Ik ben lid van een klein gezelschap ‘historische vertellers’. Wij zijn zelf uiteraard in geen enkel opzicht historisch te noemen, maar vertellen over een denkbeeldig leven ergens in het verleden. Zo speel ik in de ene keer dat ik Henric Coeur ben, meester-metselaar en bouwheer van de monumentale kerk in het Groningse Harkstede; een andere keer ben ik Durk van ’t Hoeze, dienaar van de drossaard van Gruoningen tijdens het beleg van die stad in het rampjaar1672. En laatst was ik Bernardus van klooster Bloemhof, een oude kanunnik in 1276, die in zijn jonge jaren mee is gegaan met de vijfde kruistocht en als bevrijder van het Heilige Land verschrikkelijke dingen heeft gedaan.
Menno – Over en uit
Kort na de bevalling krijgen Menno en Tineke bericht dat er geen bezwaren meer zijn tegen een eventueel kerkelijke inzegening van hun huwelijk. Professor Harry Eijsink (kerkjurist) heeft zich er persoonlijk hard voor gemaakt.
Gesprekjes: waar is het water gebleven?
De hele buurt weet dat ik bijna altijd liedjes loop te fluiten wanneer ik mijn mijzelf uitlaat. Blijkbaar floot ik een Christelijk deuntje, want ineens riep een voor haar huis tuinierende dame mij toe: “O, u bent Christen!”
Menno – koude douches
Na eerdere miskramen besluiten Menno en Tineke bij een eventuele – met moeite verkregen – nieuwe zwangerschap niemand in te lichten, tot absoluut duidelijk is dat er werkelijk iets te vieren zal zijn. Nu is Tineke bijna zes maanden heen, en alles ziet er goed uit. Ze vinden het een goed idee om de ouders van Menno met Oud en Nieuw – klokslag na twaalven – het heuglijke nieuws over te brengen. Met een glas bubbeltjesdrank in de hand staan ze bij de telefoon. Buiten beginnen de buren vuurwerk af te steken. Menno toetst het nummer van zijn ouders in. Zodra aan de andere kant de hoorn van de haak genomen is, roept hij enthousiast: “gefeliciteerd.” en zonder een reactie af te wachten vervolgt hij: “jullie worden opnieuw opa en oma… Tineke is in verwachting.”
Gesprekjes: Heeft een mier een hartje?
“Weet u wat ik zo bijzonder vind?” vraagt pappa aan mij. Ik schudt het hoofd. Hoe kan ik dat nu weten? Hij glimlacht. “Wat ik bijzonder vind is dat nog niemand er in is geslaagd om een mier, te maken, of een vlo, of een vlieg. Mensen kunnen van alles, maar alles wat zij maken is levenloos, zelfs al lijkt het tegenwoordig niet zo. We kunnen robots maken die op mensen lijken en tegen ons kunnen praten. We kunnen machientjes maken die op honden lijken en mensen kunnen opsporen onder puin of modderstromen. We kunnen mini-droontjes maken die zelf hun doelen uitkiezen… maar geen mieren! Geen vliegen. Geen kip!”
Menno – zen (2)
Menno heeft zich opnieuw opgegeven voor een zevendaagse Zen-sesshin in de abdij Maria Toevlucht in Zundert. Zijn ouders passen op de pubers. Vol goede moed begint hij aan een nieuwe serie van dagenlang lang tienmaal per etmaal een half uur stilzitten. De eerste twee dagen gebeurt er helemaal niets. Hij zit. Dat is het.
Gesprekjes: Geld is belangrijker dan milieu
Langzaam meer zeker rijst de bak uit de grond. Er staan vier mannen omheen. Een vijfde bedient de hijs-arm op de vrachtwagen, met een afstandsbediening in een zwart kastje met knoppen en een joystick.
“Gaat de glasbak weg?” vraag ik, terwijl ik het antwoord al wel weet. Er staat een kiepwagen vol zand klaar om zijn vracht in het gat te storten.
Menno – zen (1)
Na een kennismakingsweekend met Zen in het Cisterciënzer klooster in Zundert schrijft Menno zich in voor een sessie van zeven volle dagen in stilte. Hij weet eigenlijk niet eens of hij nu meer Zen wil of zich opnieuw in de sfeer van de abdij wil onderdompelen. Waarschijnlijk is het beide. Het geheel wekt in ieder geval bij hem het in de loop van jaren in slaap gesoesde verlangen naar eenwording. En al neemt broeder Jeroen het woord niet eenmaal in de mond: DIT is Yoga.
Gesprekjes: niets dan goeds
“Ik ben hier niet voor de overledene,” mompelt de man schuin naast mij. Hij kijkt mij aan en zucht. “Ik ben hier voor zijn vrouw. Ik ken haar van mijn werk. Begrafenissen of crematies … de overledene heeft er niets aan dat ik bij hun uitvaart ben, maar de nabestaanden misschien.”
Menno – aids
“Gaan deze gordijnen de was in?” Belangstellend kijkt Menno op een verpleegafdeling vanuit de deuropening toe hoe een verpleegster bezig is gordijnen van de rails los te maken. Zo vaak gaan bedgordijnen de was niet in, dus op zich is het al bijzonder, vooral doordat hij vindt dat ze er nog heel schoon uitzien. ‘Nee, ze gaan de verbrandingsoven in’, zegt de verpleegster.
Gesprekjes: WWBD of zoiets
Onkruid bestaat vooral in de vermeende wijsheid van lieden die denken dat het tot een bol of spiraal knippen van een struik of zelfs boom natuurlijk is. In de hele straat waar ik doorheen loop, zie ik tuinen die allesbehalve natuurlijk zijn. Dit is in mijn ogen de enige natuurlijke tuin. Distels, klaver, klaprozen, korenbloemen, allerlei hoge en kortere grassoorten, mossen, en nog veel meer. En daarboven zie ik hommels, bijen, zweefvliegen, sluipwespen en libelles, want die laatsten houden wel van water en dát is er ook, in de vorm van een kleine, bijna dichtgegroeid vijver.
Gesprekjes: Schop onder de kont
En dan begint hij te vertellen. Volgens zijn artsen had hij nog maar een paar maanden te leven. Dat ze dat zeiden, was inmiddels zeven jaar geleden. Er was een of andere kanker vastgesteld in zijn darmen. Ze haalden daarom een stuk darm uit zijn lijf, maakten een kunstmatige darmuitgang en plakten een zakje op zijn buik. Hij verkocht zijn huis, en gaf vervolgens een groot feest voor zijn familie, vrienden en kennissen. Een afscheidsfeest. Sindsdien woont hij in een appartementje.








