Niet-weten vindt zelden bijval. Het woord niet en waar het voor staat niet. Wie wil er nou niet weten. Wie wil er nou met lege handen staan. Met lege woorden. Met een leeg hoofd.
Het gros van de mensen kent het begrip niet eens, of gebruikt het als synoniem voor onwetendheid. Voor hen is niet-weten iets om te ontkennen of (na een paar glaasjes) te bekennen, niet iets om te herkennen, erkennen, verkennen.
Op een feestje over niet weten beginnen raad ik af, doe het niet. Ook tijdens sollicitaties zou ik erover zwijgen, of het moest bij NietWeten.nl zijn. Vacatures hebben we niet, zeg ik erbij, vacatures zijn we. Invullen hoeft niet, vul ik aan, we zijn al vervuld.
Jazeker, ik heb het getroffen met mijn roos, zei de schietschijf. Lief en ik zijn lovers van de lege leer, zielsverwanten en lotgenoten, nitwits van de onderste plank.
Dagelijks verwonderen we ons over dit wezenloze bestaan. Bekijken het van alle kanten zonder een steek wijzer te worden, of je moet dat wijsheid noemen.
Niets levert het op, zelfs geen niet-weten. Wel wordt het leven spannender als het mee mag doen, en wij ontspannener.
Verder modderen we maar wat aan, zoals we altijd hebben gedaan. Lopen wad naar ’t grote gat tot de vloed ons scheidt.
Hoor! De krabben slijpen al hun scharen.

