt. Het herinnert me eraan dat een toevlucht ook een uitvlucht kan zijn.

Erik Hoogcarspel studeerde filosofie en Indische talen aan de rijksuniversiteiten in Groningen en Leiden. Hij ontmoette in 1975 de 16e Karmapa, het hoofd van de Karma Kagyü School, één van de vier kloosterscholen van het Tibetaans boeddhisme en was penningmeester van de Nederlandse stichting van deze school. In 1978 richtte hij samen met Jildi Mohamad Sjah het Boeddhistisch Meditatiecentrum te Groningen op. Hij was columnist in verschillende bladen en publiceerde ‘Koken met Filosofie’ en een vertaling van de belangrijkste tekst van Nagarjuna ‘Grondregels van de filosofie van het midden’ (Olive Press, Amsterdam 2005, alsmede een Engelse versie). Hij doceerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, de Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman en is verbonden aan het Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Dit is tevens de uitgever van zijn boek ‘Het Boeddha-fenomeen’ (2016), de Engelse versie draagt de titel ‘Phenomenal Emptyness’ en is verkrijgbaar bij Amazon.
De Kosmos – foto Hugo Schuit.

 

Categorieën: Achtergronden, Boeddhisme, Tibetaans boeddhisme
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op De toevlucht in de Kosmos

  1. G.J. Smeets schreef:

    Lief en geestig en informatief verslag.
    De BD-redactie zal wel met de handen in het haar zitten of het in de nieuwe rubriek ‘Pakhuis van verlangen’ komt of in de eveneens nieuwe rubriek ‘Ervaringsdeskundige gezocht’ 😮

    • Joop Ha Hoek schreef:

      Wij zitten niet met de handen in het haar, Goff. We willen de krant vernieuwend en levendig houden. Het Boeddhistisch Pakhuis van verlangen verdwijnt naar alle waarschijnlijkheid weer omdat de webmeester aan het broeden is op een mogelijkheid om sommige artikelen langer in de etalage te zetten. En een broedende webmeester moet je nooit storen.

Menu