Hoofdschuddend besloot ik door te lopen. Ik dacht aan de mensen die hun fietsen nu alleen over de spekgladde platen konden bereiken. Kinderen. Oudere vrouwen. Een enkele slecht ter been zijnde man die naar zijn driewielfiets strompelde.
Over Antropologie 9: Wij en zij
Wanneer twee personen elkaar voor de eerste keer ontmoeten, stellen zij voor zichzelf in een split second (eerste indruk) de etnische identiteit van de ander vast. Zo van: ‘O, dat is er niet een van mijn eigen in-group’. Er vindt etnische stereotypering plaats. Deze typering kun je herleiden tot onbewuste classificatiedrang, ofwel de bij eigenlijk alle mensen natuurlijke behoefte om overzicht te houden door alles en iedereen in ‘hokjes’ te stoppen. (Denk aan: aardig, niet aardig, beetje aardig, misschien aardig, beetje raar, niet mijn soort, vreemd, gevaarlijk enzovoorts).
Gesprekjes: Rijk met elkaar
Het zijn weer de donkere dagen rond Kerst. De zon gaat vroeg onder en komt laat op. Ik prijs me gelukkig dat ik niet boven de poolcirkel woon, waar in deze tijd van het jaar de zon helemaal niet boven de horizon komt. Met de noodzakelijke ‘afvalpas’ in de hand loop ik naar de buurtcontainer voor restafval. Pas op de sensor, klep open, zak in de container en klep weer dicht. De rekening komt later wel een keer. Iedere keer dat je een zak dumpt, kost je dat een paar euro. Daarom wacht ik zo lang mogelijk met dumpen, tot de vuilniszak echt vol is en nauwelijks nog in het stortgat past.
Over Antropologie: 8 – Collectieve en sociale identiteit
Ieder mens heeft een persoonlijke identiteit, een sociale identiteit en een collectieve identiteit. Drie identiteiten die je niet zomaar door elkaar moet husselen of met elkaar moet verwarren. Je collectieve identiteit houdt in – en geeft je het gevoel – dat je tot een bepaalde groep behoort, of je dat nu wilt of niet. Zo behoor je tot een bepaalde familie (stamboom, familienaam, gelijkenissen etc.), een bepaalde klasse (ondernemersfamilie, boerenstand, adel), een bepaalde bevolkingsgroep (Friezen, Marokkanen, Molukkers) en je hebt een bepaalde nationaliteit (je bent Nederlander, Duitser, Amerikaans staatsburger of wat anders).
Gesprekjes: eenden
Vanaf de oever, verscholen achter de wilgen, volg ik drie op het kalme water dobberende eenden. Ineens voel ik een hand op mijn schouder. Ik kijk om. Daar staat een inmiddels vertrouwd figuur. Wij ontmoeten elkaar regelmatig tijdens onze ochtendwandelingen.
Over Antropologie 7 – Stereotypering en culturele toe-eigening
Het zit er dik in dat jij jouw gedrag, denkwijze, kledingkeuze en ga zo maar door laat (mede)bepalen door wat men in jouw sociale omgeving en cultuur waardeert. Zaken die men in jouw leefomgeving niet op prijs stelt, zul je waarschijnlijk minder uiten. Misschien ben jij de uitzondering op de regel, of doe je expres het tegenovergestelde van wat ‘de norm’ is maar meestal is het zo. Waarom dragen mannen en vrouwen, jongens en meisjes, in bepaalde streken anders klederdrachten? Waarom anders zouden ze in sommige dorpen, steden of zelfs hele landstreken op zondagen alle winkels en zelfs benzinestations op slot doen? Of regenbogen verdacht vinden? Het hele gezicht tatoeëren of juist alle tattoos verguizen? Het is niet alleen ’s lands wijs – ’s lands eer maar ook ‘s dorps wijs – ‘s dorps eer, ‘s families wijs – ‘s families eer dan wel ‘s groeps wijs – ‘s groeps eer. Zo doen wij dat hier’!
Gesprekjes: In stukjes geschiet
“Hallo,” antwoordt ze, opkijkend. Haar ogen staan anders dan anders. Geen fonkeling. Geen vrolijkheid. En haar stem klinkt ook vlakker dan ik gewend ben. Ze wijst eerst naar haar hennen en daarna naar het vroegere gemeentehuis achter haar, waar nu Oekraïense vluchtelingen wonen. “Veel vrouwen…” zegt ze mat. “Weinig eh … weinig mannen.” Vervolgens wijst ze naar een boom achter haar. “Kippenman in boom …”
Over Antropologie 6: Identiteit
Iedere ontmoeting met anderen heeft invloed op wat je zelf ervaart als jouw identiteit. Je kunt je afgewezen voelen, of juist bevestigd, gezien of genegeerd, erkend of afgewezen en wat al niet. En dat alles ook nog eens terecht of onterecht, ingebeeld of knetterhard life waargenomen.
Gesprekjes: Knuffeltjes-asiel
Het was een sombere novemberdag, maar het regende niet. Nog niet in ieder geval. Ik had voor de zekerheid wel een regenbroek in de fietstas gestopt. Langs het fietspad stonden twee jongetjes en een meisje achter een tafeltje. Op het tafeltje: twee teddyberen, allebei donkerbruin en de een ietsje groter dan de ander. De jongetjes keken nog somberder dan het weer. Het meisje speelde met haar vlechtjes. Ik remde en stond precies voor het stel stil.
Over Antropologie 5: Veldwerk
Vroeger werd er geen of nauwelijks veldwerk verricht. Antropologen bleven gewoon thuis en zagen dus niet met eigen ogen hoe het dagelijks leven ergens anders verliep. Wat ze wilden weten, haalden ze uit geschreven bronnen. Reisverhalen. Brieven. Logboeken. Ze borduurden voort op werk van anderen, en wat zij hadden opgetekend over geschiedenis en traditie. Noem het leunstoel-antropologie. Vandaag de dag zijn er mijns inziens nog veel amateur antropologen die vanuit hun leunstoel menen ‘alles te weten’ over bijvoorbeeld het boeddhisme in het verre oosten omdat ze een paar boeken hebben gelezen, of door een reisgids hebben gebladerd met mooie foto’s over pagodes. Ik zeg maar wat. Zelf bezit ik trouwens een tweedehands leunstoel.
Gesprekjes: Nieuwe woorden
Bij mij in de buurt noemen ze mij soms “ ’t vogeltje” doordat ik vrijwel altijd liedjes fluit zodra ik buiten ben. Dat doe ik al zolang ik mij dat kan herinneren, dus pak ‘m beet: zo’n jaar of zeventig. Het gaat mij ook best goed af, vind ik zelf. De melodieën variëren van ‘Die Forelle’ van Franz Schubert tot kinderliedjes die wij uit volle borst op de lagere school zongen, begeleidt door een meester of juf die vaardig was met een blokfluit. Helaas wordt er tegenwoordig op school nog maar zelden muziek gemaakt of gezongen. Maar eerlijk is eerlijk: niet iedereen is van vrolijkheid gecharmeerd.
Over Antropologie 4: cultuur (II)
Cultuur is aangeleerd en beperkt zich niet tot een enkel individu. Cultuur omvat een breed spectrum van aandachtsvelden (van kunst tot politiek en van economie tot religie) en gaat over waarden, normen, symbolen, rituelen en ga zo maar door. En tenslotte moet gezegd worden dat cultuur niet statisch is, zich weet aan te passen aan veranderende omstandigheden. En doordat de omstandigheden over de hele wereld niet overal hetzelfde zijn, is cultuur ook niet overal hetzelfde. Dat geldt ook voor tijdsperioden. De Nederlandse cultuur in de 17de eeuw is niet dezelfde als die in de 21ste eeuw. En de Nederlandse cultuur is vandaag de dag evenmin hetzelfde als die in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika of enig ander land. En, wen er maar aan … de Nederlandse cultuur verandert, of je dat nu leuk vindt of niet. Je kunt veranderingen niet tegenhouden. Zelfs niet wanneer je het hele land op slot zou zetten en zou isoleren van de rest van de wereld.









