De meester ligt op sterven.
Eerste leerling: Hier sterft de Waarheid.
Meester, hijgend: Die moet nog geboren worden.
Tweede leerling: De Waarheid wordt ieder moment opnieuw geboren.
Meester, hoestend: Dan mag jij haar vroedvrouw zijn.
Derde leerling: De Waarheid is eeuwig en ongeboren.
Meester, fluisterend: Dat kunnen we van mij niet zeggen.
Vierde leerling: Waarheid bestaat niet.
Meester, kreunend: Daar kan ik een voorbeeld aan nemen.
Vijfde leerling: De Waarheid is voorbij de woorden.
Meester, piepend: Waarom hou je dan je mond niet.
Laatste leerling: …
Meester, rochelend: Hèhè.

