Vriendschap is als relatievorm zo onverstoorbaar dat ze door de tijden heen in de kern hetzelfde is gebleven. Ze heeft zich in alle tijden onttrokken aan instituties, liet zich niet vastleggen of plannen en bleef onberekenbaar en onbestuurbaar.
De vriendschap is de bouwsteen van sociale cohesie, omdat ze mensen verbindt over de grenzen van het eigen huishouden en de eigen bubbel heen. Familie- en vriendenliefdesrelaties zijn belangrijk, maar blijven ingebed in sterke dagelijkse verplichtingen en particuliere loyaliteiten. Vriendschap is daarentegen een duurzame betrokkenheid buiten alle instituties om.
In vriendschappen bouwen mensen bruggen tussen sociale werelden en ontstaan netwerken van informele steun, informatie en vertrouwen die verder reiken dan familienetwerken. Zulke verbanden vormen een onmisbare voedingsbodem voor bredere solidariteit. Een samenleving waarin vriendschappen verschralen, verliest daarom veel meer dan alleen warmte of gezelligheid. Ze verliest het vermogen om burgers tot medeburgers te maken (bladzijde 289).
Over het hoofd gezien?
Vriendschap is dus belangrijk voor ons, maar wat is het eigenlijk? Laten we voorop stellen dat verschillende filosofen zich wel uitgebreid met vriendschap hebben bezig gehouden. Het was voor Aristoteles de toetssteen voor je kwaliteit als mens, Montaigne schrijft over de vriendschap als wederzijdse erkenning en Albert Camus zag in de vriendschap het grootste geluk dat een mens kan bereiken. Er heeft echter volgens professor Beate Völker, sociologe aan de V.U. te Amsterdam, nog nooit iemand een heel boek aan gewijd. Daarom heeft zij deze taak op zich genomen en het boek is door Uitgeverij Alfabet onlangs uitgebracht.
Het is een dikke pil geworden, onderverdeeld in vier delen. Het eerste deel is een poging om het verschijnsel vriendschap te beschrijven. Het tweede geeft een historisch overzicht van de manier waarop men met vriendschap is omgegaan. De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek naar vriendschap komen aan de orde in het derde deel en tenslotte de helende kracht van vriendschap voor lichaam en geest in het vierde.
Wat is vriendschap eigenlijk?
Dit blijkt in het algemeen niet zo gemakkelijk te zeggen. Niet iedereen heeft er dezelfde ideeën over en bovendien zijn er verschillen in opvattingen per tijdvak en cultuur. Het verschil tussen boezemvriend, vage vriend en kennis is niet voor iedereen hetzelfde en bovendien vaak moeilijk aan te duiden. Daar komt nog bij dat niet elke vriendschap hetzelfde is. Aristoteles onderscheidde al drie soorten: iemand met wie je samen uitgaat, iemand met wie je samenwerkt en iemand die je vriend is om wie je bent. Alleen de laatste soort vond hij een echte vriend.
Vriendschappen zijn informeel. Je hoeft er geen verklaring voor af te leggen, vriendschap wordt ook niet officieel bevestigd en er zijn geen regels voor. Je kunt met iemand bevriend raken die heel anders is qua status, rijkdom en leeftijd. Wat wel een minimum eis lijkt te zijn, is vertrouwen.
Vriendschap door de eeuwen heen
Zoals vermeld beschrijft Völker in het tweede deel de opvattingen over vriendschap in de geschiedenis van Europa. Ze begint bij het Gilgamesh-epos, waarin wordt verteld hoe Gilgamesh zijn latere vriend Enkudu ontmoet die qua karakter precies het tegendeel is van hem. Bij de eerste ontmoeting gaan ze een gevecht aan met elkaar maar geen beiden kan winnen. Vervolgens worden ze vrienden en door hun vriendschap worden ze pas echt mens en individu (bladzijde 58).
De oude Grieken vonden vriendschap zeker erg belangrijk. Alleen bij Plato weet je nooit of hij eros, dat was in zijn geval pedofilie, of echte vriendschap bedoelde. De anderen waren daar wel duidelijk in. Epikuros zag vriendschap als een van de belangrijkste fundamenten van onze menselijkheid (bladzijde 78). Het is de hoogste vorm van menselijke relatie en een bron van wijsheid. Seneca zag in de vriend de ware medemens en hij schreef ook dat bezit zonder vrienden geen vreugde brengt (bladzijde 80).
In de twaalfde eeuw schrijft de Cisterciënzer abt Aelred van Rievaulx dat vrienden elkaar moeten helpen in hun gerichtheid op God. Vriendschap wordt dus ondergeschikt aan het geloof. Dat zie je ook bij Augustinus. Eigenlijk vindt de christen dus vriendschap, amicitia, ook ondergeschikt aan caritas, de liefde voor alle medeschepselen, want dat is een religieuze plicht (bladzijde 89). In de kloosters mocht je dan ook geen vriendjes hebben, want God moest op de eerste plaats komen.
Vanaf de Renaissance en vooral in de 15e-16e eeuw ontstaan er in Europa netwerken van vrienden op grond van de correspondentie die men toen voerde. Hierbij krijgt vriendschap weer de oude lading. Montaigne schrijft bijvoorbeeld dat vriendschap berust op een wederzijdse erkenning en staat daarmee dicht bij Aristoteles.
In de 16e eeuw begonnen studenten er een album amicorum op na te houden. In zo’n album lieten zij hun vrienden en docenten een stukje schrijven. Het album was een middel om contacten en herinneringen te bewaren, maar het gaf ook status. Later werd dit vooral voor jonge meisjes het bekende poëziealbum.
In de 18e eeuw kreeg het begrip vriend een bredere betekenis. Een vriend was namelijk iedereen die je tot steun en hulp kon zijn als het een beetje tegen zat. In de romantiek krijg je de cultuur van de sentimentele vriendschap en later de romantische vriendschap. Dan wordt de vriend degene voor wie je je helemaal durft open te stellen en waarmee je gevoelens deelt. Een vriend wordt degene tegenover wie je je masker kunt laten vallen en waarbij je je voor nergens schaamt.
Inmiddels zijn we volgens Völker in de tijd gekomen van de digitale vriendschap. Zij merkt op bladzijde 99 echter op dat digitale contacten geen vervanging zijn voor contacten in het echte leven. Mensen die in hun echte leven moeilijk contacten maken, kunnen echter van digitale contacten wel profiteren. Zelfs babbelautomaten worden nu soms behandeld als vrienden maar ze kunnen volgens de schrijfster nooit de noodzakelijke wederkerigheid in de relatie nabootsen.
Soort zoekt soort of de uitersten trekken elkaar aan?
In het derde deel probeert Völker een indicatie te geven van wie er meest al met wie vriendjes wordt en wanneer vriendschappen ontstaan en ontsporen. Er is wel onderzoek naar gedaan, maar elk onderzoek is niet meer dan een statistische benadering en er zijn altijd uitzonderingen. Mensen kunnen veel vrienden hebben, maar naar blijkt slechts een paar boezemvrienden. Vriendschappen zijn ook niet voor eeuwig, alhoewel sommige vriendschappen wel lang blijven bestaan. Wat helpt, is het delen van hetzelfde lot of dezelfde zorgen. Vaak delen vrienden een bepaalde hobby of een culturele achtergrond. Je maakt gemakkelijker een praatje met iemand die een beetje op je lijkt (bladzijde 167).
Met een vriend kun je de wereld aan.
Er is ook wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van vriendschap. Vriendschappen beïnvloeden onze gezondheid. Een leuke avond met vrienden geeft energie en inspiratie en een conflict kun je fysiek voelen (bladzijde 250-251). Het resultaat is dus over het algemeen vrij positief, een voorbeeld is het volgende. Uit een onderzoek dat in 1979 werd gepubliceerd in de Verenigde Staten, bleek dat het sterfterisico voor mensen die sociaal geïsoleerd waren twee keer hoger lag dan voor degenen die sociaal ingebed waren. … De conclusies waren eenduidig: het ontbreken van sociale relaties vormt een aanzienlijk gezondheidsrisico, van dezelfde orde van grootte als roken of het hebben van een hoge bloeddruk.
Met andere woorden: een samenleving die gezondheid belangrijk vindt, moet stevig investeren in het scheppen van de voorwaarden voor sociale cohesie en vriendschappen en moet ook interventies ter verbetering ontwikkelen. (bladzijde 252-253). Nog een voorbeeld is het volgende.
In een beroemd experiment uit 1997 kregen vrijwilligers neusdruppels met een verkoudheidsvirus, waarna hun vatbaarheid voor de ziekte werd gemeten. Mensen met een grotere diversiteit aan sociale contacten bleken veel minder vaak verkouden te worden dan sociaal geïsoleerde personen. Wie in dit experiment weinig verschillende soorten contacten had, liep een vier keer zo groot risico om verkouden te worden (bladzijde 254).
Ook de mentale gezondheid is gediend met goede vriendschappen. Een beroemd experiment in dit verband is het Social Slope Effect, het sociale hellingseffect, waarbij onderzoekers laten zien dat de visuele waarneming van een helling wordt beïnvloed door de aanwezigheid van vrienden. Deelnemers die op verzoek van de onderzoekers een vriend naar het experiment mochten meenemen, schatten een helling minder steil in dan deelnemers die alleen kwamen. In een tweede studie werden de deelnemers gevraagd om aan een vriend te denken voordat ze moesten inschatten hoe steil de helling was. Als mensen een vriend bij zich hadden of zelfs alleen maar aan een vriend moesten denken, schatten ze de heuvel consequent minder steil in dan degenen die zonder vriend aan het onderzoek deelnamen (bladzijde 257-258).
Individualisering
In de huidige tijd met een overheersend neoliberaal regime en de nadruk op individualisme, is het moeilijker geworden om vrienden te maken, betoogt Völker. Toch wordt de noodzaak des te meer gevoeld, getuige de enorm populaire tv-serie “Friends”. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het aantal vriendschappen de laatste 10 jaar wat is afgenomen. Op internet hebben de mensen wel meer contacten, maar niet meer vrienden (bladzijde 149). Je zou ook kunnen zeggen: hoe meer contacten hoe meer behoefte aan “verbinding”. Een babbelautomaat kan ook geen vriend zijn omdat elke vorm van wederkerigheid ontbreekt.
Het is een mooi en leerzaam boek. Je leert er natuurlijk niet hoe je een goede vriend kunt zijn of hoe je vrienden maakt, alhoewel er wel goede tips in staan. Het bevat naast deze tips een overvloed aan verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek, alleen merkt Völker na elk onderzoek op dat het resultaat niet als een paal boven water staat. Vaak is het bewijs wankel. Bij vele experimenten kun je de oorzaak namelijk ook de andere kant op interpreteren. Als mensen met vrienden bijvoorbeeld een hogere weerstand tegen verkoudheid hebben, komt dat dan door de vriendschap, of is de vriendschap het resultaat van een betere conditie?
Het is jammer dat Völker weinig voorbeelden van vriendschap uit andere culturen noemt. Het is natuurlijk waar dat je niet alles kunt lezen, maar waarom alleen het Gilgamesh epos als voorbeeld nemen en de andere oude verhalen en recente boeken en films over vriendschappen overslaan? Maar, even goede vrienden: misschien moet de lezer deze voorbeelden maar zelf verzinnen.
In elk geval leer je met dit boek je vriendschappen niet meer als vanzelfsprekend te zien en ze des te meer waarderen. Het boek leert ons ook om het belang van vriendschap beter te begrijpen en meer te streven naar een samenleving waarin vriendschap centraal staat. Even voor de politieke rechterkant: met vrienden sluit je geen contract of en doe je geen deals.


Geef een reactie