In het eerste deel hebben we gezien dat de mensheid haar eigen lichaam, de natuur, aan het ziek maken is. Dit is ook een probleem voor boeddhisten, omdat het lichaam van ieder mens de natuur nodig heeft en omdat voor het praktiseren van het boeddhisme het lichaam onontbeerlijk is. Waarom gaan mensen dan toch nog door met zichzelf en hun kinderen het leven onmogelijk te maken?
De Boeddha en de klimaatramp (deel 1)
Bij het lezen van deze titel zullen misschien sommige lezers vreemd opkijken. In de tijd dat de Boeddha leefde was er immers nog geen sprake van een klimaat? Er was natuurlijk het weer, de seizoenen, de warmte en de regen, maar niemand dacht eraan dat dit ooit zou veranderen of dat het weer ergens anders erg verschillend zou zijn.
Zwartsteen en Slangenwitje
Met andere woorden, elke keer wanneer je zegt dat Zwarte Piet dit of dat is, maak je iets substantieels en onomkeerbaars van je eigen vooroordelen, de prapañca, de wildgroei, wordt een stenen woud waar iedereen in verdwaalt. De chaos leidt niet tot een kosmos, zoals in de oud-Griekse scheppingsmythe, maar tot meer chaos.
Boekrecensie – Arjen Sevenster: De wind van morgen
Het laatste werk van Sevenster is getiteld ‘De wind van morgen’, het is geen dichtbundel, maar een kroniek van het leven, neergeschreven in 233 pagina’s. Het is het verslag van zijn ziekteverloop, vanaf de eerste diagnose tot aan de laatste dagen.
Slavernij, racisme en boeddhisme
Door te zeggen dat alle witte mensen racistisch zijn, is zenleraar Angel Williams zelf een raciste en is het moeilijk om te begrijpen wat zij haar publiek te verwijten heeft. Zij komt echter uit een land waar dominees niets anders doen dan hun publiek met wilde kreten bestoken, wat dan meestal met een enthousiast ‘halleluja’ wordt beantwoord.
Zin en onzin
In mijmeringen en gesprekken borrelt regelmatig de vraag naar de zin van het leven op. Veel mensen denken dat die zin er al is en dat je die gewoon nog even moet zien te vinden. Vaak lees je slimmigheidjes zoals: ‘de zin van het leven is de zin in het leven’. Woordspelletjes hebben een grote aantrekkingskracht. Het lijkt soms dat je met taal kunt toveren, dus ook de zin van het leven uit een woordspeling kunt halen.
De smokkelaar
In 2003 kreeg de westerse boeddhistische lama Ole Nydahl een ernstig ongeluk bij het parachutespringen. Het was zijn 88e sprong en hij had besloten in lotuszit te springen. Hij wist niet dat je dan veel sneller valt dan wanneer je je armen en benen spreidt. Op het laatste moment wist hij de parachute nog open te krijgen, maar hij maakte toch een behoorlijke smak. Hij lag weken op de intensive care, maar kwam er weer bovenop.
Wie geen hoofd heeft, kijkt niet scheel
De filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) merkte eens op dat we allemaal gewend zijn om scheel te kijken, we zien dubbel! We kijken als het ware met één oog naar een ding zoals het aan ons verschijnt, maar met het andere oog zien we het ding zoals we denken dat het is.
De kroning van Eisenstein
Het Coronavirus herinnert volgens de Amerikaanse schrijver Charles Eisenstein aan de goede oude tijd waarin de dreigingen van besmettelijke ziekten konden worden afgewend door de moderne geneeskunde en hygiëne. Deze tijden zijn volgens hem voorbij, zo schrijft hij in zijn recent verschenen essay “The Coronation”. De regeringen zijn volgens hem ditmaal in hun nopjes met het virus.
Het sublieme
Stel je voor dat je op een avond even alleen bent op een balkon of in een tuin. Je kijkt naar boven, de hemel is helder en bezaaid met sterren. De sterren flonkeren, er zijn kleine en grote, heldere en minder heldere sterren. Je realiseert je hoe veraf de sterren moeten zijn en de hoeveelheid ervan doet je duizelen. Je realiseert je hoe klein je bent tegenover dat machtige uitspansel, een stofje zonder enige betekenis.
Schemerwoorden
In 2013 kwam een vertaling uit van de boeddholoog Paul van der Velde van een verzameling boeddhistische poëzie die dateert uit het einde van het eerste millennium. Het gaat om liederen die gecomponeerd werden door adepten in de boeddhistische meditatiemethodes, de zogenaamde siddha’s, waarin ze hun verlichtingservaring op een symbolische manier uitdrukten. Het gaat hier om de zogenaamde Caryāgīti, korte liederen van hooguit 20 regels.
Stilte in de storm
Boeddhadag/Boeddhafestival Rotterdam: ‘Het komt niet vaak voor dat 12 totaal verschillende boeddhistische groeperingen zo harmonieus samenwerken en samen een dergelijk evenement tot stand brengen. De organisatoren hebben in de loop der jaren heel veel plooien moeten gladstrijken.’












