Begeer je het, dan verstopt het zich. Negeer je het, dan mis je het.
Preek 6 – Boeddha is een woord!
Je blijft maar naar de boeddha zoeken, maar boeddha is een woord. Woorden verwijzen naar andere woorden, er is geen einde aan. Als je al niet weet wat je zoekt, hoe moet je het dan ooit vinden?
Preek 5 – Doe niet zo moeilijk!
Padvinder, je zoekt de stok in je hand. Je zoekt de zee op het land.
Meester Tja 109 – Moordenaars en minnaars
Het Grote Tja is onnavolgbaar als de wereld, onvoorspelbaar als de mens, ondoordringbaar als het lichaam, onbegrijpelijk als de geest. Groot verstand, klein verstand – niemand kan ze vatten.
Meester Tja 108 – Leer eerst maar eens één ding kennen
Vraag je hem: ‘Leer ons de moeder aller dingen kennen’, dan zegt Meester Tja: ‘Leer eerst maar eens één ding kennen.’
Meester Tja 107 – Midden tussen nee en ja
Ooit wist ik van niets. Dat was het kleine tja. Ineens wist ik van alles. Dat was het einde van het kleine tja. Nu weet ik weer niets. Dat is het Grote Tja.
Meester Tja 106 – Zeg vooral niet hoe het moet
Wees niet als meester, niet als leerling.
Preek 4 – Verlichting en nirwana zijn stalpalen voor ezels!
Een bodhisattva die het tiende stadium heeft bereikt is niet meer waard dan een kreupele dagloner.
Preek 3 – Geloof niets en je doorziet alles!
Zoals ik het zie, is niets of niemand substantieel. Maar als je je gedachten en gevoelens gelooft, is het einde zoek.
Meester Tja 105 – Een lege geest is geestig
Alle schepsels vereren voedsel. Wie verheerlijkt de honger?
Meester Tja 104 – Niemand beheerst het leven
Goden en mensen, koningen en onderdanen – nooit heb ik iemand ontmoet die het leven beheerst.
Meester Tja 103 – Een waan tussen bestaan en vergaan
Tienduizend dingen maken het verschil tussen bestaan en vergaan. Mensen hopen verschil te maken door er tien te beheersen.


