• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Veertiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Boekbespreking » Een handleiding tot wereldburgerschap

Een handleiding tot wereldburgerschap

29 augustus 2025 door Erik Hoogcarspel

Kan ik het mij hier dan als auteur nog permitteren om iets kritisch te zeggen over het Westerse denken of althans een aldaar vigerende manier van denken en over het verstaan van zichzelf en de wereld? Ja, ik noem mezelf een kosmopoliet, en, nee, dat betekent niet dat ik geen oog heb voor de vaak zeer terechte bekommernissen van de tweede categorie van mensen, zij die zich wat meer bodenständig gedragen en niet teveel willen morrelen aan de gangbare rolpatronen of pakweg manieren van zich verplaatsen en voeden. Kunnen we de manier waarop we de wereld bewonen, verbeelden als een onsmakelijke mix van de wereldburgerschap en plaatsgebondenheid? Ja natuurlijk. En ik denk zelfs dat we niet anders kunnen. Ik denk echter ook dat er iets schort aan de verbeelding die momenteel “de” westerse blik vormt en dat ze meteen ook maar beter het 18e-eeuwse verlichtingsideaal van de kantiaanse wereldburger voor hertekening vatbaar verklaren.

Even schrikken

Marc Van den Bossche (1960), hoogleraar cultuurfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel, bezocht enkele jaren geleden een filosofisch congres in het Zuid-Afrikaanse Bloemfontein. Daar hoorde hij namen van auteurs waar hij nog nooit eerder van had gehoord. Met een schrik realiseerde hij zich dat hij de afgelopen 45 jaar, waarvan hij 35 jaar aan de universiteit werkte, geen enkel boek van deze auteurs was tegengekomen. Hij had het gevoel dat hij in een soort koker had geleefd en zich dus geen wereldburger kon noemen.

Hij besloot zijn achterstand in te halen, zo goed als hij kon. Het werd een reis door een nieuw filosofisch landschap met diepe kloven, hoge pieken en prachtige vergezichten. Het resultaat van deze studie is dit boek over wereldburgerschap. Het boek bestaat uit vier delen: het kennen van de wereld, het verbeelden van de wereld, het verbeelden van het zelf en manieren om de diversiteit van de wereld in een voorstelling te vangen. In geen enkel van deze vier delen komt hij met een pasklare oplossing, maar de lezer vindt er wel vele benaderingen en inspiraties die kunnen dienen om er verder over na te denken en te discussiëren.

Kennis is macht

In het eerste deel onderzoekt Van den Bossche hoe we de wereld om ons heen leren kennen en hij stelt vast dat we hierbij altijd ons voorstellingsvermogen gebruiken. Hij laat zich hierbij onder andere leiden door de katholieke Canadese filosoof Charles Taylor.

Als we om ons heen kijken nemen we alleen maar een enkele kant of aspect van de dingen waar, de rest denken we er voortdurend bij. Bovendien bestaat het merendeel van onze wereld uit zaken die we niet waarnemen of kunnen waarnemen. De wereld of de werkelijkheid waarin we leven, bestaat dus voor een groot deel in onze verbeelding en die verbeelding verandert met de geschiedenis. Ze was bijvoorbeeld een eeuw geleden heel anders dan nu. Dit merk je als je naar een film kijkt die in een andere tijd speelt. Daarnaast stelt men zich in andere culturen de wereld weer heel anders voor dan wij. Dit merk je niet als je er met een volledig verzorgde reis op vakantie gaat, maar wel als je er een tijdje gaat wonen of boeken leest van schrijvers die er zijn opgegroeid. Als je echt wereldburger wil zijn, heb je hier een probleem.

Een van de eigenaardigheden van ons Westerse wereldbeeld is volgens Taylor dat we altijd iets via begrippen proberen te kennen. Bij die begrippenstructuur stond eens God centraal en nu het ik. Dit laatste vormt echter volgens Van den Bossche een probleem, want dit ik krijgt zijn betekenis juist door de wereld, het ik kan zelf nooit het uitgangspunt zijn (bladzijde 27). In de wereld speelt ook het lichaam een belangrijke rol, want zonder dit lichaam kunnen we er niet zijn, maar dat zijn filosofen maar al te vaak vergeten.

We bevestigen ons wereldbeeld voortdurend als we over de dingen en elkaar spreken, het ligt dus verankerd in de taal of het woordgebruik. Om met succes te reageren op nieuwe situaties en nieuwe problemen op te lossen, moeten we dit dus voortdurend aanpassen. Van den Bossche gebruikt het werk van Richard Rorty om aan te tonen dat dit nooit helemaal lukt, maar dat we daar wel steeds aan moeten werken. Dit geldt ook voor de religies, die sinds de afkondiging van de dood van God door Friedrich Nietzsche geen vaste verblijfplaats meer hebben en geen garanties meer kunnen bieden.

De verbeelding aan de macht

Van den Bossche merkt nu op dat de manier waarop we ons de wereld voorstellen vergaande politieke gevolgen heeft. Vandaag de dag worden veel oorlogen en handelsconflicten uitgevochten vanuit verschillende wereldbeelden. De weerstand tegen asielzoekers heeft bijvoorbeeld veel te maken met de inbreuk die hun verschijning in het straatbeeld maakt, dit verstoort de traditionele voorstelling van natiestaten die allemaal netjes binnen hun landsgrenzen blijven en allemaal hun eigen culturele opmaak behouden. Globalisering is leuk als je erover leest in de krant, maar als het aan de overkant van de straat gebeurt, ligt de zaak opeens anders.

De natiestaat is een moderne uitvinding, maar de moderniteit blijkt zijn eigen kinderen op te eten, in dit geval door de ontwikkeling van de moderne transportmiddelen en het toerisme. Als je cacao en koffie uit Afrika importeert en er op vakantie gaat, mag je niet gek opkijken als er ook mensen uit die streek op bezoek komen en hier misschien wel willen wonen. Vooral als je ze door economische onderdrukking ervan weerhoudt om behoorlijk aan hun producten te verdienen.

Opnieuw laat Van den Bossche zich leiden door Taylor. Deze merkt op dat er inmiddels meerdere voorstellingen van de wereld door elkaar lopen. Er is bijvoorbeeld een kapitalistische voorstelling, maar ook een wetenschappelijke en een socialistische. Er is een landelijke voorstelling van de wereld, maar ook een stadse. Het voordeel van een voorstelling van de wereld is dat je het eens bent met anderen die dezelfde voorstelling aanhangen. Het nadeel is dat je mensen die een afwijkende voorstelling aanhangen al gauw als vijand gaat zien. Een goed voorbeeld, dat Van den Bossche overigens niet noemt, is het ontstaan van complotdenkers en wetenschapsontkenners tijdens de Covid-epidemie. De schok van de veranderingen in het dagelijkse leven was zo groot dat sommigen een verhaal zochten en vonden waarin het toeval van de uitbraak werd wegverklaard door een verondersteld complot. Deze “wappies” vormden een aparte groep die als het ware in hun eigen wereld leefden en waar helemaal niet mee te praten viel.

Van den Bossche noemt in dit verband ook de filosoof Cornelis Castoriadis die spreekt van het “imaginaire”, dat een onontbeerlijke dimensie is van het menselijk bestaan. Hij noemt als voorbeeld de economie en wie ook maar even een advertentie of een reclameboodschap ziet of beluistert, merkt direct hoe belangrijk de rol is van het imaginaire. Wat dat betreft verschillen we vandaag de dag weinig van onze voorouders die zich natuurverschijnselen voorstelden als het werk van goden. De politici strijden nu met elkaar om macht over de verbeelding zoals vroeger om de gunst van de goden. De filosofe Chiara Boticci merkt hierbij op dat deze strijd tegenwoordig is vastgelopen in een eindeloze herhaling van clichés.

De verbeelding van het ik

Met een voorstelling van de wereld hebben we ook een voorstelling van wie wij zelf zijn, dit ligt voor de hand omdat dit wordt bepaald door onze plaats daarin. Van den Bossche gaat nu op zoek naar wat we over onszelf denken en alweer aan de hand van een boek van Taylor. Onze identiteit wordt bepaald door de anderen om ons heen en dit netwerk van betekenissen en relaties wordt omsloten door een horizon. Als voorbeeld citeert Van den Bossche Taylor: “…het is voor Indiërs typerend zich op de steun van anderen te verlaten om hun weg door het leven te zoeken…” (bladzijde 90-91). Hij heeft blijkbaar niet door dat hij hiermee 1,4 miljard inwoners van een continent even wegzet. Dit wordt vaak “oriëntalisme” genoemd, de vooroordelen over het Oosten waarmee het Westen zichzelf de hemel in prijst. Van den Bossche gaat echter vrolijk door met Taylor te volgen in zijn beschrijving van hoe we over onszelf denken. Hij gaat er blijkbaar vanuit dat dit in Europa niet erg verschilt van de VS, hetgeen allerminst vanzelfsprekend is, zoals de laatste jaren steeds meer duidelijk is geworden. Begrippen als “eer”, “waardigheid”, “waarachtigheid” en “authenticiteit” passeren de revue en ik denk dat jongere lezers al gauw zullen denken “wat een boomer”. Niettemin komt hier een belangrijk probleem naar voren: het combineren van een universele gelijkwaardigheid van individuen met individuele verschillen in vaardigheid en maatschappelijke positie. Van den Bossche heeft hier interessante opmerkingen bij. Misschien willen we tegenwoordig wel te veel: enerzijds is er de drang naar wereldburgerschap, maar anderzijds is er ook behoefte aan lokale geborgenheid.

Rosi Braidotti probeert hier een oplossing voor te vinden in haar theorie van het nomadische denken (bladzijde 108). Daarbij worden verschillen niet meer als afwijkingen gezien, maar juist als vertrekpunt en inspiratie voor veranderingen. We moeten minder van onszelf uitgaan en de ander meer als referentiepunt nemen.

Diversiteit

Vervolgens komt Van den Bossche bij het laatste deel dat gaat over diversiteit. Hij laat hij zich inspireren door Zygmunt Bauman, een socioloog die het postmoderne denken kenmerkt als het vloeibaar worden van alles wat voorheen een vaste werkelijkheid was. Alles wat voorheen vaststond is nu veranderlijk geworden, vooral onze normen en waarden staan voortdurend ter discussie. Zelfs het instituut van de democratie wordt in sommige landen die voorheen voorvechters waren, nu betwijfeld. Mensen hebben geen carrière meer voor ogen, maar vloeien van de ene “uitdaging” naar de andere zonder richting of einddoel. Het vloeibare individu voelt zich daarbij steeds meer onzeker, maar het kan niet terug naar de moderne zekerheden, die nu als bedrog zijn ontmaskerd. Het moet zichzelf voortdurend opnieuw uitvinden, maar juist deze situatie kan ons volgens Bauman opnieuw samenbrengen en stimuleren tot het vinden van een nieuwe vloeibare ethiek. Een probleem is wel dat de individualisering ertoe neigt alle collectieve problemen op de eenling af te wentelen.

Voor Van den Bossche is dit echter geen eindstadium, hij ziet meer in een diversiteit van opvattingen, wat voor hem neerkomt op een stem geven aan de onderdrukten. Vanwege de schrijvers die hij in dit deel leest, wordt dit steeds meer een soort biecht van een zelfbenoemde oude kolonialistische witte man, met een aangeboren superioriteitsgevoel. De moderniteit en het Westen heeft het allemaal gedaan en dus moet het allemaal anders en moet de macht naar de anderen. De filosofie moet worden afgeschaft, want dat is allemaal koloniaal.

Mea culpa

Het is een rijk boek en Van den Bossche is erg belezen. Ook al ben je het niet met alle conclusies eens, je vindt er vele verwijzingen en Van den Bossche legt de verschillende opvattingen helder en beknopt uit. Dit betekent niet dat hij het zijn lezers gemakkelijk maakt. Hij schuwt technische termen en moeilijke woorden niet en zijn taalgebruik volgt niet altijd de regels en standaarduitdrukkingen van het ABN. Zo stelt hij regelmatig zaken “in vraag”, hetgeen een lelijk Germanisme is, de Duitsers zeggen “im Frage stellen”, maar wij “stellen iets ter discussie” of “bevragen het”.

Veel van de theorieën zijn interessant om over na te denken, maar hebben het karakter van een schrijftafelproduct. Het nomadische denken van Braidotti heeft zich bijvoorbeeld gerealiseerd in het Starbucksdenken. Starbucks is de plaats waar over de gehele wereld “gen-Z” met behulp van laptopjes en latte zijn “cringe” zit te cultiveren, iets waar de lokale bevolking noch het geld, noch de tijd voor heeft.

Het is ook te gemakkelijk om alle schuld aan het kolonialisme te geven. Ten eerste gaat de verbeelding altijd met de mens op de loop. Hij doet daardoor dingen waar hij zelf achteraf van schrikt, al wil hij dit niet altijd toegeven. Het leed dat door kolonisatie is veroorzaakt, is natuurlijk verschrikkelijk, maar wreedheid is geen privilege van het Westen. Inca’s en Maya’s voerden ook wrede oorlogen, Genghis Khan was geen lieverdje en wat de Arabieren doen in Afrika en de Chinezen in Tibet, Mongolië en Oegoerië blinkt niet uit door menslievendheid. De door sommigen zo bewierookte Mao Zedong jaagde trouwens met zijn Grote Sprong Voorwaarts 45 miljoen landgenoten de dood in. Je wentelen in zelfverwijt is een soort masochistische vorm van zelfbevrediging waar niemand iets mee opschiet. Het is beter met anderen in dialoog te gaan en samen te werken aan een betere wereld, met filosofie en zonder verwijten. Uiteindelijk is ons niets menselijks vreemd.

Daartoe geeft Van den Bossche zeker een goede aanzet en het boek verdient een breed lezerspubliek, zeker ook bij politici.

Marc Van den Bossche: Wereldburgers. Over verbeelding, identiteit en een plek om te wonen. Damon, Eindhoven 2025, paperback, 192 bladzijden

Categorie: Boekbespreking, Geluk Tags: Chiara Boticci, Cornelis Castoriadis, Covid-epidemie, een reis door een nieuw filosofisch landschap, filosoof Charles Taylor, Friedrich Nietzsche, geschiedenis, God, Grote Sprong Voorwaarts, het ik, kapitalisme, lichaam als voertuig, Mao Zedong, Marc Van den Bossche, natiestaat, postmoderne denken, Rosi Braidotti, socialistische, Starbucksdenken, verbeelding, wappies, wereldbeeld, wereldburgers, wetenschappelijke, Zygmunt Bauman

Lees ook:

  1. Boeken – wereldburgers
  2. Onze gebroken wereld herstellen
  3. Vrijdag Zindag – Gesneuvelde godsbeelden
  4. Boeddhisme onder Mao Zedong – een poging tot een inleiding

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Primaire Sidebar

Door:

Erik Hoogcarspel

Erik Hoogcarspel studeerde filosofie en Indische talen aan de rijksuniversiteiten in Groningen en Leiden. Hij publiceerde ‘Koken met Filosofie’ en een vertaling van de belangrijkste tekst van Nagarjuna ‘Grondregels van de filosofie van het midden’. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 28 augustus 2025
    Introductie workshop ‘Leven vanuit Vrijheid’
  • 30 augustus 2025
    Open Dag Nyingma Centrum Nederland
  • 31 augustus 2025
    Open Dag - Maitreya Amsterdam
  • 1 september 2025
    Dagstart Online
  • 1 september 2025
    Open les Tibetaanse Yoga en meditatie
  • 1 september 2025
    Open les Tibetaanse Yoga en meditatie
  • 1 september 2025
    Guided group meditation in Amsterdam
  • 1 september 2025
    Nyingma Centrum gratis proeflessen
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    Ook met kanker weet je het maar nooit

    Hans van Dam - 27 augustus 2025

    Je zal het maar (niet) hebben. Woekergedachten over woekerweefsel.

    Ardan, van zenleraar tot brugwachter – ‘Je opent de brug en je sluit ‘m weer. Bijna zen.’

    Ardan - 9 augustus 2025

    'Ik wil mezelf niet opzadelen met titels. En bovendien zei me de titel 'zenleraar' niet zoveel. Was ik nu anders geworden? Kon ik nu beter mensen begeleiden dan daarvoor? Het klopte voor mij niet. Datgene wat mij het meest gebracht had, namelijk die vrije vrouw/man zonder titel liep nu met een titel rond. En dat beviel me niks.'

    ‘Het leven zelf is zazen’

    Wim Schrever - 28 april 2025

    De grote tragedie hier in het Westen is dat we onze eigen spirituele traditie zo snel hebben opgegeven en met het badwater -de religie- ook het kind -de spiritualiteit- hebben weggegooid. Terwijl een mens fundamenteel nood heeft aan spiritualiteit, aan zingeving.

    Geschiedenis als wapen deel 1

    Kees Moerbeek - 20 april 2025

    President Vladimir Poetin zei in 2014: ‘Onze collectieve herinnering bepaalt onze cultuur, onze geschiedenis en onze tegenwoordige tijd. En onze toekomst zal worden gevormd aan de hand van onze historische ervaring.’ Hij is het zelf die actief deze herinnering en ervaringen vorm geeft en propageert. Ivo van de Wijdeven schrijft dat in de Sovjettijd er nog werd gegrapt dat het land een zekere toekomst had, maar een onvoorspelbaar verleden. Onder Poetin is Ruslands geschiedenis als in beton gegoten. Er is maar één historische waarheid en deze is verankerd in de grondwet en de Nationale Veiligheidsstrategie.

    Jaloerse goden te slim af – de geschiedenis de baas…?

    gastauteur - 13 april 2025

    Hongersnood in een hermetisch afgesloten kuststrook die onwillekeurig aan de vernietigingskampen van weleer doet denken, besmet met meer dan een zweem van genocide… Regeert Adolf Hitler over zijn graf heen? Want bestaat Israël niet bij diens gratie? Zou zonder die bittere nazi-erfenis Palestina als land van drie monotheïstische religies niet nog gewoon zo heten? Is de grond er niet vervloekt, juist door godsdiensten die, gevoed vanuit één fictieve bron, vervolgens als protestbeweging steeds in chronologische volgorde aan haar voorgangster ontspruiten, waarmee de kiem voor een eeuwigdurende vete om de absolute waarheid is gelegd? En claimt niet elk van deze broeder- of zusterstromingen dat stuk met hun aller bloed doordrenkte aarde, aanvankelijk voor Abrahams JHWH, vervolgens voor Jezus’ Vader en ten slotte voor Allah – drie godheden die, in verbitterde onderlinge jaloezie verwikkeld, strijden niet alleen om religieuze hegemonie, maar ook om de profane en politieke macht?

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • Een handleiding tot wereldburgerschap
    • Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn?
    • Technische problemen in het BD
    • Wereldprimeur: Internationale Walvisteldag op 7 september
    • Geen dood, geen vrees (27) – Huilen

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.