‘Wat betekent ethiek voor jou, Hans?’
‘Geen moralisme, geen immoralisme, geen amoralisme.’
‘Wat betekent democratie voor jou?’
‘Niet voor zijn, niet tegen zijn, niet neutraal zijn.’
‘Wat betekent kiezen voor jou?’
‘Niet stemmen, niet blanco stemmen, niet thuisblijven.’
‘Hoe breng je dat in de praktijk?’
‘Het is de praktijk die het in jou brengt.’
‘Hoe moet ik dat zien?’
‘Je hebt er geen omkijken naar.’

