Het Boeddhistisch Dagblad van vandaag gaat over oorlog en vrede. Organisaties en auteurs geven daarover hun mening. We lijken te leven in een tijd dat oorlog, geweld, het doden van mensen, het nieuwe normaal wordt. Maar zelfs de intentie om een ander te doden is naar mijn mening al verwerpelijk. Van beide kanten.
Ja, er wordt geschermd met oorlogsrecht, wetgeving, moraliteit, de vijand een antwoord geven op geweld, wij en zij denken. Het verdedigen van waarden, grondgebied, noem het maar op. Getallen ook, zoveel tanks, maar in elke tank zitten mensen die worden gedood. Maak het klein- eenvoudig: Ben je in staat om een ander mens te doden, te verwonden, heb je die intentie? Waar is die op gebaseerd? Ben je in staat een trekker over te halen om een ander- die mogelijk in jouw zicht is, te doden?
De overheid kent het monopolie van geweld. Politiemensen mogen hun dienstwapen gebruiken om iemand uit te schakelen om erger te voorkomen. Maar je kunt niet zeggen dat de politie een organisatie is die gericht is op het doden van mensen, zoals het leger wel is.
Heel lang geleden maakte ik als onderzoeksjournalist kennis met oorlogsdreiging en verzet. Ik leerde er veel van, dat verzet van bewuste burgers ook vrede kan betekenen.
In 1983 wijst het kabinet de luchtmachtbasis Woensdrecht in het westen van Brabant aan voor de plaatsing van 48 kruisraketten. Als tegenhanger van het Russische besluit om kernwapens op Europa te richten. Die zomer wordt het dorp overspoeld door actievoerders, van wie sommigen jarenlang in tentenkampen blijven om de kernraketten tegen te houden. Tijdens een redactievergadering van de krant word ik door de hoofdredactie aangewezen als verslaggever kruisraketten. Ik schrijf voor de gemeenschappelijke persdienst (GPD) de grootste journalistieke organisatie in ons land, waarbij ook Belgische kranten aangesloten zijn.
De actievoerders wonen permanent in tentenkampen in de bossen rond de vliegbasis Woensdrecht. Ook als in de winters de sneeuw tientallen centimeters hoog ligt en de kampen en kampjes voortdurend door de politie werden ontruimd, en door de actievoerders meteen weer opgebouwd. Het idealisme, en de prijs die daarvoor werd betaald. Als verslaggever heb ik contact met die actievoerders, politie, marechaussee, inlichtingendiensten, militairen om verslag te kunnen doen. Ik maak de verharding mee, vredesactivisten die de basis opgaan om daar vernielingen aan vliegtuigen (proberen) aan te richten. De versterking van de basis. Infiltratie van binnen- en buitenlandse inlichtingendiensten om actievoerders te criminaliseren. Ook vriendschappen, liefde, begrip.
Begin december 1983 duikt in Woensdrecht een man op. Hij stelt zich voor als John Paul Gardiner, Canadees, Vietnamveteraan en vredesactivist. Hij begint dezelfde avond nog met een wake bij de toegangspoort van de vliegbasis. Dit maakt indruk op de bewoners van het Vredesaktiekamp die sinds september 1983 legaal en geweldloos op het industrieterrein bij de vliegbasis verblijven uit protest tegen de komst van de kruisraketten. Het is een bonte verzameling van vredesactivisten die wonen in tenten, caravans, een plaggenhut en zelfs een tipi. Later besluit de gemeente Woensdrecht dat de actievoerders daar moeten verdwijnen en richten ze in de bossen hun kampen op.
De grote actiebereidheid van Gardiner levert hem snel respect op. Hij ontpopt zich tot superactivist en schrikt niet terug om nieuwe methodes te proberen. Zoals het doorknippen van het hek rond de basis, het binnendringen. Later blijkt dat de zich Gardiner noemende een infiltrant voor de BVD is met ervaring in het infiltreren in de vredesbeweging.
In maart 1984 breidt Gardiner zijn netwerk uit naar België waar hij samen met twee actievoerders 189 granaten steelt van de Belgische vliegbasis Florennes. Het overgrote deel van de munitie draagt Gardiner over aan de BVD. Gardiner – die werkzaam is voor de Amerikaanse NSA, verstopt zelf 13 granaten in zijn caravan op het Vredesaktiekamp. Hij laat ze aan een aantal bewoners van het VAK zien met de vraag of zij daar iets mee kunnen. Maar de activisten zijn hier niet van gediend. Ondertussen blijven er acties uitlekken. Dit leidt ertoe dat de activisten Gardiner steeds meer wantrouwen. Ze beginnen hem als een gevaar voor het Vredesaktiekamp te zien en betrekken hem niet meer bij belangrijke acties.
Het is Pasen 1984 als ik thuis benaderd word door een aantal vredesactivisten. Ze vertellen mij dat ze bang zijn gearresteerd te worden en strafrechtelijk vervolgd omdat er granaten in het onderkomen van Gardiner in hun VAK liggen. Ik neem contact op met een bevriende advocaat Hans Vreijling die samen met een aantal activisten de granaten naar het politiebureau in Woensdrecht brengt.
Eind 1987 stopt het actievoeren: de VS en de Sovjet-Unie tekenen het INF-verdrag en maken een begin met het vernietigen van hun kernwapenarsenaal. De actievoerders gaan terug naar huis of trekken verder.
Ik ben geestelijk en lichamelijk helemaal gesloopt na vier jaar aanwezigheid in die kampen, de militaire basis, de politie. Ook met zogenaamde feestdagen. Journalisten zijn geen spionnen, het is op eieren lopen als je voorkennis hebt van acties van beide kanten. En die niet kan en wil vrijgeven. Politiemensen, militairen en actievoerders leerde ik beter kennen. Maar niet altijd begrijpen.
Wat ik geleerd heb en dat ook zelf toepas is dat geweld niet loont, mensonwaardig is. Dat verzet wel loont. De boeddhist Varamitra riep boeddhisten op van ‘het kussen af te komen’ en de handen uit de mouwen te steken. Ik zeg hem na: kom in actie, verzet je tegen oorlog en geweld, het doden van mensen. Scherm niet met wetgeving. Zeg de Franciscaanse Vredeswacht bij de basis in Woensdrecht na: Vrede en alle goeds. Handel daar naar. Stop de oorlogen.
Moge iedereen gelukkig zijn, met name jij.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!

Geef een reactie