Omdat het opgebouwde karma niet enkel tijdens dit leven maar ook levensoverstijgend werkt is het mogelijk dat iemand – ondanks zijn negatief karma – zo een groot heilzaam karma in vorige levens verzameld heeft dat hij toch als mens wederboren wordt.
Buddhavacana
‘Weinig mensen komen naar een Dhamma-voordracht om te horen hoe ze zich kunnen bevrijden van het aangename’
Dit ‘nergens vertoeven’ heeft alles te maken met wat op dit moment gebeurt. Hoofdpijn of geen hoofdpijn; file of geen file. Het heeft echt geen belang wat er gebeurt. Kan je alles met zo’n ingesteldheid benaderen? Dit vereist volledige aanvaarding. Maar totale aanvaarding betekent niet berusting. Het betekent niet: “Oké, wat mij ook overkomt, ik blijf hier zitten en laat alles maar over mij heenkomen”. Het betekent wel: “Dit gebeurt nu, op dit ogenblik. Ik kan het niet veranderen, het proces gaat zijn eigen gang. Kan ik totaal aanwezig zijn, zonder te verlangen naar het voorbije of het volgende moment?” Aandacht is in dit moment, als we inademen en weer uitademen. Het is een totale aanvaarding zonder te discrimineren, zonder voorkeur. En ja, ik ben me er maar al te zeer van bewust dat dit gemakkelijker gezegd is dan gedaan.
“Wat denk je, Rahula? Waartoe dient een spiegel?”
De verhouding tussen de Boeddha en zijn zoon Rahula was vertrouwelijk en vriendschappelijk, maar niet hartelijk en al helemaal niet innig, daar dit naar de overtuiging van de Verhevene een innerlijke band zou betekenen, met slechts leed als gevolg.
Geloof niet alles wat je denkt
Als de Boeddha een mens was en geen uit een of andere hemel neergedaalde god en het boeddhisme dus geen godsdienst is, waarom wordt er dan in de suttas regelmatig over goden en godheden gesproken?
De dhamma- Door het ontstaan van dit, ontstaat dat
Als onze zintuigen functioneren zonder dat zij ‘bewaakt’ worden, zonder voortdurende aandacht (let wel, bewaken wil niet zeggen afsluiten, maar na controle en evaluatie toelaten), zullen zij onze geest in alle richtingen trekken. We worden letterlijk ‘aangetrokken’ door wat zich aan ons voordoet.
‘En wat, monniken, is heilzame inspanning?’
Je kan een bepaalde neiging vertonen, je tot iets negatief of onheilzaam aangetrokken voelen; maar het is aan jou de keuze om daar aan toe te geven of niet.
Boeken – Op zoek naar de Zesde Zenvader
Wie ‘zen’ zegt, denkt aan Japan, maar de uitvinders van het zenboeddhisme waren Chinese monniken. Dit boek gaat over Huineng (kortweg: Neng, gestorven in 713), de zesde en laatste van deze ‘zenvaders’. In een klooster in Zuid-China wordt een gelakte ‘mummie’ van hem vereerd. Cultuurhistoricus dr. Kees Kuiken, voorheen tolk/vertaler Chinees, onderzocht deze en andere overleveringen over Neng.
Buddhavacana: Dhananjani-Sutta
In de Dhananjani-Sutta (MN 97)((Alle teksten van de suttas: de Breet & Janssen Asoka)) komen twee thema’s aan bod. Eerst vermaant Sariputta [een vooraanstaande leerling van de Boeddha] de brahmaan Dhananjani omdat deze probeert zijn nalatigheid bij het beoefenen van de Leer goed te praten door te wijzen op zijn vele verplichtingen. Daarna, als hij op sterven ligt, begeleidt Sariputta hem naar een wedergeboorte in de Brahma-hemel, waarna de Boeddha hem berispt omdat hij nagelaten heeft de brahmaan de weg naar nibbana te wijzen.
Alles wat ontstaat zal ook weer vergaan (oorzaak en gevolg)
De mentale vergiften zijn: zinnelijke begeerte (kamasava), verlangen naar bestaan (bhavasava), onwetendheid (avijjasava, in de zin van de grondoorzaak van alle lijden, van alle begeerte, van alle haat) en soms wordt hier als vierde het koesteren van opinies (ditthasava) aan toegevoegd.
Aandacht voor de eigen dood
“En verder beschouwt een monnik dit lichaam, zoals hij zou kijken naar een lijk dat op een knekelveld is weggeworpen, één dag dood, twee dagen dood of drie dagen dood; opgezwollen, donkerblauw geworden, in staat van ontbinding; en hij overdenkt: “Dit lichaam van mij wacht hetzelfde lot, het zal net zo worden, het kan dat lot niet ontlopen.”
‘Ik keur alles af’
“Een monnik wiens geest zo bevrijd is, Aggivessana, stemt met niemand in, heeft met niemand een verschil van mening. Hij gebruikt de taal die men in de wereld spreekt zonder zich eraan te hechten.”
Evam me sutam, aldus heb ik gehoord…
In een mooie maanbeschenen nacht komt een aantal oudere leerlingen van de Boeddha in een damarbos bijeen en zij bespreken de vraag aan welk soort monnik het bos zijn luister zou kunnen ontlenen.





