‘Schrik er vooral niet voor terug om onzin te vertellen. Je moet je onzin alleen in de gaten houden.’  
‘Wat kan gezegd worden, kan duidelijk gezegd worden. Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.’  

Ludwig Wittgenstein

Tussen deze twee citaten van de filosoof Ludwig Wittgenstein beweeg ik me graag. Niet dat ik verder veel snap van Wittgenstein, maar ik vind het zeer leuk om onzin te spreken. Ik verveel me snel en hou ervan om mezelf te verrassen met ongewone ideeën of nieuw, ongewoon gedrag. Ik geniet er ook van om anderen te verrassen, zelfs te choqueren, zowel met uitspraken als met gedrag. Met mijn kleinkinderen kan ik me daarin ongeremd uitleven, volwassenen zijn meestal defensiever en vooral als ik heilige huisjes doe instorten, wordt me dat niet altijd in dank afgenomen. Zoals Wittgenstein het aangaf, ik moet opletten dat ik mijn onzin in de gaten hou.

Het is erg delicaat om te spreken over wat boven ons begripsvermogen uitstijgt. Woorden zijn enkel verwijzingen naar de realiteit. Woorden die goed klinken, creëren gemakkelijk de illusie dat ze samenvallen met de realiteit. Algauw stellen we ons tevreden met diepzinnig klinkende beweringen, en verzanden dan in theoretisch speculeren of geloven we dat we een eenvoudige uitleg krijgen voor iets wat we in wezen niet bevatten. Soms hoor ik mezelf iets beweren dat zeer diepzinnig klinkt. Heel soms zeggen anderen dan dat ik hen daarmee raak. Maar vaker deinzen mensen terug. Wellicht omdat ik iets lijk te ontheiligen. Wat wij in het Westen heilig noemen is hetzelfde als wat we in het boeddhisme verlicht of bevrijd noemen.

Alle religies hebben daarom praktijken ontwikkeld die het zwijgen een plaats geven. Om even bevrijd te worden van onze drukke geest, vol woorden en oordelen. Om na de stilte toch weer terug te vallen in het gekende. Volhouden is altijd weer de boodschap. Niet om iets te bereiken maar omdat elke spirituele praktijk nu eenmaal draait om levenslang oefenen. Niet praten is een voorbereiding op de spirituele ervaring dat, als onze innerlijke stilte aanhoudt, we terecht komen in een weten dat onze concepten en onze eigen stem overstijgt. De soefi Rumi noemde het ‘mystieke zwijgen’ een periode waarin de beoefenaar niet meer zijn gebed uitspreekt, maar God in hem laat spreken. Orthodoxe christenen kennen het zwijgen als manier ‘om God het woord te geven.’ In de westerse christelijke mystiek is er de ‘oratio infusa’, het door God ‘ingegoten’ of ‘ingefluisterde’ gebed. Als we zwijgen, ontstijgen we even aan onszelf en stijgt, ook zonder dat we het ons bewust hoeven te zijn, een gebed op.

Vooral in het boeddhisme is zwijgen de essentie van mediteren. Als we dan toch woorden gebruiken, dienen die niet als ‘containers’ voor begrip maar als mantra’s die het denken stoppen. Zoals in deze regels uit de soetra van Kwan Yin:

‘Stel dat je alle houvast verliest, de grond onder je voeten verdwijnt,
één gedachte aan Kwan Yin en je bent als de zon in het oneindige heelal.’

Als we dit reciteren, vervangen we al onze angstige, futiele gedachten door omvattende beelden van zon en heelal. En vervolledigen we onze eigen ‘mannelijke’ kracht met de wijsheid, het mededogen van een vrouwelijke bodhisattva.

Als ik lees over wat verlichting is, kom ik terecht in een kluwen van opvattingen. Dat doet me denken aan de oosterse omschrijving van ‘het Ene’ en ‘het vele.’ Waarbij het vele eerder een mannelijke benadering is: zoveel mogelijk kennis verzamelen, en het Ene de vrouwelijke pool vertegenwoordigt: wachten op een intuïtieve ingeving. En dan lees ik weer over verlichting als een lange moeizame weg of als een plots ontwaken. Of: verlichting is het resultaat van opgeven van hechten, of nee: het is een geloof. Er is de stelling dat iedereen de verlichting kan bereiken, en er is zelfs de stelling dat onze wàre natuur een boeddha-natuur is, dus dat we al verlicht zijn, maar het ons niet durven realiseren…

Ik kan alleen maar concluderen dat er evenveel vormen van verlichting zijn als er mensen zijn. En dat je van verlichting geen buitengewoon fenomeen moet maken. Er is geen ‘aparte’ wereld voor verlichte mensen, er is geen ‘aparte’ tijd waarin we verlicht zijn of niet. En er is geen moeizame periode van onze best doen en hard zoeken, waarna we resultaat boeken en als grote bonus ‘voor altijd verlicht zijn.’

Wat me het diepste inzicht geeft is het fundament van het Mahayanaboeddhisme: hoe kan iemand genoeglijk in een verlichte staat blijven zitten als hij niet getroffen wordt door de massa levende wezens die nog lijden? Als een van die wezens die nog lijden weet ik wel dat overal Boeddha’s klaarstaan die hun hand uitreiken om me uit het moeras te trekken. Zo kom ik bij wat me in de praktijk het meeste inspireert: de ware betekenis van mindfulness is dat ik mijn bewustzijn niet moet oefenen via één of andere methode maar vooral in gedachten moet houden wat leidt tot bevrijding. Dat is hoe dan ook het voorbeeld van de Boeddha’s, in elke denkbare… en ondenkbare vorm.

In het Zuiver Landboeddhisme volstaat het om de Boeddha Amithaba aan te roepen, de Boeddha van het oneindige licht of onmetelijke land. De praktijk is enkel dat je oprecht doorvoeld ‘namo amida bu’ reciteert: ‘ik zoek mijn toevlucht bij jou, Boeddha van het oneindige licht.’ In het besef van hoe nietig ik ben, kan ik de pogingen van mijn ego loslaten om de boel te controleren, en me overgeven. De paradox is dat, als ik echt laat doordringen hoe klein en geconditioneerd ik ben, ik me bewust kan worden van het grote, omvattende, ongeconditioneerde, dus van de ultieme realiteit die door mij als kleine levensvorm heen stroomt, een ultieme realiteit die zonder vorm is en mij dus kan inspireren om door mijn begrenzingen heen te kijken.

Dat bewustzijn kan ik ook vinden door ‘gewoon’ te mediteren op mijn adem, ook al blijft het voor mij vaak een frustrerende ervaring. Het liefst sta ik in mijn tuin, maak me leeg en vang soms een glimp op van de stilte van de natuur, hoe alles spontaan groeit en sterft en… zorgeloos verder evolueert. Als ik het erg moeilijk heb, helpt ‘namo amida bu’, en ervaar ik het zuivere land als de natuur. Maar de Boeddha Amithaba zelf blijft wel een vreemde, abstracte voorstelling.

Na lang volhouden, heb ik een dieper doorvoelde ervaring als ik me concentreer op Boeddha in zijn aardse vorm, de wijze Gautama. Ik zie hem dan in een deuropening staan, met een zachtaardige glimlach maar licht verontrustend doordringende ogen. Ik probeer niet teveel betekenissen vast te knopen aan mijn voorstelling, het volstaat dat het me effectief helpt om me langer te concentreren op innerlijke stilte. Ik ben me ervan bewust dat ik een zeer persoonlijk beeld creëer van een openbaring van het onvergankelijke…

De diepste intuïtieve ingeving die al mijn overpeinzingen me geven is dat elke dualiteit me weghoudt van bevrijding. Door me een Boeddha als fundamenteel ‘anders’ voor te stellen als mezelf, maar vooral door mijn individuele zoeken als apart te zien van anderen. Onder al onze uiterlijke verschillen lijden we allemaal, en zoeken we allemaal naar een uitweg naar de Andere Oever. Als we niet samen een bevrijde wereld realiseren, een Zuiver land hier en nu, op deze aarde, blijft al ons zoeken een tijdverdrijf zoals een ander.

 

Categorieën: Mahayana, Boeddhisme, Columns
Tags: , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Wat zou de Boeddha doen? (2)

  1. Wouter ter Braake schreef:

    ❤️❤️❤️

  2. Piet Nusteleijn schreef:

    Tijd is denken. Denken is tijd, is worden. Zijn is zwijgen, is stilte.
    Ook bedenken we de tijd. En tijd bestaat feitelijk niet.
    Ons zoeken is een tijd verdrijf. Leven is tijdloos. Zoeken is leven. Leven is zoeken.
    Zoeken naar een andere oever?
    Die andere oever bestaat ook niet. Hoeven we niet naar te zoeken. Dus wat te doen?

    Daarom de vraag: Wat zou de Boeddha doen?
    Met groet.

Menu