We nemen ons regelmatig voor om iets te gaan doen of juist te laten. Denk aan deadlines halen, meer sporten, minder eten, stoppen met roken enzovoorts. Vreemde gewoonte eigenlijk als we ons realiseren dat het succesgehalte van onze voornemens doorgaans vrij laag is. Hoe komt dat? Zijn onze doelen te hoog of is onze motivatie of wilskracht te laag? Of ligt het aan gebrek aan inzicht waarom we onze doelen kiezen en proberen te verwezenlijken? In dit artikel een antwoord op deze vraag.

Verschil tussen wensen en willen

Het is een vraag waar de Zwitserse filosoof Peter Bieri een heel praktisch antwoord op heeft gevonden. Bieri stelt dat we onderscheid moeten maken tussen onze wensen (verlangens) en wat we willen (doelen). Wensen zijn belangrijk want in onze fantasie is alles mogelijk, ze wordt niet beperkt door praktische overwegingen. Een andere situatie ontstaat wanneer we proberen onze wensen te realiseren. In principe kunnen we wensen wat we willen – the sky is the limit – en dat maakt wensen en dagdromen ook tot zo’n aangenaam tijdverdrijf. Maar onze ervaring met het daadwerkelijk realiseren van doelen, met willen wat we wensen, is vaak minder prettig.

Beperkingen en mogelijkheden

Als we stil staan bij het onderscheid tussen wensen en willen, dan zien we dat een essentieel verschil is dat onze wensen relatief zonder gevolgen zijn – relatief, want dagdromen kost wel tijd en mogelijk bevestigd dat een zelfbeeld wat we niet willen. Maar wat we willen heeft altijd gevolgen in onszelf en in de wereld. Zodra we in beweging komen om te realiseren wat we willen heeft dat onmiddellijk consequenties.
Simpel gezegd zijn er twee uitersten – we slagen en ervaren voldoening en groeiend zelfvertrouwen, of we slagen niet en ervaren waarschijnlijk teleurstelling en een deuk in ons zelfvertrouwen – en alle varianten daar tussen in. Het pleidooi van Bieri, waar ik mij volmondig achter schaar, is onszelf een dienst te bewijzen door onze wensen niet ongemerkt tot doel te laten worden. Beter is om heel bewust de afweging te maken welke van onze wensen de moeite waard zijn om te willen. Dat klinkt heel pragmatisch en dat is het in mijn ervaring ook, het is een concrete vorm om jezelf de baas te zijn. Lastig is dat veel van onze wensen nu juist zo verleidelijk zijn om over te blijven dagdromen. De geprojecteerde opbrengst lijkt vaak erg wenselijk.

Experiment 1 – Van wens tot doel

Het is nodig dat je vaststelt welk doel echt je moeite waard is om te willen en welke je beter wensen kunnen laten. Hiermee vermijd je dat je je wensen ongemerkt gaat willen. Neem een moment om te reflecteren over je belangrijkste wens die je voor je werk/carrière hebt en schat in hoe groot de kans is dat je dat doel kunt realiseren?

Hoe kies je doelen die echt je moeite waard zijn?

In de wenswereld is alles mogelijk en is er altijd nog genoeg tijd om het te gaan doen. Daarmee worstelen veel mensen: ‘er is nog genoeg tijd, er komen nog genoeg mogelijkheden, dat hoeft toch niet nu meteen, dat kan later nog wel.’ Waarschijnlijk herken je het wel, we noemen het uitstellen. Uitstellen van de ervaring van de onlosmakelijke beperkingen en risico’s die het nastreven van een doel met zich mee brengen. Als we naar ons leven kijken dan zullen we zien dat we daar niet zo van houden, van beperkingen en risico op verlies. Toch is het juist dat wat we onder ogen moeten zien om wat we willen daadwerkelijk te realiseren. Iets willen is je inspannen om het te realiseren, tegenslagen krijgen – die zijn onvermijdelijk, want onmiddellijk en moeiteloos succes blijken een illusie – en dan toch doorgaan. Het vraagt moed, investering en doorzettingsvermogen. En de bereidheid onszelf te beperken.

Lange termijn

Je bent pas bereid zo’n grote lange termijn investering te maken in het licht van je beperkingen in tijd en mogelijkheden, als je doel de middelen heiligt. Ofwel, als je verwachting over wat het je gaat opleveren groot en belangrijk genoeg is. Als je teveel afgeleid wordt door ‘geen zin’, faalangst of korte termijn doelen, dan hou je dat niet vol en is de kans groot dat je voortijdig opgeeft. En daar hangt een prijskaartje aan – teleurstelling in jezelf en deuk(je) in je zelfvertrouwen en geloof in eigen mogelijkheden. Het is niet altijd zo evident, maar alle kleine en grote mislukkingen tikken wel aan.

Experiment 2 – Lange termijn

Neem je meest gewenste doel van Exp. 1 en reflecteer of je daadwerkelijk bereid bent om voor langere termijn de nodige investering te maken qua tijd, geld en energie en met voorkomende beperkingen van jezelf en van de omstandigheden om te gaan.

Hoe bepaal je of je succesvol kunt zijn?

Deze vraag ligt in het verlengde hiervan. Goed aan deze vraag is dat ie de mogelijkheid biedt om voordat we beginnen een inschatting te maken of we dat doel wel moeten willen. Ofwel, wat onze waarschijnlijke slaag- of faalkans is. In tegenstelling tot populair geloof heeft dit weinig met wilskracht te maken, maar veel meer met helder inzicht in de relatie tussen onze innerlijke en uiterlijke omstandigheden.
Innerlijke omstandigheden zijn je zelfbeeld (wie ben ik, wat kan ik, wat mag ik – kan zeer beperkend zijn), gewoonten, maar ook stressgevoeligheid, vaardigheden, opleiding, doorzettings vermogen, uiterlijk, enzovoorts.
Uiterlijke omstandigheden zijn onze relaties met anderen, de netwerken waar we deel van uitmaken (of niet), sociaal-economische factoren, vraag en aanbod enzovoorts.

Experiment 3 Voorwaarden voor Actie

Neem je doel uit exp. 2 en doorloop de volgende stappen:

  1. Kijk of je innerlijke omstandigheden een positieve indicatie zijn voor dit doel:
    zijn je zelfbeeld (geloof je er in?), opleiding, vaardigheden, motivatie en doorzettingsvermogen voldoende voor een redelijke succes kans?
  2. Als stap 1 positief is kijk dan of de uiterlijke omstandigheden gunstig zijn voor de verwezenlijking van je doel:
    is er voldoende vraag naar wat jij te bieden hebt, sluit je opleiding aan op de vraag, is de markt gunstig, is er niet teveel aanbod, is er steun in je  thuissituatie voor je keus, kun je genoeg omzet maken (zelfstandige) voor een redelijke succeskans?

Uiteraard is er een wisselwerking tussen beiden – ik kan bijvoorbeeld wel een goed aanbod hebben als trainer/coach (innerlijke omstandigheid) maar er is geen vraag naar in de markt (uiterlijke omstandigheid), of vice versa – er is wel vraag in de markt maar ik heb de nodige kennis/ervaring niet in huis.

Hoe ga je om met de onvermijdelijke tegenslagen bij het realiseren van je doelen?

Deze vraag kan op zich natuurlijk al weerstand oproepen, want hoezo zijn obstakels onvermijdelijk? Ze zijn onvermijdelijk omdat we iets tot stand willen brengen wat er nog niet is. En in dat proces krijgen we te maken met innerlijke en of uiterlijke omstandigheden die niet aansluiten of zelfs ons doel tegenwerken. Het grootste potentiële obstakel bij de realisatie van onze doelen zijn we echter zelf, namelijk het geloof dat we over onszelf hebben, beter bekend als ons zelfbeeld. In ons zelfbeeld liggen onze beperkingen en mogelijkheden besloten. Als ik diep van binnen geloof dat ‘ik niet okee ben, het mij toch nooit zal lukken, ik minder ben dan anderen, anderen alles beter kunnen’, dan beperkt dat mijn mogelijkheden. Het goede nieuws is dat ons zelfbeeld geen feit is maar een geloof.

Zoals we allemaal wel ervaren hebben is dat een hardnekkig geloof, maar niettemin een geloof. Ons geloof over onszelf kunnen we veranderen. Maar hoe dan? Ons zelfbeeld is waarneembaar en ervaarbaar in ons gedrag en onze houding. Onze houding is hoe we omgaan met, of reageren op, onze innerlijke en uiterlijke omstandigheden. Een klassieker is het idee dat een optimist zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden zoals de hel nog iets positiefs weet te vinden (‘lekker warm hier’) terwijl de pessimist in het paradijs altijd wel iets negatiefs weet te vinden (‘goh, saaie boel hier’).

Experiment 4 – Planning

Neem alle uitkomsten van de eerste 3 experimenten samen en maak een planning:

  • vertrek van het moment in de toekomst dat jouw doel verwezenlijkt is: beschrijf specifiek en concreet de situatie op dat moment (neem een periode van min. 1 tot max. 5 jaar)
  • maak vervolgens een stap terug van een jaar en beschrijf de situatie op dat moment en wat je te doen hebt om de situatie een jaar later te verwezenlijken.
  • doe dit net zo vaak totdat je uitkomt bij je huidige situatie
  • je hebt nu een heldere en overzichtelijke planning voor het verwezenlijken van je doel.

Aanbeveling

Een praktische benadering is om tegenslagen te gebruiken om jezelf de baas te worden, door de omstandigheden als aanleiding voor je reactie te zien, maar niet als oorzaak. Als je dat doet dan worden de omstandigheden dienstbaar aan je ontwikkeling en niet zaken die je dwarszitten en weg moeten. Dat is op zich al een hele winst. In hoe je omgaat met tegenslagen zit veel belangrijke informatie over wat jouw aandeel is in het slagen of mislukken in het realiseren van je doelen.

Gebruik je tegenslagen en doe er je voordeel mee!

Bronvermelding:

Bieri, Peter. Het Handwerk van de Vrijheid – Over de ontdekking van de eigen wil. Wereldbibliotheek 2009 ISBN 978 90 284 2161 5.
Onder het pseudoniem Pascal Mercier schreef Bieri de bestseller De Nachttrein naar Lissabon, die ook verfilmd is.

 

Categorieën: Columns
Tags: , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu