Mensen zijn net water.
Draaien als een derwisj, 12
…
46. De derwisj en de narcist
‘Kom je buiten spelen?’
45. Waar zoek jij jezelf?
Kloppen waar geen hart is.
Koan 32 – Waarom buig je niet?
Voel je ‘m?
Koan 31 – Heb jij je voeten al gewassen?
Natgaan.
Draaien als een derwisj, 11
…
44. Zolang je me zoekt, zul je me missen
‘Soms zie ik iets… glinsteren…’
43. Verwarring is het meest nabij
Nee, láchen is het meest nabij. Nee….
42. Op de weg zie je alleen maar wijzers
Als je elke weg weet te vermijden gaat er een wereld voor je open.
41. Waan na waan – een lekke kraan
Niet blijven staan en niet blijven gaan.
Koan 30 – Hoe groet je een meester?
‘Zeker familie van de meester,’ mopperden de monniken.



