Ronald van Raak (1969), bekend geworden als kamerlid voor de SP en thans hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit, heeft in een boeiend boek de “Nederlandse denktraditie” in kaart proberen te brengen. Het is een lovenswaardige poging geworden, waaraan waarschijnlijk in deze tijden van eng nationalisme een grote behoefte bestaat. Het was ooit heel gewoon om je als Nederlander intensief met Sartre of Nietzsche bezig te houden, maar sinds het optreden van enkele politici, dat enthousiast werd gesteund door de vaderlandse media, wordt dit nu bijna gezien als landverraad. De massa schreeuwt om normen en waarden van eigen bodem, hoe miezerig en pover ze ook mogen zijn.
Augustinus
Sint Augustinus: Laat heb ik je liefgehad
Twee eenvoudige voorschriften. Welke spreekt jou aan?
‘Droog je tranen, ik ben slechts aan de andere kant van de weg’
Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant.
Ik ben mezelf, jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer, op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Taigu – Hymne van de humaniteit
Als het mijn tijd wordt, dan hoop ik op een lichtflits die de komst aankondigt van Amida Boeddha om mij te komen halen, mogelijk in de gedaante van Jezus Christus. Mijn lieve God, wat ben ik blij dat ik van het boeddhistische boeddhisme af ben, de tocht er doorheen heb doorgemaakt, en weer de mens kan zijn van de historische Verlichting.
Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant.
Dagen en nachten ijlen voorbij. Het leven verdwijnt snel. Evenals het water in een poel, zo droogt het leven van sterfelijken op. De Boeddha
Boeken – Vrede in het na-christelijk tijdperk
Het boek dat niet mocht worden uitgegeven.
Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant.
Dagen en nachten ijlen voorbij. Het leven verdwijnt snel. Evenals het water in een poel, zo droogt het leven van sterfelijken op. De Boeddha
Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant.
Dagen en nachten ijlen voorbij. Het leven verdwijnt snel. Evenals het water in een poel, zo droogt het leven van sterfelijken op. De Boeddha







