Zonder oordelen is de wereld griezelig onvoorspelbaar. De eerste stap naar gemoedsrust is daarom oordelen.
Iedereen oordeelt. Oordelen geeft je het gevoel dat je weet waar je aan toe bent en wat je moet doen en laten. Of je oordeel klopt doet er minder toe; zodra en zolang je erin gelooft word je er rustig van.
De tweede stap naar gemoedsrust is oordelen over je oordelen. Daarvoor hoef je je oordeelsvermogen niet uit te schakelen, zoals soms gedacht wordt, integendeel, je zet het in om je oordelen te beoordelen.
Door kwesties steeds van alle kanten te bekijken ontdek je dat je oordelen niet absoluut waar zijn. Je begint de betrekkelijkheid ervan in te zien. Je wordt zachter, milder, kleiner.
Je oordelen wordt oordelen zonder oordeel – niet-oordelen.
Je geloven wordt geloven zonder geloof – niet geloven.
Je weten wordt weten zonder weten – niet-weten.
Je doen wordt doen zonder doen – niet-doen.
Je gemoedsrust berust niet langer op oordelen, geloven, weten, doen.
Ze berust op niet-oordelen, niet-geloven, niet-weten, niet-doen.
Ze voedt zichzelf in alle rust.

