The Hitchhikers Guide to the Galaxy is een komische SF van Douglas Adams. Het is geschreven in de tijd dat je nog van Europa naar India kon liften, maar het is nog steeds een must read voor nerds en geeks.

In het verhaal vragen filosofen aan een supercomputer, Deep Thought, of hij het antwoord kan geven op de ultieme vraag van het leven, het universum en alles… ‘Zeker’, zegt de computer, ‘maar het gaat wel wat tijd vragen’. ‘Hoe lang dan?’ ‘Zeven en een half miljoen jaar.’

De filosofen reageren ontgoocheld maar Deep Thought raadt hen aan het te zien als een opportuniteit. Dit project gaat zeker veel aandacht trekken en speculaties oproepen. Als ze er maar voor zorgen dat ze het al die tijd niet met elkaar eens geraken en vooral dat ze elkaar blijven afmaken in de populaire pers, dan zitten ze voor de rest van hun leven gebeiteld.

Zo geschiedt en na zeven en een half miljoen jaar vragen de filosofen aan de supercomputer of hij het antwoord heeft. ‘Zeker, maar jullie gaan het niet leuk vinden.’ Dat maakt hen alleen maar nieuwsgieriger. Met plechtige stem geeft Deep Thought het antwoord op de ultieme vraag van het leven, het universum en alles…: ‘Tweeënveertig.’

Douglas Adams steekt de draak met de niet te stuiten drang van mensen naar antwoorden op uiteindelijkheidsvragen. We verwachtten het van de religie, de filosofie en ondertussen ook van de wetenschap.

In ‘After Buddhism’ vertrekt Stephen Batchelor van het spanningsveld tussen religieus en seculier. ‘Religieus’, zoals hij het woord gebruikt, gaat over het zoeken naar antwoorden op uiteindelijkheidsvragen en de praktijken en instituties die daarmee samenhangen, ‘seculier’ over hoe we een goed leven kunnen leiden, in deze wereld en met al degenen met wie we deze wereld delen. Hij pleit voor een seculier boeddhisme.

Sommige mensen vinden een seculier boeddhisme, dat geen antwoorden geeft op uiteindelijkheidsvragen, te mager en stellen dat het boeddhisme, zoals iedere religie vraagt om een ‘leap of faith’, een sprong van vertrouwen.

Ik heb het altijd vreemd gevonden dat mensen in het boeddhisme antwoorden meenden te vinden op uiteindelijkheidsvragen. De Boeddha wijst ze alvast systematisch af. Als iemand er toch mee aankomt dan brengt hij het gesprek heel snel weer down to earth. Ook de latere boeddhistische teksten die in een heel andere stijl geschreven zijn, heb ik nooit anders gelezen. De Lotus Sutra bij voorbeeld past qua stijl meer in het SF genre, maar de verhaallijnen wijzen ons systematisch terug naar deze wereld.

Niet alleen de Engelsen hebben een gevoel voor humor. Het twee eeuwen oudere Candide, ou l’optimisme van Voltaire heeft opvallend veel overeenkomsten met The Hitchhikers Guide to the Galaxy. De humor is zeker zwarter, maar het verhaal is even satirisch en even onwaarschijnlijk.

Ook hier gaat het over uiteindelijkheidsvragen. De rode draad doorheen Candide is de stelling dat we leven in de beste van alle mogelijke werelden. En ‘tout est pour le meilleur’. Uiteindelijk leidt alles naar het goede. Ondertussen wordt er gemoord en verkracht, zijn er oorlogen en aardbevingen, en gebeurt het afschuwelijkste waar mensen toe in staat zijn. Candide roept wanhopig uit: ‘Als dit de beste van alle mogelijke werelden is, hoe moet het dan in die andere werelden wel zijn?’. Ook Voltaire steekt de draak met onze drang naar antwoorden op uiteindelijkheidsvragen en hij wil de absurditeit ervan aantonen.

Maar hij maakt tegelijkertijd ook zo begrijpelijk dat mensen naar ultieme antwoorden zoeken. Als je alle leed en verschrikkingen aanschouwt, hoe leven we daarmee? Soms schreeuwen we om een antwoord.

Het is gevaarlijk. In wanhoop zijn mensen soms bereid het meest onwaarschijnlijke te geloven, omdat de werkelijkheid ondraaglijk lijkt. Mensen zijn heel kwetsbaar in hun lijden en hun fragiliteit. Als er dan gezegd wordt: ‘Je moet durven vertrouwen…’ dan valt dat in een vruchtbare bodem, of het nu vertrouwen is in religie of wetenschap, in god of een leraar.

Het is een keuze. Sommige mensen kiezen ervoor om in God te geloven omdat de gedachte dat hij niet zou bestaan ondraaglijk is. Maar stel dat iemand zegt: ‘Ik geloof er vast in dat ze van me houdt want de gedachte dat ze niet van me zou houden is voor mij ondraaglijk.’ De ander bestaat bij de gratie van mijn behoefte.

Is het een ‘leap of faith’ of een ‘lapse of reason’? En is een vastklampen aan een illusie een teken van vertrouwen of is het een blijk van gebrek aan vertrouwen? Als de uiteindelijkheidsvragen antwoorden hebben, waar is de ‘sprong van vertrouwen’ dan nog voor nodig?

Het is de afwezigheid van antwoorden op al onze uiteindelijkheidsvragen dat om vertrouwen vraagt. ‘Leven is uitvaren met een schip dat op zee zal vergaan.’ Zijn we bereid om uit te varen? (Bereid of niet, we zijn al aan boord.) We zijn in ieder ogenblik maar één ademtocht van de dood verwijderd. Zijn we bereid dat te beseffen… en te ademen? De Boeddha noemde het de drie kenmerken van de werkelijkheid: dukkha, anicca, anatta. De dingen zijn onbevredigend, vergankelijk en zonder vastigheid. Zijn we bereid dat aan te gaan en te leven? Zonder onszelf wat wijs te maken, zonder illusies?

Dat is de taak die in Batchelors seculier boeddhisme hoort bij de eerste edele waarheid: het lijden aangaan, het leren kennen, bereid zijn de werkelijkheid te zien, zoals ze is. Dat is de sprong van vertrouwen: durven te leven. En het is niet enkel een sprong. Het is ook op die manier geleidelijk vertrouwd worden met de mogelijkheid ervan.

De bereidheid om de werkelijkheid aan te gaan en het lijden te zien en te leren kennen wordt in het boeddhisme soms gesymboliseerd door de figuur van Guanyin, zij die de noodkreten van de wereld ziet en hoort.

Uiteindelijkheidsantwoorden kunnen ons de ogen doen sluiten. Dan zijn we zeker. Er is geen twijfel meer. We hebben gelijk. Dan is AIDS bij homoseksualiteit een vorm van immanente rechtvaardigheid, zoals aartsbisschop Leonard zich liet ontvallen, en in de zekerheid van zijn gelijk voelde hij zelfs niet meer aan hoe meedogenloos hij daarmee was. Maar voor veel boeddhistische Aziaten dan weer is ziekte het gevolg van een slecht karma, door fouten uit je vorig leven: einde compassie.

Guanyin verbiedt niet en veroordeelt niet, zij ziet en hoort, zij verwelkomt en zij handelt. Dat is het verschil tussen mededogen en moraliseren. Gianni Vattimo vat het in After Christianity samen in de slogan: ‘van universalisme naar gastvrijheid’. Misschien is dat niet zozeer de ultieme maar wel de cruciale vraag: willen we algemeen geldende antwoorden of kiezen we voor dialoog?

Het is een keuze. Algemeen geldende antwoorden op uiteindelijkheidsvragen sluiten de dialoog. Ook deze tekst zou dus helemaal in tegenspraak zijn met zichzelf als ik mijn keuze de enige ware zou noemen. Dat zou weer een uiteindelijkheid op zich zijn. Maar Vattimo’s pensiero debole betekent niet dat we niet meer kunnen spreken. Integendeel, het laat ons opnieuw toe om te spreken en het met elkaar oneens te zijn, en de dialoog open te houden.

 

Categorieën: Boeddhisme
Tags: , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

14 reacties op De ultieme vraag van het leven

  1. Arjan Schrier schreef:

    Hallo Edel,

    Je sschrijft:

    “Ik heb het altijd vreemd gevonden dat mensen in het boeddhisme antwoorden meenden te vinden op uiteindelijkheidsvragen. De Boeddha wijst ze alvast systematisch af. Als iemand er toch mee aankomt dan brengt hij het gesprek heel snel weer down to earth.”

    Zou je hier een teksttueel voorbeeld van willen geven uit het Pali canon?

    Ik denk namelijk een tekst te kunnen vinden waarin nibbana de uiteindelijke realiteit genoemt wordt door de Boeddha. En al het samengestelde van de wereld/ de beleving (loka) als een relatieve realiteit.

    Maar mischien bedoel je wat anders met uiteindelijkheidsvraag als ik denk dat je bedoelt.

    • Edel Maex schreef:

      We hebben het er eerder over gehad Arjan
      https://boeddhistischdagblad.nl/dharma-en-filosofie/60664-de-mening-van-de-boeddha/
      En ook in After Buddhism van Batchelor vind je voorbeelden te over.

      Maar het is duidelijk dat niet iedereen dat zo interpreteert. Het is een keuze.

    • Siebe schreef:

      Talrijke sutta’s beschrijven de acht meditatieve verdiepingen. De vier rupa jhana’s en de vier arupa jhana’s. Als laatste wordt vaak de beëindiging van waarneming & gevoel genoemd. Dit wordt duidelijk beschreven als iets uiteindelijks.

      Je kunt de jhana’s nog overstijgen maar de beëindiging niet. Waar er bij de jhana’s, hoe subtiel ook, toch nog een soort verstoring is, is deze bij de beëindiging van waarneming & gevoel volledig afwezig. Dit wordt beschreven als het ultieme geluk.

      Het is als het ware het ultieme, het uiteindelijke, geest vrij van welke verstoring, bezoedeling, geconditioneerd iets dan ook.
      Je kunt hier niet aan voorbij gaan lijken de sutta’s aan te geven. De sutta’s lijken aan te geven.

      Je kunt het denk ik vergelijken met een aangekleed mens. Wanneer de geest ontdaan is van alle aan hem bijkomstige kleding, dan staat ie volledig naakt, en dat is dan de beëindiging van waarneming & gevoel. Het ongeconditioneerde naakt en voluit.
      Niet dat het ongeconditioneerde er met kleding niet is, maar het ervaart zichzelf nu, zo zonder kleding, echt zoals het is. En dat is de soort kennis, de soort wijsheid die de bezoedelingen helemaal kan ontwortelen. Misschien kun je dit de ontdekking van je ware zelf noemen of de ware natuur van geest.

      Je moet als het ware eerst volledig naakt zijn, eerst echt volledig uitgekleed voordat je echt duidelijk ziet, wie/wat je bent. Kleding blijft dat toch verhullen.

      De Boeddha leerde kennelijk enkele vormloze jhana’s bij zijn leraren maar die leraren kenden kennelijk niet de beëindiging van waarneming & gevoel.

      Zoals ik het begrijp is deze beëindiging een synoniem voor Nibbana. Anguttara Nikaya 9.47 wijst tenminste in die richting, vind ik.

      Het ontdekken, het zien, het vinden, het direct kennen van het uiteindelijke lijkt me wel een belangrijk onderwerp in boeddhisme.

      Siebe

  2. Gerben Hieminga schreef:

    Ik sluit mij bij Arjan aan Edel. Ook ik snap niet helemaal wat je met uiteindelijkheidsvragen bedoelt. Voor mij geldt dan ook nibbana. Voor een prachtig werk over teksten uit de Pali canon over nibbana verwijs ik naar het boek van Ajahn Amaro: The Island, an anthology of the Buddha teachings on nibbana.

    gratis te downloaden op:
    https://ia800502.us.archive.org/16/items/TheIslandAnAnthologyOfTheBuddhasTeachingsOnNibbana/The_Island_Web_Final.pdf

    Het gaat hier trouwens over de Pali Canon Boeddha :-)

    Ook de moeite waard vanuit recente artikelen over Satori en Verlichting hier op BD. Dit is wat onze vriend Sid de Boeddha er over te melden had!

  3. Jan Muller schreef:

    Om een of andere reden drukken verhalen over religieus versus seculier boeddhisme altijd op een van mijn knopjes. Waarom is dat zo? Ik denk omdat ik het een schijntegenstelling vind. Ik houd meer van het onderscheid tussen fundamentalisme en openheid, dat je ergens anders maakt.

    Dat het bestaan (mijn bestaan) een religieuze/spirituele kwaliteit heeft is onmiskenbaar en niet te ontkennen. Als ik iets geloof en vertrouw, dan is het dat dit voor iedereen bestaat, of je het nu als zodanig herkent en benoemt of niet.

    Die kwaliteit heeft iets te maken met het opkomen van vragen over het bestaan. Wat is mijn ware aard? De ware aard van de werkelijkheid? Wat is de “zin” van het leven? Als algemene, filosofische kwestie zijn dit soort vragen weinig interessant. Als levende, prangende vragen zijn ze wel interessant. Wat is de zin van MIJN leven, nu, op dit moment? Wat is echt, waarachtig? Dit soort vragen duiden erop dat er een scheiding bestaat, is ontstaan, tussen onszelf en het leven dat we leiden. Daarom is het van levensbelang dat we ons ermee bezighouden, op het moment dat deze vragen opkomen.

    Nu kan je naar mijn idee twee dingen doen: antwoorden formuleren of zoeken bij anderen en eventueel een algemene geldigheid aan die antwoorden toedichten (fundamentalisme) of je kan de vraag laten bestaan zonder ervan weg te vluchten en zonder hem te beantwoorden (openheid). Toch is er een antwoord mogelijk. Een antwoord kan zich voordoen. Het antwoord bestaat (voor mij) uit het verdwijnen van de vraag.

    Plotseling kan ik leven met vergankelijkheid. Met gescheiden zijn. En stelt zich de vraag: hoe kan ik dit leven, dat de mogelijkheid van ontwaken in zich draagt, samen met anderen vormgeven? En zie ik dat soms lukken en dan weer mislukken. Het religieuze leidt als vanzelf tot het seculiere. Daarom vind ik het een schijntegenstelling. Het zijn eerder de twee kanten van de medaille.

    We kunnen als “seculieren” de “religieuzen” bestrijden. Maar laten we ons liever bezighouden met de vraag hoe we fundamentalisten kunnen bewegen tot openheid. Dat gaat naar mijn gevoel niet lukken door het religieuze weg te zetten als een dwaling. Maar hoe dan wel?

    Als altijd twijfel ik of ik dit wel moet posten. Dit schrijfsel is vooral een hulpmiddel voor mijzelf, om mijn gedachten te ordenen. Maar ik post het toch maar. Misschien heeft iemand er iets aan.

  4. Siebe schreef:

    Er wordt gezegd dat de Boeddha een aantal visies onverklaard heeft gelaten zoals ‘de wereld is eeuwig of niet-eeuwig, onbegrensd en begrensd’…jullie kennen de andere visies waarschijnlijk ook wel.

    Toch is er in sutta’s wel een soort van een antwoord te vinden, namelijk in Samyutta Nikaya 33.1. Hierin geeft de Boeddha ook weer geen letterlijk antwoord op de vragen maar hij geeft aan op grond waarvan zulke speculatieve vragen eigenlijk ontstaan. Ze ontstaan, omdat,

    -men niet de khandha’s kent, niet hun ontstaan, niet hun beeindiding en niet de weg die leidt naar hun beëindiging.
    Op dezelfde wijze geldt, men herkent ze niet, men onderscheid ze niet, men differientieert niet, men onderzoekt ze niet, onderzoekt ze niet grondig en men kent niet op directe wijze het ontstaan, de beëindiging en de weg leidend naar de beëindiging van de khandha’s.

    Daarom ontstaan zulke visies.

    In Samyutta Nikaya 41.3 verklaart de Boeddha dat de vragen ontstaan wanneer er identiteitsvisie (sakkya ditthi) aanwezig is en ze eindigen als dat afwezig is.

    Wat geeft dit nu aan? Dat de Boeddha eigenlijk zegt dat als men niet langer onwetend is, of niet langer begoocheld men ook zulke vragen niet meer zal stellen?

    Heeft de Boeddha zulke vragen wel onverklaard gelaten dan?

    Hoe interpreteren jullie dit?

    Overigens. Ik las de sutta’s inde Samyutta Nikaya vertaling van Bhikkhu Bodhi.

    Siebe

  5. Gerben schreef:

    Hoi Siebe,

    Je schrijft: “Het ontdekken, het zien, het vinden, het direct kennen van het uiteindelijke lijkt me wel een belangrijk onderwerp in het boeddhisme.” Een glimlach verschijnt op mijn gezicht voor je gevoel van understatement. Ik zou zeggen: het is HET BELANGRIJKSTE onderwerp in het boeddhisme. Hier ligt immers de belofte van de Boeddha dat er een einde van het lijden is en dat dat gekend kan worden.

    De 8 meditatieve verdiepingen (jhana’s) zijn met intensieve oefening zeer wel te ervaren. Het zijn zeer subtiele kwaliteiten van de geest, maar steeds geldt nog dat de jhana samen met de geest opkomt. De geest is afhankelijk van de jhana en de jhana afhankelijk van de geest. Dat is in de praktijk ook goed te ervaren tijdens meditatie. De kleinste wijziging van de attentie van de geest tijdens de jhana, maakt dat de jhana als het ware instort!

    De 8e jhana voelt heel anders dan de eerste zeven. In deze jhana is geen sprake van opmerkzaamheid van moment tot moment zoals je die in de meditatie zo sterk kunt ervaren. Bij het binnengaan van de jhana verdwijnt die opmerkzaamheid en hij keert weer terug wanneer de jhana uiteen valt. Ik vergelijk het een beetje met de slaperigheid van de eerste dagen van een retraite waarbij je op je kussentje zit te ‘snoozen’, opmerkzaamheid tijden weg is, en ineens terugkeert als je wakker wordt uit je slaap. Hoewel deze vergelijking ook volledig mank gaat omdat tegen de tijd dat je de jhana’s betreedt de hindernissen als slaperigheid al lang opgelost zijn en de geest zeer scherp is.
    In de 8e jhana is perceptie of het kennen van het meditatieobject (in dit geval het object van de 8e jhana) weg. Als dat weer verschijnt ben je ook weer uit de 8e jhana en realiseer je je dat er nog steeds ‘iets’ was. Als ik het zou moeten omschrijven denk ik aan een beeld van een ouderwetse zwart wit tv met een storing / beeldscherm met alleen maar sneeuw, waarbij je je niet van moment tot moment bewust bent van de sneeuw. Het is een soort vage ruis ergens op de achtergrond die je je kunt herinneren. Ook heb je geen flauw idee hoelang je in die staat hebt gezeten. Je kijkt op je wekkertje en denkt: dat uur verstreek snel?! Of: is het nu al weer tijd voor de lunch?!

    Omdat de jhana’s geconstrueerde constructies van de geest zijn kun je ze cultiveren. Ik ken mensen die daar heel bedreven in zijn en er bijna per direct, als ze dat willen, toegang toe hebben. Zowel op retraite als in het dagelijks leven. De Boeddha kon dat ook. Vaak lees je zoiets als: hij ging zitten of liggen, rees van de 1e naar de 8e jhana en weer terug van de 8e naar de 1e, om vervolgens zijn aandacht te richten op datgene wat zich van moment tot moment aandiende. Zelf kost het mij momenteel zo’n drie weken continue meditatie om met de 1e vier jhana’s in aanraking te komen en ermee te spelen. De vormloze jhana’s kosten langer en verschijnen na 4 tot 6 weken. Mijn behoefte is niet heel groot om mijn vaardigheden met de jhana’s te vergroten. Ze zijn boeiend maar nog steeds geconditioneerd.

    Nibbana is totaal anders. Het is ongeconditioneerd in de zin dat er geen perceptie is van een object van kennen in de geest wat in het dagelijks leven altijd het geval is. Totaal onverwachts stopt de normale waarneming een fractie van een seconde, is er even helemaal ‘niets’, waarna vervolgens de normale manier van waarnemen weer verschijnt. Net als bij de 8e jhana is er in het moment van Nibbana geen opmerkzaamheid van een object. In de 8e jhana is dat object nog vaag ergens aanwezig. In Nibbana is er gewoon geen object, nada, niente, noppes, niets! Als zodanig valt het inderdaad niet te overstijgen omdat er niets is dat overstegen kan worden.

    Nibbana is het moment van uitdoven van de normale werking van de geest. Wat dat met kleding te maken heeft, ontgaat mij. Het is mijn ervaring dat het zowel met kleren aan op het meditatiekussentje kan optreden als poedelnaakt onder de douche :-)

    Zelf heb ik moeite met het aanduiden van Nibbana als het ultieme geluk. Gelukzalige momenten zijn voor mij momenten die nou juist vaak gepaard gaan met een object in de geest en al het gevoel dat daarbij komt kijken. Nibbana kent geen objecten en daardoor ook geen intens geluk van de zintuigen. De zintuigen vallen weg, dat is nou juist het punt. Zelf spreek ik niet van geluk, maar van vrede en diepe rust.

    Het is waar wat je zegt. Jhana en Nibbana hebben niets met elkaar te maken. Er zijn mensen die de jhana’s beheersen maar geen directe ervaring met Nibbana hebben. Er zijn ook mensen die Nibbana kennen, maar niets van jhana’s afweten. Tot slot zijn er mensen die beiden kennen.

    Groetjes, Gerben

    • Siebe schreef:

      Hallo Gerben, bedankt voor de uitgebreide reactie.

      Enkele vragen:

      -In de sutta’s wordt gesproken over ‘de beëindiging van waarneming & gevoel’. Verwijst dat volgens jou naar hetzelfde als Nibbana?

      -Verwijst de beëindiging van waarneming & gevoel ook naar hetzelfde als wat mahamudra wordt genoemd in andere tradities?

      -Zoals ik het begrijp mag je Nibbana niet begrijpen als een tijdelijke zeer subtiele mentale geconditioneerde staat. Geldt dat wel voor alle jhana’s?

      -Als Nibbana geen tijdelijke geconditioneerde staat is, betekent dit dan ook dat indien Nibbana wordt ervaren, dit ook altijd wordt ervaren als iets wat
      onbegrends is en/of niet-lokaal is? Ervaar je je eigen onbegrensdheid?

      -beschrijft de afwezigheid van de perceptie van een zintuiglijk object van kennen in de geest, bhavanga?

      -is er een verschil tussen ‘geen bewustzijn-van-iets’ en bewusteloosheid of onbewustheid?

      -Weet je op basis van het direct zien of ervaren van Nibbana ook direct dat dit ongeboren is en doodloos is?

      Als je zin en tijd hebt, heel graag.

      alle goeds,
      Siebe

  6. Arjan Schrier schreef:

    Hoi Edel en allemaal,

    Ik heb een sutta gevonden waarin de Buddha inderdaad nibbana als het ‘eind goed al goed’ aanduid;

    “Thus, householder, when it was said by the Blessed One in ‘The Questions of Sakka’: ‘Those ascetics and brahmins who are liberated in the extinction of craving are those who have reached the ultimate end, the ultimate security from bondage, the ultimate holy life, the ultimate goal, and are best among devas and humans’—it is in such a way that the meaning of this, stated in brief by the Blessed One, should be understood in detail.”

    uit https://suttacentral.net/en/sn22.4

    Ook hier blijkt uit de overige versen van de sutta dat het doorzien van ‘wezens’ als een samenballing van verschijnselen de crux is. Levende wezens hebben (itt dode materie)naast een vorm ook geestverschijnselen. Khanda 1 gediversiveerd van khandha 2 t/m5.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Vijf_khandhas

    Met een inzicht hoe dit allemaal interacteert vanaf conceptie tot dood komt de bevrijding van identificatie met en gehechtheid aan de flux van verschijnselen al aardig dichtbij.

    Er is dus mischien geen ultieme vraag, maar wel een ultiem doel.

    Het onderscheid seculier en profaan kan me overigens ook gestolen worden. Niets menselijks is een mens vreemd, hoe die dan ook verkleed gaat, of wat voor een werk ie ook doet. De daden maken de man.

    Overigens zou het best leerzaam kunnen zijn om eens een discussieavond op te zetten met Stephen Batchelor. Hij timmert ten slotte vlink aan de weg met zijn eigen inzichten.

    Mazzels, Arjan

  7. gerben schreef:

    @Arjan:
    “De daden maken de man.”….en de vrouw natuurlijk ook.

    @Siebe:

    – Beëindiging van waarneming en gevoel kan aan verschillende zaken refereren. Per passage moet je kijken wat precies bedoeld wordt. De meest voorkomende mogelijkheden:
    1. De 8e jhana met de cryptische maar juiste benaming ‘geen perceptie, maar nog niet de afwezigheid van perceptie.’
    2. Nibbana of vruchtbewustzijn.
    3. Nirodha Samapatti; een soort 9e jhana die voorbehouden is aan anagamis en arahats en waar ik zelf geen ervaring mee heb.

    – Ik beoefen binnen de context van het Theravada Boeddhisme. Daarbinnen is het al een hele uitdaging om ervaringen en begrippen te duiden, laat staan als je tussen verschillende Boeddhistische stromingen gaat vergelijken. Ik ken andere tradities onvoldoende om bijvoorbeeld Mahamudra of Satori met begrippen uit de Theravada te vergelijken. Wel een interessant onderwerp en het zou leuk zijn als daar een keer een artikel op BD over komt.

    – Bingo. Nibbana is geen geconditioneerde staat, de jhana’s zijn dat wel.

    – Nibbana staat volledig los van de normale zintuiglijke alledaagse wereld die er als het ware uit voort komt. Daardoor is Nibbana ook niet met woorden te beschrijven. Dan kun je ervoor kiezen om het er niet over te hebben, maar dat is niet wat de Boeddha deed. De Boeddha gebruikt wel 50 termen om Nibbana te duiden (zie bijvoorbeeld het gratis te downloaden boek The Island van Ajahn Amaro; pagina 30 en 31 geven een overzicht). Al deze begrippen zijn heel verschillend en duiden allemaal aspecten van Nibbana aan in relatie tot ons normale bewustzijn. Nibbana is onbegrensd in de zin dat er niets is waardoor begrensdheid wordt ervaren; geen ruimte, geen tijd, geen plaats, geen dit & geen dat. Dat zijn allemaal constructies van de zintuigelijke wereld die een gevoel van begrensdheid opwekken. Maar het is tricky business. De vormloze jhana’s worden vaak ook als erg onbegrensd ervaren. Ook waar, maar niet exact hetzelfde als de onbegrensdheid van Nibbana.

    – Bhavanga is een term uit de Abhidhamma en dan nog wel uit het moeilijkste boek: de Patthana. Zelf ben ik geen abhidhamma expert en gebruik ik de abhidhamma alleen in de mate waarin het voor mij te relateren is aan de meditatiepraktijk. Vanuit dat oogpunt vind ik bhavanga geen bruikbaar concept. Arjan heeft veel meer kennis van de abhidhamma en ik meen mij te herinneren dat hij ooit aan de bestudering van de Patthana is begonnen. Wellicht kan hij er iets zinnigs over zeggen.

    – Onbewustheid betekent voor mij ‘niet bewust zijn’: het niet kennen van wat zich in het moment afspeelt. Die is makkelijk en erg praktisch. En dan komen natuurlijk de vragen in de geest op: is Nibbana hetzelfde als diepe slaap, coma, bewusteloosheid, klinische dood, bhavanga, etc? Ik weet het niet. Wat ik wel weet: uiteindelijk gaat het om het inzicht wat zulke ervaringen opleveren. Nibbana is een realiteit die tot zeer diepe inzichten kan leiden over de werking van de geest. De inzichten zijn bevrijdend, de ervaring op zich stelt niet zo veel voor en is geen garantie voor diepe inzichten. Niet dat ik de ervaring wil bagatelliseren, maar het is toch ook wel een anti climax. De ervaring wordt vaak veel groter gemaakt dan hij is. De ervaring is ook geen garantie dat de juiste inzichten en lessen getrokken worden. Wat dat betreft zijn goede leraren, die hier in kunnen begeleiden van onschatbare waarde! In dat opzicht is Nibbana anders dan diepe slaap, bewusteloosheid of coma die ‘niet’ leiden tot diepe inzichten in de werking van de geest.

    – Weer een paar van die aspecten van Nibbana. Ongeboren refereert aan de kwaliteit dat het niet voortkomt of afhankelijk is van de geest. Doodloos wil wat mij betreft zeggen dat er geen komen (geboren) en gaan (sterven) is van projecties van de geest. Dat is natuurlijk heel wat anders dan denken dat mensen die ervaring hebben met Nibbana ‘onsterfelijke superhelden’ zijn. Ik ben een vervend motorrijder en heb een jaar lang rondgelopen met het beangstigende idee dat het uitdoven van de zintuigen op de motor zou plaatsvinden met een dodelijk ongeluk tot gevolg. Gelukkig is het moment zo kortstondig dat dit geen reëel gevaar is gebleken.

    Succes met de beoefening.

    Zoals één van mijn leraren altijd zijn leerlingen toewenst: may you reach Nibbana soon, rather than later!

    Groet, Gerben

  8. Siebe schreef:

    Hallo Gerben,

    Ik heb weer met interesse je reactie gelezen. Fijn met je hierover te kunnen spreken.

    Nogmaals over de beeindiging van waarneming & gevoel. In de regel wordt dit vermeld in de beschrijvingen van de 8 jhana’s, en dan meestal als laatste, dus nadat de beoefenaar door al die 8 stadia is gegaan. Verwijst de beeindiging van waarneming & gevoel in die context dan niet naar het direct zien of ervaren van Nibbana?
    Anguttara Nikaya 9.47 zegt bijvoorbeeld [uit de vertaling van Bodhi]:

    “I t is said, friend, ‘directly visible nibbana, directly visible Nibbana’ . In what way has the Blessed One spoken of directly visible nibbana?”
    (1)—(8) “Here, friend, secluded from sensual pleasures . . . a bhikkhu enters and dwells in the first jhana To this extent, too, the Blessed One has spoken of directly visible nibbana in
    a provisional sense”.

    Bodhi verkort hier de tekst maar de tekst geeft aan dat alle 8 jhana’s kunnen worden gezien als een op rechtstreekse wijze zichtbaar Nibbana in een voorlopige zin .

    De sutta vervolgt:

    (9) “Again, friend, by completely surmounting the base of
    neither-perception-nor-non-perception, a bhikkhu enters and dwells in the cessation of perception and feeling, and having seen with wisdom, his taints are utterly destroyed. To this extent, friend, the Blessed One has spoken of directly visible nibbana in a non-provisional sense.” [454]

    Hoe begrijp jij vanuit je ervaringen deze sutta?
    Overigens, de beeindiging van waarneming & gevoel lijkt in deze context niet te worden gezien als een 9e jhana, toch? Volgens mij wordt dat althans niet zo bedoeld.

    -Ik heb begrepen vanuit sutta’s en commentaren dat Nibbana niet mag worden gezien als een oorzaak noch als een gevolg. Hoe moet ik je opmerking: “Nibbana staat volledig los van de normale zintuiglijke alledaagse wereld…. die er als het ware uit voort komt….”, precies verstaan?

    -Je schrijft “Nibbana is onbegrensd in de zin dat er niets is waardoor begrensdheid wordt ervaren”. Maar je ervaart dus niet een soort onbegrensd gewaarzijn?

    -Ik ben het trouwens helemaal met je eens dat het in boeddhisme gaat om het inzicht wat ervaringen opleveren, en dat ervaringen ook geen garantie opleveren voor juist inzichten en lessen. Ik zie dat ook heel duidelijk als boodschap in de sutta’s terug. Ik heb gezien dat het doel van het heilige leven onder de Boeddha niet zozeer allerlei magische vermogens is of bijzondere ervaringen, hoewel dat allemaal wel gunstig kan zijn, maar in essentie is het doel het beeindigen van onwetendheid en begeerte en de bezoedelingen, de asava’s en daarmee het lijden. Als ervaringen of inzichten niet dat effect hebben dan schieten ze als het ware het doel voorbij. Ervaringen kunnen evengoed diepere begoocheling veroorzaken.

    -Ik heb ook begrepen dat een stroom-intreder wel directe kennis heeft van Nibbana maar diens latente neigingen zijn door die ontmoeting met de waarheid van de beeindiging van lijden toch nog niet helemaal geeindigd, zoals bijvoorbeeld die van kwade wil en verbeelding. Die persoon heeft dan nog werk te doen volgens de sutta’s.

    -Begrijp ik het goed dat jij Nibbana niet beschouwt als de natuur van geest en daarmee eigenlijk jouw diepste ongeboren identiteit? Is Nibbana dan voor jou enkel maar een soort tijdelijke flits-ervaring? Hoe kan het dan besproken worden als de ultieme toevlucht, als eiland, als iets wat in staat is existentiele twijfels, angsten, beklemmingen volledig te ontwortelen? Dan moet Nibbana toch ook iets onthullen over jou?

    Alle goeds,
    Siebe

  9. Gerben schreef:

    Hoi Siebe,

    De discussie wordt mij nu te filosofisch. Sutta studie is niet helemaal mijn ding. Meditatie wel. Het duiden van daarbij opgedane ervaringen en inzichten ook. Ik ga dus niet langer al je vragen gedetailleerd beantwoorden.

    Het volgende wil ik nog wel zeggen. Te meer ook omdat het relevant is voor bovenstaande artikel van Edel waar deze discussie mee begon.

    De leer van de Boeddha onderscheidt vier ultieme waarheden in dit leven (paramattha dhammas):

    1) er is bewustzijn met 2) al haar metgezellen cq kwaliteiten
    3) er is een lichaam
    en 4) er is Nibbana

    Om de dhamma of ‘het leven’ volledig te begrijpen is er volgens de Boeddha dus ook kennis van Nibbana nodig. Vanuit ons normale perspectief zou je het inderdaad een soort flits ervaring kunnen noemen. Het is in ieder geval geen plek of plaats waar je even 90 minuten lang relaxed met je vrienden een voetbalwedstrijd gaat kijken. Aan de andere kant zijn dit soort noties volstrekt irrelevant met betrekking tot Nibbana. En eigenlijk bestaat vanuit een meditatieve bril het hele leven uit een aaneenschakeling van losse flits-momenten, ook als je 90 minuten lang voetbal zit te kijken en je dat niet doorhebt.

    Zoals ik al aangaf gaat het niet om de flits-ervaring maar om de inzichten. Die zijn blijvend, zeer bevrijdend en zorgen ervoor dat het dagelijks leven doordrenkt is van de kwaliteiten van Nibbana, ook buiten de flits-momenten om. Ik raad je aan ze zelf te gaan ontdekken! Meditatie is daarbij zeer behulpzaam. Een goede leraar ook. Relateer je vragen vervolgens aan je eigen ervaringen in de beoefening. Verstandelijk uitzoeken of het klopt wat iemand 2600 jaar geleden in een ver warm land, in een vreemde taal en onder een bodhi boom heeft gezegd, leidt niet tot diepe inzichten. Vanuit de eigen beoefening komen de antwoorden op de grote vragen dan misschien vanzelf. En de kans is groot dat al die vragen dan niet meer interessant zijn.

    Groet, Gerben

  10. Siebe schreef:

    Oke, duidelijk Gerben.
    Bedankt voor je inzet.
    Alle goeds,
    Siebe

Menu