De Waarheid gedijt bij bewondering. Niet-weten gedijt bij verwondering.
Koan 26 – Lezen monniken soetra’s?
Goudstof is mooi maar in je ogen geeft het staar.
Koan 25 – Waarom dertig stokslagen?
Tand om tand.
32. Dronken als een derwisj
Of je tegen een muur op rent.
31. Een bedrieger die de waarheid zegt
Hoe je vrienden maakt en breekt.
Draaien als een derwisj, 8
…
30. Wie niet weet die niet wint
Grootmoedigheid voor kleinzieligen.
29. Denk aan mij als iemand aan wie je niet hoeft te denken
Hoe wil jij dat mensen aan je denken?
Koan 24 – Maakt het wat uit?
Broeder Lepu riep: ‘Hetzelfde, anders, waar denkt u wel dat u bent!’
Koan 23 – Snap jij het?
Buigen en barsten.
28. De wil is vrij maar niet van mij
Je kunt niet kiezen of je wel wilt kiezen.
27. Het land rust en de ploeg komt vanzelf
Een onverbeterlijke Workaholic.



