‘Geachte heer Van Dam, twijfel zaaien over de vrije wil vind ik een zeer kwalijke zaak.’
‘Kan ik het helpen.’
‘Als we het idee van de vrije wil opgeven, gaat de verantwoordelijkheid mee. Als we de verantwoordelijkheid kwijtraken, gaat de aansprakelijkheid mee. Als we de aansprakelijkheid kwijtraken gaat de rechtspraak mee. Als we de rechtspraak kwijtraken gaat de moraal mee. Als we de moraal kwijtraken, gaat de beschaving mee. Als we de beschaving kwijtraken, wordt het een jungle.’
‘Zonder vrije wil kan niemand ervoor kiezen iets op te geven.’
‘Het zou een chaos worden als niemand meer in de vrije wil geloofde.’
‘Misschien is het wel een chaos geworden omdat iedereen in de vrije wil gelooft.’
‘Ik vind dat u gevaarlijk bezig bent.’
‘Zegt u dat uit vrije wil of moest u wel?’
‘Twijfel zaaien over de vrije wil vind ik een zeer kwalijke zaak.’
‘Kan ik het helpen.’

