Het boeddhisme is volgens Menno Prins soms een religie, soms een godsdienst, soms beide tegelijk, soms geen van beide, en uiteindelijk zelfs dat niet. Artikel 3 in een serie van drie.
Eerder verschenen:

3a. Soms is het boeddhisme zowel een godsdienst als een religie

Eerder heb ik betoogd dat het boeddhisme soms een godsdienst is en soms een religie. Het kenmerkende van godsdienst is: bereidheid tot dienen. Het kenmerkende van religie is: streven naar éénwording. Dienen en één- wording sluiten elkaar niet uit. Waar godsdienst en religie zich vermengen, is het resultaat: mystiek! Het woord mystiek wordt in de Christelijke traditie in verband gebracht met de (oud) Griekse werkwoorden ‘muoo’ en ‘mueoo’. Het eerste betekent: ‘met geheimen verbonden’ en ‘het sluiten van ogen en mond’. Het tweede werkwoord betekent ‘bekend worden van dingen die verborgen zijn’. Wat mij opvalt is dat “muoo” en “mueoo” enige klankgelijkenis hebben met het (Zen) boeddhistische “Mu”. Ik wijdt dat aan toeval, maar vind het wel frappant.

Onder mystiek wordt over het algemeen verstaan: het hartstochtelijk en dienstbaar streven naar de bijzondere vereniging van de ziel met god. De ultieme vereniging is te vergelijken met die waarin de waterdruppel oplost in de zee, met onvermijdelijk (al dan niet tijdelijk) verlies van iedere vorm van identiteit. Hoewel dit laatste het ultieme doel én lot is van mystieke vereniging, verkiezen veel mystici een fase daar vóór, waarin een twee-éénheid ervaren wordt, zoals wanneer een man en een vrouw met elkaar versmelten tot één lichaam met behoud van weet hebben van elkaar: “Gij in mij en ik in U”. In deze vereniging is er sprake van elkaar boven alles beminnen, van een elkaar door en door kennen en over en weer bekennen, inclusief het lang daarna nog ervaren van diepe bevrediging gepaard gaand met toenemend hunkeren naar herhaling. Dat laatste is drijfveer en valkuil tegelijk voor iedere mysticus.

Ik wijs er op dat er voor de fase en het niveau van “Gij in mij en ik in U” nog andere fasen liggen, op even zovele verschillende niveaus van bewustzijn van de eigen persoon, de ander en de verhouding tot elkaar. Hoeveel niveaus? Dat hangt af van hoe je de glijdende schaal indeelt tussen enerzijds volstrekt van elkaar afgescheiden in onwetendheid en anderzijds het volkomen in elkaar opgelost zijn. En van hoe ervaringen worden geduid en overgebracht. Daar waar godsdienst en religie samengaan en vervloeien in mystiek, schieten gewone woorden en alledaagse beelden – naar steeds opnieuw blijkt – echter tekort in het overbrengen van extatische ervaringen en het uitleggen van hoe dat precies zit met relaties tussen mensen en goden, tussen “minnaars” en “beminden”. Dat verklaart waarom iedere religie of wereldgodsdienst de afgelopen eeuwen haar eigen literatuur en poëzie voortgebracht; inclusief hagiografieën (beschrijvingen van levens van heiligen), biografieën over meesters en mystici, en een heleboel mythen, legenden, sagen, sprookjes en zelfs wetenschappelijke dissertaties; elk met eigen waarde en waarheid. Toen ze voor het eerst werden verteld of op kleitablet, papyrus, perkament of papier werden vastgelegd, sloten ze ongetwijfeld in woord- en beeldkeuze aan op de belevings- en kenniswereld van de mensen die toen leefden. Ook aan allerlei denkbare plaatsen waar wezens op verschillende bewustzijnsniveaus zouden kunnen vertoeven, zijn allerlei namen gegeven, en er bestaan veel verschillende beschrijvingen van hoe het daar op die plaatsen is en hoe het daar aan toegaat, bijvoorbeeld: Hemel; Walhalla; Eeuwige Jachtvelden; Reine Land of Zuiver Land. Er zijn ook namen voor plaatsen waar het minder aangenaam toeven is: Vagevuur; Hel; Avici…

Het boeddhisme heeft sinds Shakyamuni Boeddha zijn eigen mystici voortgebracht, die op hun beurt voortborduurden op of juist andere wegen insloegen dan de Vedische mystiek die er in die tijd was. Ook de boeddhistische mystiek kent verschillende versies van wat ik noem hemelse en helse topografieën, vol plaatsen waarheen de menselijke ziel na de dood zou kunnen verhuizen. Zowel die topografieën als beschrijvingen en afbeeldingen van de bewoners pasten ongetwijfeld in het wereld- en tijdsbeeld waarin zij ontstonden om mensen te onderwijzen. Maar in de loop van meer dan 2500 jaar is er een en ander veranderd, en niet zo’n beetje ook. Inmiddels weten we dat er in het stoffelijk heelal tot op heden nergens sporen zijn gevonden van iets dat wijst op het bestaan van andere werelden. Mijn voorlopige conclusie is dat alle schetsen en schema’s die allerlei hemelen en hellen, spirituele planeten en metafysische sferen in beeld brengen, en alle beschrijvingen, tekeningen en schilderijen en beeldhouwwerken van bewoners van die sferen, weinig anders zijn dan “verbeeldingen” van wat buiten de materiële sfeer ligt of zou kunnen liggen. Ik reken daar ook het boeddhistische Zuivere Land toe, inclusief Kanzeon.

Terug naar de mystiek:

Ik voel sympathie voor mystici, ongeacht de godsdienstig/religieuze stroming waartoe zij behoren. De belangrijkste reden om in mystiek mee te gaan, is voor mij: communicatie. Mystiek stelt mij in staat om met behoud van identiteit een dialoog aan te gaan met de verpersoonlijking van de ander of het totaal andere met wie / wat ik mij verbonden weet. Die verpersoonlijking is mijn Beminde -, mijn Geliefde, die mij – zo voel ik dat – onvoorwaardelijk liefheeft en kent tot in mijn merg en het diepst van mijn ziel. Mijn Beminde communiceert met mij door alle tijden en op allerlei manieren: niet alleen via gesproken en geschreven woorden, muziek en zang, schilderijen en foto’s, maar ook via het ruisen van de wind, het getjilp van vogels, het rollen van de donder en het knappen van brandende twijgen in een kampvuurtje. Tegelijk besef ik dat deze situatie nooit het einde kan zijn. Dat ligt nog net één stap verder… Kom: til je voet op …

En dat doet mij concluderen dat – ook als het boeddhisme soms zowel een godsdienst als een religie is – alles afhangt van de overtuigingen én (voor)beelden waardoor je je laat leiden. Dat gezegd hebbende, is het goed er op te wijzen dat het boeddhisme tenslotte soms ook noch een godsdienst noch een religie is.

3b. Soms is het boeddhisme noch een godsdienst noch een religie

Soms is het boeddhisme geen godsdienst, geen religie, geen mystiek … maar een filosofie, een stelsel van wijsgerige opvattingen. Anders gezegd: je kunt het boeddhisme praktiseren vanuit een ideologische of zelfs pragmatische benadering. Er bestaat een boeddhistisch humanisme, een boeddhistische psychologie, en zelfs een boeddhistische fysica die veel overeenkomsten heeft met de moderne quantumfysica. Je kunt dus als atheïst en als areligieus persoon, wars van iedere mystiek of spiritualiteit toch boeddhist zijn dan wel onderzoeken of het boeddhisme op dit moment de voor jou de best passende levenspraktijk is, om welke reden dan ook. De een noemt zo’n instelling wellicht opportunistisch, een ander vindt het vooral pragmatisch, een derde vindt het vooral gezwabber. Welk etiket je er op plakt maakt niets uit, want wat er op dat etiket staat, is per definitie toch niet hetzelfde als de inhoud. Zoals eerder gezegd, alles hangt af van wat je gelooft, lees: het stelsel van bewezen en onbewezen overtuigingen waarop je jouw doen en laten baseert. Ieder mens met een IQ boven de 10 heeft zo’n stelsel, verkregen door onder andere ervaring, opvoeding, scholing en culturele inbedding.
Een boeddhisme dat noch godsdienst, noch religie, noch mystiek is, is niet meer en niet minder dan een boeddhisme dat wél in meer of mindere mate godsdienstige, religieuze en/of mystieke elementen bevat. Het
maakt mijns inziens namelijk niets uit wat het boeddhisme wel of niet is. Belangrijk is dat je bereid bent om voor jezelf te denken, niets op gezag aan te nemen en kritisch te onderzoeken wat er van de realiteit overblijft wanneer je die ontdoet van alle door waarneming veroorzaakte vertekeningen en insluipsels.

Niet alleen in het boeddhisme, maar in iedere godsdienst, religie, levensbeschouwelijke stroming of filosofie zijn riten en rituelen, beelden, teksten en tradities belangrijk, zolang iemand ze belangrijk vindt, om welke reden ook. Het “zo hoort het” en “zo doen wij het” bepaalt de waarde van riten en rituelen binnen een bepaalde godsdienst, religie, levensbeschouwing etc. maar alleen dáárbinnen. Bijvoorbeeld: zeggen dat “NamuAmidhaButsu” de enige toegestane leer is (Shinran), is zinvol in de visie van Shinran en voor al zijn volgers in de Zuiver Land traditie, maar daarbuiten is het dat niet.
Het “dat vinden wij”en “zo is het omdat wij niet weten hoe het anders zou kunnen zijn” bepaalt het gewicht van teksten en tradities. Jezelf voor de voeten van een roshi neerbuigen en de Boeddha op handen dragen is belangrijk binnen de school waarbinnen het je voor voeten van een roshi neerbuigen en de Boeddha op handen dragen belangrijk gevonden wordt, maar daarbuiten is het dat niet. Het is nooit anders geweest.
Iedere rite, traditie, tekst of teken is waardeloos, zinvol en onzinnig tegelijk. Houd alles in ere zolang als het je verder brengt op je pad, maar geef het op zodra het al te nuttig wordt (bijvoorbeeld zaligmakend). Theorieën, hypothesen, leerstellingen, dogma’s en noem het allemaal maar op : belangrijk, zolang iemand ze belangrijk vindt. Ieder ritueel, iedere tekst is als de trede van een trap: je kunt er figuurlijk op staan om hoger of lager te reiken. Elke trede van een trap is belangrijk, ongeacht of je er af en toe een overslaat wanneer je naar boven of naar beneden gaat. Alle treden samen vormen een trap. De hele trap heeft geen nut meer als je bent waar je moet zijn. (Maar pas op: kan ineens toch weer nut hebben als je besluit naar andere mensen uit te reiken, als een boddhisattva, om hen te helpen vrij te komen van lijden).

Til je voet op…

Ik ben voor mijzelf tot de (voorlopige) conclusie gekomen dat het boeddhisme soms een godsdienst is, soms een religie, soms beide tegelijk, soms geen van beide, en uiteindelijk zelfs dat niet. Wat het ook is of niet is, ik vind er aanwijzingen in om mijn weg te gaan. Die weg heet gewoon “De weg”. Sommigen noemen die weg de Dharma, en ik doe dat soms ook. Op en langs mijn weg kom ik oneindig veel zaken tegen, met en zonder etiketten er op die mij vertellen wat voor zaken het zijn. Voor mijzelf ben ik tot de slotsom gekomen dat ook al zou ik de etiketten van alle mogelijke zaken honderdduizend keer verwisselen … de realiteit blijft onveranderlijk zichzelf. Er verandert niets, behalve de etiketten. De enige manier die ik snap om de realiteit zuiver en onversneden te ervaren is: week alle etiketten los, plak nergens nieuwe etiketten op; pak de realiteit niet in; manipuleer hem niet; maak de realiteit niet mooier of minder mooi dan hij is … enzovoorts. Laat wat is zijn wat het is: de realiteit. Leef, door onbevreesd helemaal in de realiteit op te gaan! Niet een beetje, niet half, niet tot zo ver en niet verder … maar 100%, en niet morgen of gisteren, en niet alleen zo af en toe als het uitkomt, maar nu en zolang als je leeft. Is dat altijd fijn? Nee, niet altijd. Maar “niet fijn” is ook gewoon wat het is: “niet fijn”. “Niet fijn” is als een boom langs de weg: je kunt er tegenaan lopen, of omheen. Je kunt er onder gaan zitten, of zelfs in klimmen, maar je kunt ook doorlopen naar een andere boom. En als je door een heel bos loopt met “niet-fijn-bomen”, en daar wellicht zelfs in verdwaalt, dan is dat zelfs heel erg niet fijn. Toch is het is alleen maar wat het is… maar wellicht heb je hulp nodig van anderen die ook onderweg zijn, om je uit zo’n bos vol “niet-fijn-bomen” te leiden. Die hulp is er, óók in boeddhistische vorm. Voor hetzelfde geld kun zelfs gemakkelijker verdwalen in een bos vol “heel-erg-fijn–bomen”. Ook dan kun je hulp gebruiken … hoewel ik uit ervaring weet dat het erg verleidelijk is om die af te slaan, want een bos vol “heel-erg-fijn-bomen” is inderdaad wel heel erg fijn!

Het is niet moeilijk: de weg strekt zich altijd vóór mij uit, in welke richting ik mij ook draai.
Het is moeilijk: de weg strekt zich altijd vóór mij uit, in welke richting ik mij ook draai.
Het is onmenselijk: er is geen beginnen aan de weg, want er komt geen einde aan.
Het is bevrijdend: er is geen begin van de weg, en er is geen eind … het enige dat er is, IS de weg.

Ik ben.
Wij zijn.

Kom, til je voet op …

Wordt één met de weg.

Weg.

Categorieën: Boeddhisme, Boeddhistisch leven, Opinie
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Til je voet op

  1. Sjoerd Windemuller schreef:

    Yes!!!

  2. Margreet schreef:

    dank je Menno, een verademing om te lezen

Menu