Nee, láchen is het meest nabij. Nee….
Hans van Dam
42. Op de weg zie je alleen maar wijzers
Als je elke weg weet te vermijden gaat er een wereld voor je open.
41. Waan na waan – een lekke kraan
Niet blijven staan en niet blijven gaan.
Koan 30 – Hoe groet je een meester?
‘Zeker familie van de meester,’ mopperden de monniken.
Koan 29 – Wat zoek je?
Tot hier en niet verder.
Draaien als een derwisj, 10
…
40. De praktijk van niet praktiseren
Naar de plaats waar geen schijnheiligheid of heiligheid bestaat.
39. Verdergaan zonder dichterbij te komen
De vraag is niet waarheen: de vraag is waarvandaan.
38. Dat nooit meer!
Was ik maar vast uitgedoofd, zei de vulkaan, en spuugde lava naar de maan.
37. Derwisj in duigen
Rozen verwelken, schepen vergaan maar geen idee blijft altijd bestaan.
Koan 28 – Schreeuwen of slaan?
Wie zit hier vast, de meester of de leerling?
Koan 27 – Wat is een witte stier op een kale vlakte?
Kalfsleer voor koeienkoppen.



