Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Fabels, legenden, mythen, sagen en sprookjes zijn fictieve verhalen. Allemaal! Ze bevatten meestal één of meer bovennatuurlijke elementen, bijzondere en onverklaarbare gebeurtenissen, vreemde personen en/of beesten, buitengewone voorwerpen en mensen of dieren met eigenschappen die hen boven normale lieden en dieren verheffen. Meer dan eens overlappen de genres elkaar en is het lastig duidelijk onderscheid te maken, maar toch:
- Fabels zijn nogal moralistische vertellingen met meestal vermenselijkte dieren in de hoofdrol. Daardoor zijn ze tijdloos en kunnen ze vrijwel overal worden gesitueerd. Voorbeelden zijn de fabels van La Fontaine, en het verhaal van Reintje de Vos.
- Mythen gaan over de boven- en onderwereld, en over alles dat daarmee te maken heeft: goden, halfgoden, demonen, profetieën, vervloekingen en ga zo maar door. Ik reken alle scheppingsverhalen tot de mythologie, de leer over de goden. Ja, ook die van de Bijbel! Je komt vandaag de dag nog steeds namen en begrippen uit de Noorse-, Germaanse-, Griekse – en Romeinse mythologie tegen, zoals in namen van doordeweekse dagen (woensdag, donderdag en vrijdag zijn te herleiden tot respectievelijk de goden Wodan, Donar en Frija); de namen van maanden (maart komt van Mars, de Romeinse god van de oorlog; juni komt van Juno, de vrouw van de Romeinse oppergod Jupiter) en zelfs in namen van lichaamsdelen (denk maar aan de Adamsappel, de Venusheuvel en de Achillespees).
- Legenden zijn vaak met een religieuze saus overgoten volksverhalen waar enerzijds een kern van waarheid in zit en anderzijds een flinke portie fantasie. Voorbeelden die wellicht tot de verbeelding spreken zijn: het verhaal van St. Joris en de draak; St. Nicolaas en de kinderen die hij redt; St. Maarten en de mantel die hij doormidden snijdt.
- Sagen zijn ook volksverhalen, maar van een totaal ander karakter dan legenden. Ze zijn vaker plaats en tijdgebonden en bevatten over het algemeen elementen van griezelige aard, of zelfs horror! Voorbeelden: de Vliegende Hollander; Witte Wieven; Ellert en Brammert; Robin Hood; Koning Arthur en de ronde tafel; Siegfried.
- Sprookjes vertellen een fictief verhaal (in een land hier ver vandaan) dat meestal goed afloopt (en ze leefden nog lang en gelukkig) maar ook – heel belangrijk! – een opvoedend of vormend element bevat. Daarom worden sprookjes vooral aan kinderen verteld, maar er zijn ook versies voor volwassenen.
Mensen die elkaar verhalen vertellen, versterken daarmee vaak onbewust de groepscohesie, groepsidentiteit en onderlinge solidariteit. Het kennen van bepaalde verhalen kan zelfs leiden tot natievorming en in negatieve zin tot nationalisme! Omgekeerd zie je soms dat nationalisten op zoek gaan naar verhalen, met name mythes en sages, om daarmee groepscohesie, groepsidentiteit en onderlinge solidariteit te bevorderen. Zo is bekend dat het nazi-kopstuk Heinrich Himmler naar een mythisch ‘Arisch’ verleden zocht en naar (veronderstelde) mystieke plekken liet zoeken en deze zelf ook met een bezoek vereerde.
Opmerkelijk is dat met name mythen in verschillende culturele contexten toch een zeer vergelijkbare essentie weergeven: het ontstaan van de werkelijkheid zoals wij die kennen via het vaststellen van wat goed is en wat kwaad, tot en met wat noodzakelijk is om weer tot een zuivere, vredige, harmonieuze en uitgebalanceerde toestand te komen. Zoals: uit de dood opstaan. Mensen kunnen niet zonder verhalen. Ze zijn van levensbelang! Omdat:
Verhalen vertellen waarom.
Verhalen vertellen waartoe.
Verhalen vertellen wie, wat, hoe.
Verhalen vullen leegte.
Zonder verhalen rest zinloosheid.
Zonder verhalen verdwalen mensen in ruimte.
Zonder verhalen raken mensen verloren in tijd.
Verhalen troosten en verwarren.
Ze troosten doordat ze houvast geven.
Ze verwarren doordat ze alle houvast losmaken.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie