Deze week keek ik op tv naar een aflevering van Heel Holland bakt waarin de deelnemers een brood moesten bakken. U zult nu denken: wat kijkt die man veel tv. Dat is ook zo, met name in de avonduren, na vaak een lange werkdag. Ik kijk naar dit soort mogelijk onbenullige programma’s om niet naar de heer Trump te hoeven kijken, op een ander net. Een soort ontwijkende therapie. En ook omdat ik dit soort ongevaar wel aardig vind. Ik kan het kastje natuurlijk ook niet aan zetten maar dan ben ik een vluchter.

Mijn vader Frans de bakker, met mijn hond Quintus als pup.

Hoe dan ook, de deelnemers bakten brood. Ik heb jarenlang ook mijn eigen brood gebakken. Dat leerde ik van mijn vader, die heel vroeger een eigen bakkerij had en arbeiders -knechten- in dienst had om die broden bij de mensen thuis te bezorgen. Met de hand brood maken is een ambacht en een heerlijke meditatieve bezigheid.

Aan mijn broden kwam geen machine te pas. Meel, water, zout en gist en een klein stukje boter kneedde ik met mijn handen tot een deeg op een met bloem bestoven grote plank. Liet het rijzen, weer kneden, weer rijzen, opmaken in een metalen broodvorm en dan de voorverwarmde oven in. Verder kwam er niets aan te pas, behalve geduld. Ik schat dat per brood er wel 3 uur tijd in ging zitten. Het resultaat was heerlijk. Alleen de geur al. Ik ben een goede bakker, zeggen anderen.

Toen ik een gezin stichtte kwam het accent van de baktijden op de zondagmorgen te liggen. De kinderen en mijn vrouw lagen nog te ronken in hun bedjes boven in huis als ik al om zeven uur in de ochtend bezig was om brood te maken. Bruin, volkoren en kleine bolletjes. Soms ook luxe broodjes. Zo tegen een uur of elf hoorde ik voetjes trippelen op de trap en kwam er een -eigen- kind binnen om een versgebakken broodje op te halen. Gesproken werd er niet, met brood en al ging het kind weer naar boven.

Soms bakte ik alleen voor mezelf. Ik weet nog dat het winter was van een bepaald jaar. Die nacht zou de Elfstedentocht van start gaan. Daar zat ik dan, voor de tv, met geurende zelfgebakken krentenbollen en voelde me de bakker te rijk.

Het lijkt zo eenvoudig maar het is een luxe en voorrecht om brood te kunnen maken. Dat ik over bloem, gist en water beschik waarvoor tientallen mensen aan de slag zijn geweest. En een oven. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend als het lijkt.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef,  de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij  corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Columns, Joop Hoek, en Nieuws Tags: bakkerij, brood bakken, geur, knechten, kneden, over, en vader 

2 reacties op Het jaar 2017 – de tweehonderdentweeenzeventigste dag – brood

  1. G.J. Smeets schreef:

    Prachtige foto.
    Grote handen had bakker Frans.
    En Quintus, lustte die keihard uitgedroogde luxe-broodjes?

    • Joop Ha Hoek schreef:

      Ouderwetse bakkers hebben flinke, gespierde handen, anders bakken ze zielige broodjes. Quintus at pens, brokken en gistocal. Een maal in de zoveel tijd haalde ik bij een slager een hele pens en sneed die aan stukken. De stank was in het huis niet te harden, mijn echtgenote vluchtte het huis uit en de hond wachtte likkebaardend zijn beurt af.

Menu