De twee hersenhelften en de ontwikkeling van de westerse wereld
Dit baanbrekende werk tracht inzicht te verschaffen in de structuur van het menselijk brein – de plek waar geest en materie samenkomen. Het verschil tussen de rechter- en linkerhersenhelft is al eeuwenlang een raadsel. Op basis van uitgebreid hersenonderzoek beschrijft de gerenommeerde psychiater, auteur en denker Iain McGilchrist de beide hemisferen als twee complete, samenhangende, maar zeer verschillende manieren om de wereld te ervaren. De detailgerichte linkerhersenhelft neigt naar eigenbelang en dominantie, terwijl de rechterhersenhelft accent legt op context, flexibiliteit en empathie.
Op basis van dit fundamenteel onderscheid in mentale gerichtheid neemt McGilchrist de lezer mee op een fascinerende reis door de geschiedenis van de westerse cultuur, waarbij hij de spanning tussen deze twee werelden illustreert aan de hand van het denken en de overtuigingen van filosofen en kunstenaars uit de oudheid tot de moderne tijd. Hij besluit dat de linkerhersenhelft, ondanks zijn beperkte begrip van de werkelijkheid, weliswaar een geweldige dienaar is, maar een zeer slechte meester. De kracht van de linkerhersenhelft krijgt in onze moderne cultuur echter steeds meer de overhand – met mogelijk rampzalige gevolgen.
Een baanbrekend onderzoek naar de verschillen tussen de rechter- en linkerhersenhelft en hun invloed op de samenleving, geschiedenis en cultuur – een van de weinige hedendaagse werken die de status van klassieker verdienen.
— Nicholas Shakespeare, Times
McGilchrist stelt op overtuigende wijze dat onze samenleving lijdt onder de gevolgen van een te dominante linkerhersenhelft die het contact met zijn natuurlijke regulerende ‘meester’, de rechterhersenhelft, heeft verloren. Briljant en verontrustend.
— Salley Vickers, Guardian Best Book of the Year
Iain McGilchrist (1953) is een Britse psychiater, auteur en voormalig literatuurwetenschapper. Hij doceerde Engels aan het New College in Oxford, raakte steeds meer geïnteresseerd in filosofie en psychologie, vooral in de relatie tussen lichaam en geest, waardoor hij vervolgens een medische opleiding volgde. McGilchrist werd hersenonderzoeker aan de Johns Hopkins University in Baltimore en consulterend psychiater in het Maudsley Hospital in Zuid-Londen. Hij is Fellow van het Royal College of Psychiatrists en werd drie keer verkozen tot Fellow van het All Souls College in Oxford. Tegenwoordig schrijft hij en geeft hij lezingen en interviews. Hij verwierf internationale bekendheid met zijn boek The Master and His Emissary (2009). In 2021 verscheen The Matter with Things, een lijvig, tweedelig werk over neurowetenschap, epistemologie en metafysica.
Uitgeverij Synthese
€39,95 – pb. – 712 p., geïllustreerd
ISBN 978 90 6271 189 5


Luuk Mur zegt
Wat goed dat dit boek hier aandacht krijgt. Ik ben de afgelopen tijd steeds dieper onder de indruk geraakt van het werk van Iain McGilchrist. Voor mij is hij een van de denkers die het beste onder woorden brengt waarom onze tijd zo ontregeld aanvoelt.
Zijn centrale gedachte — dat de linkerhersenhelft een geweldige dienaar is, maar een slechte meester — helpt om veel maatschappelijke ontwikkelingen beter te begrijpen. We meten, controleren, protocolleren en analyseren steeds meer, maar verliezen ondertussen gemakkelijk het contact met het geheel, met de levende werkelijkheid, met de ander en misschien ook met onszelf.
Wat ik sterk vind aan McGilchrist is dat hij geen oppervlakkige tegenstelling maakt tussen links en rechts in het brein. Beide zijn nodig. Maar er is wel een orde nodig: analyse moet dienstbaar blijven aan wijsheid, controle aan vertrouwen, deelkennis aan het geheel.
Daarom is De meester en zijn afgezant voor mij veel meer dan een boek over hersenhelften. Het is een boek over cultuur, beschaving en de vraag hoe wij weer menselijker kunnen leren kijken.
Ik hoop dat veel lezers dit boek zullen ontdekken.
Siebe zegt
Is het niet gewoon zo eenvoudig dat alles en iedereen zo ontaardt door het simpele gegeven dat we ons steeds meer verliezen in verbeelding en voorstellingen, en hierdoor het contact verliezen met die dimensie zonder voorstellen en verbeelden?
Opgaand in voorstellen en verbeelden beleef je dat op dat moment als de waarheid en realiteit. Dat is het niet.
Toch is dit verloren raken in voorstellen en verbeelden ook weer ultiem menselijk.
Daarom moeten we volgens mij juist niet menselijker leren kijken maar meer door onze eigen ogen die niet menselijk zijn maar alleen maar helder, leeg, open. Vanuit wat echt onze natuur is. Als we verbeelden en voorstelen kennen als bijkomstig aan geest, dan is dat denk ik heel wat. Wat we nodig hebben volgens mij.
Boeddha zegt in SN35.248…voorstellen en verbeelden is als een ziekte. Train zo dat je geest vrijhoudt van voorstellen en verbeelden.