Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Misschien heeft de Nederlandse dichter Joost van den Vondel kennisgenomen van de door William Shakespeare geschreven komedie ‘As you like it’, want tegenwoordig schrijven wij de uitspraak “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel” aan Joost toe, terwijl William eerder in zijn stuk schreef “De hele wereld is een schouwtoneel en alle mensen zijn slechts spelers”. Een paar eeuwen later parodieerde iemand deze zin in “De wereld is een pijpkaneel, elk zuigt eraan en krijgt zijn deel”. Wat betekent dit allemaal? Niet anders dan dat ieder mens in zijn leven allerlei rollen heeft te vervullen en zijn eigen portie plezier, vreugde, pijn en verdriet als beloning krijgt. Het leven is een spel, of zo je wilt: een drama, komische opera, horrorshow, musical, cosplay of hoe je het ook maar noemen wilt. Tussen geboorte en dood in moet je al improviserend de aan jou toegewezen of zelf geclaimde rollen vervullen. Het leven is een pijpkaneel waar je aan mag likken, zuigen of knabbelen, en that’s it, of je kaneel (het leven) nu lekker vindt of niet.
Rollen (en daarmee rollenspelen) zijn onlosmakelijk verbonden met de sociale structuren en culturele uitingen in de samenleving. Ieder mens speelt er gedurende het hele leven meerdere: kind, scholier, werknemer, buur, klant, … En iedere rol heeft zo zijn eigen spelregels en die kun je niet zomaar door elkaar husselen. En wat voor individuele rollen geldt, geldt eveneens voor groepsrollen: van een groep politici verwacht men over het algemeen dat ze zich anders gedragen dan een groep hooligans. Toeristen gedragen zich doorgaans anders dan de inheemse bevolking. Zelfs hele volkeren hebben eigen spelregels voor hun optreden op het wereldtoneel. Amerikanen zijn immers geen Papoea’s en Italianen zijn geen Finnen, om maar wat te noemen.
Volgens historicus Johan Huizinga (1872 – 1945) heeft het spel op zich geen intrinsieke morele waarde. Het is goed noch slecht; wijs nog dwaas; logisch noch chaotisch, belichaamd noch bezield. Het heeft twee belangrijke functies: iets bereiken en/of iets weergeven.
Spelen is meer dan zoiets als knikkeren, touwtjespringen of met controllers in de handen en een virtualrealitybril op het hoofd rond hupsen in de woonkamer. Spelen is goddelijk! Leela (spreek uit als liela) is een Sanskrietterm die zoveel betekent als: goddelijk spel. Ik heb ooit een bordspel in huis gehad dat Leela heette. Het bord stond vol ladders en slangen. Kwam je op een ladder, dan mocht je omhoog richting uitgang; kwam je op een slang, dan daalde je weer tot lagere regionen. Al spelend ging je omhoog en omlaag, net als in een gewoon leven met vreugde en verdriet, succes en falen, hoop en verlies. Het spel waar Johan Huizinga over schrijft in zijn boek Homo Ludens, is volgens Leela een kosmische dans van creatie en vernietiging. Samsara…
Op allerlei niveaus en in uiteenlopende media kom je de woorden ‘spel’ ‘spelen’ en ‘spelers’ tegen. Amerika, China en Rusland heten ‘spelers op het wereldtoneel’. En commentatoren vragen zich regelmatig af “welk spel speelt Trump?” Spelen is overal. Valsspelen ook. Bij het voeren van een oorlog moet je je wel aan bepaalde spelregels houden (zoals de ‘rules of engagement’). Dat moet ook op de beursvloer; bij deelname aan de Olympische Spelen; bij het bouwen van huizen … overal gelden spelregels, voor iedereen. Spelen, spelers en spelregels zijn nooit los te zien van welke samenleving dan ook, van gezin tot volk, van sangha tot straatbende.
Leela, Homo Ludens, Samsara … deze begrippen hebben meer met elkaar te maken dan je op het eerste gezicht zou denken. Vanaf je geboorte sta je – zoals gezegd – op het speelbord van de wereld, tot je eraf gaat, op welke manier ook. De een wordt eraf geknikkerd als een pionnetje (“Mens erger je niet!”), een ander gooit zelf de handdoek in de ring (“Ik pas!”) en een derde wordt voor korte of langere tijd op een zijspoor gezet (“Monopoly: ga naar de gevangenis – je komt niet langs af”). En de een geniet van een pijpkaneel, een ander van een zure lap, toverbal, dropveter of stuk zoethout of zuigt op een kiezeltje.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie