Laatste deel van een drieluik over dementie en niet-weten. Eerste deel. Tweede deel.

 

Dus hoefden we onze tijd niet zoals vroeger te verdoen met de heilige opdracht onze gedachten op elkaar af te stemmen om, door de betovering van de eensluidendheid, de illusie van een bestendige, objectieve, coherente, intelligibele en beheersbare wereld in stand te houden.

 

Wat mij achteraf misschien wel het meest verbaasd heeft aan mijn reactie op mijn vader’s dementie is dat ik geen moment de behoefte voelde om zijn wereld voor hem te ordenen.
Mij maakte het niet uit dat zijn werkelijkheid van zin tot zin veranderde.
Woonde hij zelfstandig dan woonde hij zelfstandig.
Woonde hij een zin later in een bejaardentehuis dan woonde hij in een bejaardentehuis.
Woonde hij een zin later in bij mijn broer dan woonde hij in bij zijn zoon.
Woonde hij een zin later bij pa en moe dan was hij kind van zijn ouders.

Mij maakte het niet uit dat mijn vader geen idee had wie hij was, of wie ik was – of eigenlijk het ene idee na het andere.
Was ik zijn kind, dan was ik zijn kind.
Was ik een zin later zijn jongste broer dan was ik zijn jongste broer.
Was ik een zin later zijn collega dan was ik zijn collega.
Was ik een zin later zijn vriend dan was ik zijn vriend.
Allemaal goed.
Als het erop aankwam had ik zelf immers ook geen idee wie en wat en of hij was, en wie en wat en of ik was.
Had ik niet en heb ik niet.
En ook niet waar ik eigenlijk ben, wat thuis is en wat uit, wat eigen is en wat vreemd, wat ik hier doe en hoe ik hier gekomen ben en hoe het nou verder moet.

Als je zozeer bij de gedachte leeft als ik dan ben je door en door bekend met de schimmigheid van ‘je’ of ‘de’ ‘werkelijkheid’.
Daardoor besef je dat de overeenkomsten tussen een niet-demente geest en een demente veel groter zijn dan je op het eerste gezicht zou denken.
Die vluchtigheid.
Zap, zap, zap.
Van het ene fragment naar het andere.
Van de ene hypothese naar de andere.
Van het ene verleden naar het andere.
Van de ene dagdroom naar de andere.
Van het ene verhaal naar het andere.
Van de ene identiteit naar de andere.
Van het ene gevoel naar het andere.
Van het ene verlangen naar het andere.
Van de ene betekenis naar de andere.
Van de ene zin naar de andere.
Zap, zap, zap.
De hele dag door.
Alle bestendigheid is schijn.
Een blinde vlek van de eenzijdig naar buiten gerichte geest.
Of is dat ook maar schijn?
Zap.

Omdat ik als het erop aankomt geen idee heb hoe de wereld in elkaar steekt, had ik niet de behoefte, zoals de meeste normale mensen wel, om mijn verwarde vadertje uit te leggen hoe het allemaal zat.
Om hem er voor de duur van mijn bezoek bij te halen en bij te houden.
Wáárbij dan wel?
Bij wélke wereld?
Van wie?
Waarom?
Voor hoelang?
Ik kan mezelf er niet eens bij houden.
Ik wenste niet als vertegenwoordiger van het gezonde verstand op te treden, of van welk verstand of onverstand dan ook.
Dus konden we zomaar wat kletsen en hoefden we onze tijd niet zoals vroeger te verdoen met de heilige opdracht onze gedachten op elkaar af te stemmen om door de betovering van de eensluidendheid de illusie van een bestendige, objectieve, coherente, intelligibele en beheersbare wereld in stand te houden.
Praten met mijn vader is (in dit opzicht) nooit makkelijker geweest.
Bij gebrek aan een agenda hadden we de grootste pret.

 

Hans en Ton

 

Dit drieluik is samengesteld uit brieven aan vrienden en familieleden rond de tijd van het overlijden in de lente van 2012. Eerste deel. Tweede deel.

Deze tekst maakt deel uit van Zondagskindjes, een serie teksten over niet-weten die geen deel uitmaken van een serie.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Hans van Dam Tags: dementie, dood, niet weten, en zondagskindjes 

4 reacties op De betovering van de eensluidendheid

  1. Theo de Groot schreef:

    Mooi bitterzoet verhaal, zoals het gras mee bewegen in de wind en ontegenzeggelijk -zijn-. Het is voor mij steeds een zoektocht, die vrijheid-van-zijn. Na dit verhaal lijkt het me dit allemaal “najagen van de wind”, allemaal “ijdelheid” (Prediker). Ben onlangs gestopt met werken, na 38 jaar bevlogen en intensief onderwijswerk. Het voelt soms alsof ik de weg kwijt ben; wie ben ik (nog), hoe verhoud ik me tot mezelf en anderen, mag ik er zijn?
    Dank voor het drieluik, de openhartigheid en de heldere beschouwing tot slot.

  2. Utamwara schreef:

    Mooi, Hans!

  3. Piet Nusteleijn schreef:

    Hartelijk dank voor de mooie drieluik. Je beschrijft de wereld van ‘Het denken’. Van ‘ons denken’. Daar zit geen houvast aan. Daar kan je geen peil op trekken.
    Buiten deze wereld, buiten het denken, verandert niets. Dat is onveranderlijk. Basis. Lang leve de pret die daar uitseipeld. Weer even denken; schrijf je dit met een lange of korte IJ? Ja. Met een lange. Groet.

  4. Nellie Tankink schreef:

    Dank je wel voor het delen van jouw verhaal. Ontroerende weergave. Alsnog gecondoleerd met het verlies van je beide ouders.

Menu