Het woord gnosis betekent op zich genomen gewoon kennis, maar binnen deze alternatieve christelijke stromingen verwijst dit naar een speciale soort verlossende oerwijsheid. Wie gnosis heeft, weet eindelijk hoe de wereld en het leven in elkaar zitten, de anderen zijn arme stumpers. Je weet dan dat de mens afkomstig is uit de goddelijke wereld en zijn goddelijke kern nog in zich heeft. Helaas is deze kern verstrikt geraakt in dit tranendal waar je als gnosticus dus niets te zoeken hebt. Deze wereld is namelijk een gevangenis van de ziel, gemaakt door een kwaadwillige god. De gnosticus keert zich daarom van de wereld af en probeert zijn goddelijke kern te herontdekken. De manieren waarop dit moet gebeuren verschillen binnen deze scholen nogal.
Gnosis
De goddelijke vonk
De Gnosis nodigt uit tot zelfstandig nadenken. De natuurlijke tegenstellingen in de mens moet hij zelf oplossen. De Perzisch-gnostische profeet Mani (216-276) belichaamde dat dualisme. Mani zag twee rijken vanaf den beginne tegenover elkaar staan: dat van het licht en dat van de duisternis, het goede tegenover het kwade.
Wouter ter Braake – Het boek van alles
‘Waar zijn wij vóór dat we geboren worden?’. Het kleine joch kijkt Vanitas verwachtingsvol aan. ‘Overal en nergens’ flitst het door Vanitas heen. Maar hij antwoordt in uitgebreide zinnen. Soms aarzelend. Het lijkt erop dat zijn bronnen van poëzie en literaire zinnen opgedroogd zijn.



