Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Een maskerade is een spel, waarbij het masker centraal staat. Bij een cosplay is dat het kostuum. Het gebruiken van een masker of kostuum heeft als doel een rol tot uitdrukking te brengen van iemand wiens persoonlijkheid niet per se overeen hoeft te komen met die van jezelf. Er zijn allerlei maskers, en de meeste zijn niets anders dan het eigen gezicht dat op een of andere manier wat anders laat zien dan wat er in werkelijkheid is. Voorbeelden? Je zet een vrolijk gezicht op terwijl je eigenlijk geen vrolijkheid ervaart, maar je denkt dat de mensen om je heen een vrolijk iemand willen zien. Of je kijkt streng en doet alsof je boos bent, terwijl je eigenlijk wel kunt lachen om de streek die een kind heeft uitgehaald. Iedere ‘gemaakte’ gelaatsuitdrukking is een masker. Iedereen die make-up gebruikt, zet feitelijk een masker op. Lippenstift, oogschaduw, haarverf, kunstwimpers, opgespoten lippen, een zorgvuldig in model geknipte baard, een pruik, haarimplantaat … het gebruik ervan dient allemaal de maskerade die verhult wie en wat je eigenlijk bent en tegelijk benadrukt welke rol je speelt.
Een cosplay is een kostuum-spel. Kleren maken de man (en natuurlijk ook de vrouw). Iedere acteur en actrice heeft de ervaring dat het spelen van een rol gemakkelijker en vooral veel natuurlijker wordt in een bij de rol passend kostuum. In het echte leven is dat ook zo. Een agent in politie-uniform is voor iedereen herkenbaar als politieman of -vrouw en dat helpt enorm tijdens het werk. Hetzelfde geldt voor medisch personeel. Wie herkent nu een topchirurg in een vent in boerenkiel of een ziekenverzorgster in een vrouw gehuld in een buitenissige haute-couture robe? Als historisch-verteller heb ik 18de, 17de en 13de eeuwse kleding gedragen om een geloofwaardig figuur uit 1712 (Henric Coeur), 1672 (Durk) en 1277 (Bernardus van Wierum) te kunnen neerzetten. Zodra ik me weer in mijn gewone dagelijkse kloffie hees, was ik weer de amateur verteller uit 2026! Ik vindt een driedelig pak met overhemd en stropdas ook bij het eigentijdse cosplay van mannen horen. En met een bijbehorend masker (uitgestreken smoel, gladgeschoren kaken en keurig gekamde haren) zijn ze ook ‘de zakenman’, de ‘beurshandelaar’, de ‘autoverkoper’ of de ‘wethouder’. Hetzelfde geldt uiteraard voor vrouwen. Probeer maar eens in een niet gepaste outfit of vol getatoeëerd op een functie te solliciteren waarin je zogenaamd ‘representatief’ moet zijn. Wie of wat representeer je dan eigenlijk?
Bij maskers en kostuums horen gedragsregels voor het gebruik van stem, woordkeuze, de manier van reageren en wat al niet meer. Je kunt niet zomaar wat doen. Stel je eens voor dat een rechter in de rechtszaal zo maar wat zit te ginnegappen met de griffier… dat is bijna ondenkbaar! Zelfs als ze er netjes gekleed als rechter en griffier bij zitten, verwacht iedereen dat ze het masker van rechter en griffier dragen. Een ober die zich gedraagt als een gids in een rondvaartboot is niet geloofwaardig. Een bloemiste die beweegt en praat als een dame van lichte zeden trekt wellicht de verkeerde klanten. Bij iedere rol die mensen spelen in het leven, passen maskers, kostuums en gedragspatronen. Zet je het verkeerde masker op, trek je het verkeerde kostuum aan of gedraag je je anders dan de rol voorschrijft … dan val je buiten de boot. Soms pakt dat goed uit en vindt men je boeiend, excentriek en intrigerend, soms niet. In het laatste geval vindt de goegemeente je wellicht gestoord, niet serieus te nemen, onbetrouwbaar of zelfs gevaarlijk.
De grens tussen wie en wat je van jezelf ervaart als ‘echt’ en de wereld om je heen waarin je allerlei rollen hebt en speelt, is flinterdun. Zodra je helemaal alleen bent en je je volledig onbespied waant, kun je misschien jezelf terugvinden. Om jezelf te kunnen zijn, zet je je masker af en trek je je kostuum uit. Sommige mensen doen dat door zich af te schminken en naakt onder de douche te gaan om de wereld van zich af te spoelen. Anderen doen dat door te gaan zitten en in zichzelf op zoek te gaan naar stilte. Even niks hoeven. Even alleen maar jezelf zijn. En dan is er al gauw de vraag: wie of wat ben ik eigenlijk?
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie