Een Zinspeeltuin – wat was dat ook alweer?
Even de aflevering van vorige week samenvatten. Zinspeeltuinen zijn plekken in de marge van de samenleving. Mensen kunnen daar zinspelen op betere waarden en verdiepende zingeving. Dat is nodig omdat er na de ontzuiling geen vervanging is gekomen voor wat de zuilen betekenden voor het reilen en zeilen van de samenleving. De zuil-identiteit is goeddeels ingeruild voor die van consument. Omdat een inspirerende visie nu vaak ontbreekt, krijgen nihilisme, populisme en autocratie kansen en ruimte.
De Zinspeeltuin nodigt uit om met mogelijkheden te spelen. Verschillen tussen mensen zitten niet in de weg, maar zijn juist het startkapitaal. Ideologieën en levensbeschouwingen, al dan niet religieus, maken deel uit van het repertoire. Want wie speelt, verkent als een spelverdeler alle alternatieven. Omdat de Zinspeeltuinen zich in de marge van de samenleving bevinden, kan van een afstandje fris gekeken worden naar wat voor normaal doorgaat maar dat niet per se is. Prettige bijkomstigheid: typerend voor de marge zijn tamelijk horizontale machtsverhoudingen. Tuinen bieden een extra als symbolische ontmoetingsplekken waar het goed toeven is. Hoe chaotischer het samenleven wordt, nationaal en op wereldschaal, des te noodzakelijker worden de Zinspeeltuinen.
Zijn er al Zinspeeltuinen?
Al is de term nieuw, Zinspeeltuinen bestaan al heel lang. Ze liggen klaar voor herkenning en benutting. Elke vrij toegankelijke plek in de marge die in barre tijden speelse verkenning van alternatieve waarden en zingeving mogelijk maakt, is een Zinspeeltuin. Wereldreligies zijn ooit zo ontstaan, meestal in moeilijke tijden en uit reactie op visies die wel macht hadden, maar onvoldoende inspireerden. Al zijn diezelfde religies nu grotendeels gevestigd en delen ze nogal eens in onrustbarende centrale machtsprocessen, toch kunnen in hun marges verrassende Zinspeeltuinen opbloeien. Dat gebeurt al als iemand vraagt waar het oorspronkelijk ook alweer om te doen was.
Geef eens een voorbeeld.
In ons land rijst die vraag naar de oorspronkelijke bedoeling regelmatig, omdat met name kerken leeglopen. Op zoek naar een nieuwe, duurzame rol voor hun kerk bedenken inspirators soms iets dat veel weg heeft van een Zinspeeltuin. Vrijzinnige kerken, zoals in ons land Doopsgezinden en Remonstranten, hebben daar ruime ervaring mee. Al in de 19de eeuw hadden hun leiders door dat de modernisering uitnodigde tot herbronnen voor een passende geloofsvorm. Nog steeds opereren deze kerken in de marge. Dat ze nu vaak vergrijzen, zorgt ervoor dat de zin van hun bestaan opnieuw aan de orde gesteld wordt. De nood van dreigende sluiting is een vermomde deugd. Nogal eens leidt dat tot een Zinspeeltuin-achtige invulling. Gemeenschap en infrastructuur worden heruitgevonden.
Maar er zijn toch ook seculiere plekken die op Zinspeeltuinen lijken?
Zeker. Het Humanistisch Verbond, annex instellingen in onderwijs en media, biedt zulke plekken. Er zijn auteurs, cabaretiers en columnisten die graag in de Zinspeeltuin vertoeven, zoals Roxane van Iperen en Dolf Jansen. Media van allerlei snit snijden onderwerpen aan die bij Zinspeeltuinen horen. Op TV gaat dat van sommige praatprogramma’s, via satirische shows, tot levensbeschouwelijke rubrieken. Verder zijn er websites die ruimte bieden voor de zoektocht naar betere waarden en weloverwogen zingeving. Zie bijvoorbeeld nieuwij.nl en boeddhistischdagblad.nl. Kranten en tijdschriften – Trouw, NRC, Volzin, De Groene Amsterdammer – kaarten met enige regelmaat discussies aan over zingeving en waarden voor deze tijd. Verder zijn er her en der debatcentra, vormingsinstellingen en ecologische woongemeenschappen die dat doen. Een interessant voorbeeld van de laatste categorie is Gaia Collectief Ecolonie (ecolonie.org), met ook werkelijk een tuin.
Maar als er al zoveel gebeurt, waarom nog nieuwe Zinspeeltuinen?
Zolang mensen breed het gevoel hebben dat de wereld niet goed beheerd wordt, zijn Zinspeeltuinen nodig, ook nieuwe. Dat deze tuinen per definitie buiten het machtscentrum liggen, verleent hun een geuzennaam. Op de naam ‘Zinspeeltuin’ rust geen copyright. De merknaam is vrij beschikbaar in het publieke domein. Ze is er voor gebruik bij elk bestaand of nieuw initiatief. De enige voorwaarde is dat de kenmerken van de Zinspeeltuin aanwezig zijn: vrij toegankelijk, in de marge, remedie in barre tijden, en een speelse verkenning van alternatieve waarden en zingeving. Trouwens, dat er al veel Zinspeeltuinen bestaan, blijft onzichtbaar. Men zucht dan bescheiden: ‘het mag geen naam hebben’. Nu dus wel, als handelsmerk, waarmee de zichtbaarheid van Zinspeeltuinen in de samenleving toeneemt. Wat een naam heeft, verkrijgt werkelijkheid.
Wat gebeurt concreet in een Zinspeeltuin?
Wie in de marge zinvol bezig is, benut bronnen die daar van nature beschikbaar zijn. Kunstenaars van allerlei soort zijn er goed vertegenwoordigd. Ook wetenschappers vinden daar hun creatieve ruimte. Als levensbeschouwingen, al dan niet religieus, nog iets van hun oorsprong in de marge in stand hebben gehouden, vormen die eveneens een bron van inspiratie. Bij zingeving staat wat ons overstijgt centraal en dus ook alles wat ons helpt om daarmee om te gaan: kunst, wetenschap, levensbeschouwing.
Kent de Zinspeeltuin ook een valkuil?
Zeker, dat is de rol van macht. Macht – het vermogen het gedrag van anderen te beïnvloeden – moet een middel blijven en niet tot doel worden. Machthebbers zien niet altijd het verschil. Macht hoort ook meer bij het centrum dan bij de marge. Maar ze zit in de Zinspeeltuin omdat daar gedragsverandering het doel is, en ja, gedragsbeïnvloeding = macht. Macht is dus onvermijdelijk, maar omdat het eenduidigheid nastreeft, kan het haaks op het spel gaan staan, Spel dient als check op machtsmisbruik, want opent altijd het dubbele perspectief, met zicht op alternatieven. De hamvraag is steeds wie de zingeving en het waardenpakket in de Zinspeeltuin bepaalt en met welke middelen. Gedragsverandering moet het sowieso hebben van sociaal draagvlak, plus gedeelde symboliek en een effectief tijdpad.
Zo, het ontwerp van de vorige aflevering is vertaald in een min of meer aangelegde tuin. Wie het ziet, herkent het, gaat meedenken, past het toe, geeft het door en vermenigvuldigt het. Doen!


Geef een reactie