Bodhidharma zat onverstoorbaar met zijn gezicht naar de muur. Zijn toekomstige opvolger Hui-k’o, de tweede zenpatriarch, stond uren op hem te wachten in de sneeuw. Ten einde raad hakte Hui-k’o zijn arm af boven de elleboog en liet hem aan Bodhidharma zien met de woorden: ‘Mijn geest kan geen rust vinden. Ik smeek u meester, breng mijn geest tot rust.’ ‘Breng me je geest en ik breng hem tot rust’, zei Bodhidharma. ‘Maar die kan ik juist niet vinden’, riep Hui-k’o uit. ‘Dan is je geest tot rust gebracht.’

 

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

 

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu