1. Religie. De kracht van een nieuw geloof is dat het je bevrijdt van het oude. De zwakte van een nieuw geloof is dat het je op zijn beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van ieder geloof en ongeloof, oud en nieuw? Niet-weten – het lege geloof.
2. Ethiek. De kracht van een nieuwe moraal is dat ze je bevrijdt van de oude. De zwakte van een nieuwe moraal is dat ze je op haar beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van iedere moraal, oud en nieuw? Niet-weten – de lege moraal.
3. Wijsbegeerte. De kracht van een nieuwe leer is dat hij je bevrijdt van de oude. De zwakte van een nieuwe leer is dat hij je op zijn beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van iedere leer, oud en nieuw? Niet-weten – de lege leer.
4. Wetenschap. De kracht van een nieuw paradigma is dat het je bevrijdt van het oude. De zwakte van een nieuw paradigma is dat het je op zijn beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van ieder paradigma, oud en nieuw? Niet-weten – het lege paradigma.
5. Politiek. De kracht van een nieuwe overtuiging is dat ze je bevrijdt van de oude. De zwakte van een nieuwe overtuiging is dat ze je op haar beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van iedere overtuiging, oud en nieuw? Niet-weten – de lege overtuiging.
6. Verhalen. De kracht van een nieuw verhaal is dat het je bevrijdt van het oude. De zwakte van een nieuw verhaal is dat het je op zijn beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van ieder verhaal, oud en nieuw? Niet-weten – het lege verhaal.
7. Denkbeelden. De kracht van een nieuwe gedachte is dat ze je bevrijdt van een oude. De zwakte van een nieuwe gedachte is dat ze je op haar beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van iedere gedachte, oud en nieuw? Niet-weten – de lege gedachte.
8. Niet-weten. De kracht van niet-weten is dat het je bevrijdt van het weten. De zwakte van niet-weten is dat het je op zijn beurt vastzet. Wat is het dat je bevrijdt van ieder weten en niet-weten, oud en nieuw?

