In 7 stappen naar kamertje 100.
3
De dwaaltekst van gisteren, Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid, heeft als ondertitel ‘Genade in 33 triaden’.
Zoals de numerologen onder ons wellicht weten is een triade een drietal, bijvoorbeeld de Dwaas, de Wijze en de Dwijze; de Boeddha, de Dharma en de Sangha; de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
3 is het godsgetal.
33 triaden van genade zijn er, en elk daarvan volstaat, want iedere triade is een lade voor alle andere.
De triaden van genade zijn te vergelijken met de poorten van de Wumenguan: iedere poort biedt toegang tot één en dezelfde plaatsloze plaats, de wolk van onweten, of hoe het hier ook mag heten. Want een poort is dan wel geen trede, boven is wel beneden.
33 is 3 keer 11.
11
11 is het dwazengetal, het gekkengetal, het narrengetal, het zottengetal, het kengetal van carnaval.
Officieel begint carnaval op de elfde van de elfde om elf over elf met een vergadering van de Raad van Elf. Maar carnaval heeft geen begin nodig, het houdt niet op, al sinds protoplasmische tijden is het non-stop bal.
Je hele leven loop je de polonaise, in de pas of uit de pas, tot je erbij neervalt. Dan word je, nog steeds in een stoet, naar je graf gedragen.
Onderweg ga je verkleed als baby, kind, leerling, volwassene, moeder, vader, automonteur, boer, bakker, dokter, burgemeester, pastoor, leraar, therapeut, roshi, coach, blogger, vlogger, socialist, kapitalist, imperialist, fascist – verschillende pakken van hetzelfde laken.
Wie of wat je ook voorwendt te zijn, je bent en blijft Prins Carnaval gekluisterd aan je grondgetal, elf.
22
22 is het wijzengetal.
22 gedeeld door 2 is 11, dus een dwaas is een halve wijze, maar 2 keer 11 is 22, dus een wijze is ook twee dwazen, daar hoef je echt geen Einstein voor te wezen.
22 heet ook het meestergetal. Een meester is iemand die de catch 22 van verlichting volledig doorziet, en daarmee zijn meesterschap.
De ware meester is meester af. Hij kent geen ware meesters, geen onware. Zijn ware naam is meester Af.
33
33 is het dwijzengetal, de som van het dwazengetal 11 en het wijzengetal 22.
Een dwijze is een dwaze wijze, oftewel een wijze dwaas, want optellen is commutatief.
Een wijze die zich van zijn dwaasheid probeert te ontdoen is gewoon een dwaas, een dwaas die zich van zijn wijsheid probeert te ontdoen evenzeer, want aftrekken is niet-commutatief, dwaasheid wel distributief.
Een dwijze is een dwijze is een dwijze, op en top associatief. Niets laat hij zich wijsmaken en niemand maakt hij iets wijs, dit ook niet. Hij draait op 33 toeren om zijn as, als een derwisj met een kras, zonder plaat voor zijn kop, of raad van elf.
33 is de hoogste graad in de Vrijmetselarij. Verder zijn ze daar nooit gekomen, dat spreekt: wie zichzelf vrij wil metselen zal zichzelf inmetselen.
66
66 is de som van het dwazengetal 11, het wijzengetal 22 en het dwijzengetal 33.
66 is ook het nummer van de autoroute dwars door Amerika die de oostkust met de westkust verbindt, en bij uitbreiding het nummer van de tussenweg die nergens loopt maar alles met alles verbindt – these met antithese in synthese, wijsheid met dwaasheid in dwijsheid, het boze nee met het blijde ja in het grote tja.
Om tot niet-weten te komen moet je de tussenweg in twee richtingen tegelijk bewandelen. Dat kan je niet omdat je denkt dat het niet kan. Laat die gedachte gaan en je ontdekt dat je nooit anders hebt gedaan.
99
99 is het dwijzengetal 33 vermenigvuldigd met het godsgetal 3.
99 is ook het atoomnummer van het element einsteinium en het aantal schone namen van god.
De schone namen van god zijn niet de ware naam van god, en over zijn wonderbare overstijging van bestaan en niet-bestaan blijft het laatste woord terecht ongezegd.
100
100 is het kengetal van het kleinste kamertje waar werkelijk iedereen in past: de bovenkamer.
De ware naam van god is de honderdste. Die kunnen we niet weten, niet-weten zal hij heten.
Niet vergeten: De dwaas denkt dat getallen iets betekenen, de dwijze niet. De wijze denkt dat getallen niets betekenen, de dwijze niet.

