Van ver en nabij
ruisen de watervallen,
vallen de blaren.
Matsuo Bashō (1644-1694)
Het is alweer enige tijd geleden dat ik mijn gedachten heb laten gaan over Bashō. Dat heeft een reden. Ik vind hem namelijk nogal intimiderend.
Bashō is een van de meest invloedrijke haiku-dichters, zo niet de invloedrijkste. Hij stelde regels op waar de haiku aan moest voldoen en zorgde ervoor dat haiku’s schrijven werd beschouwd als een serieuze kunstvorm. Als het over haiku’s gaat wordt hij aangehaald als referentiepunt. Er is een tijd voor en een tijd na Bashō. Dichters zijn van Bashō’s niveau of daaronder.
Ook introduceerde hij de reishaiku. Hij schreef op zijn reizen haiku’s over natuurbelevingen die hij onderweg zag.
Ik lees ze meestal met veel plezier. Maar ik heb altijd het gevoel dat ik er net niet bij kan. Dat ik ze net niet begrijp.
En dat, terwijl een kenmerk van de haiku juist is dat het een momentopname is. De haiku beschrijft wat de dichter op dat moment waarneemt. Er wordt geen emotie in beschreven en heeft geen diepere lagen. Die regels heeft Bashō zelf opgesteld.
Hij leefde in het Japan van de Edo-periode (1573-1868). Michel Dijkstra beschrijft in zijn boek “Japanse filosofie De denkweg van verfijning en verbinding” hoe in die periode het shintoïsme, het zenboeddhisme en het confucianisme in Japan centraal stonden. Bashō’s denkwijze en poëzie zijn daarvan doortrokken. Dat maakt zijn haiku’s soms moeilijk te begrijpen.
En toch vind ik dit een mooie haiku. Het is een herfsthaiku. Dat is wel duidelijk, de bladeren vallen.
Ook is het een reishaiku. “Van ver en nabij”, dat is geen woord teveel. Het is natuurlijk een vertaling van Bashō’s woorden, in dit geval door J. van Tooren. Maar het klopt. Ik zie de reiziger voor me op het stille wandelpad. Geen afleiding. Alleen het ruisen van de watervallen in de verte, hoort hij. En hij ziet de bladeren vallen van de bomen naast het pad.
Waarom heb ik dan het gevoel dat Bashō, als hij deze Gedachten over een haiku zou lezen, in lachen zou uitbarsten? Of misschien zelfs boos zou worden en zeggen dat ik me niet aan zijn haiku’s moet wagen?
Het blijft lastig. Maar het houdt me nederig, dat wel.


Geef een reactie