Gisteren heeft Extinction Rebellion (XR) een sommatiebrief verstuurd aan de Nederlandse Staat en de Nationale Politie. Hierin verzoekt XR de Staat te erkennen dat het zijn taak is ervoor te zorgen dat politieagenten tijdens demonstraties zichtbare identificatietekens dragen en aan te geven hoe en op welke termijn dit zal gebeuren. Ook verzoekt XR de Nationale Politie haar medewerking te bevestigen. Als XR de gewenste bevestiging niet binnen vier weken ontvangt, wordt de kwestie aan de rechter voorgelegd.
Advocaat Willem Jebbink van XR: “Door het ontbreken van zichtbare individuele identificatietekens komt het met enige regelmaat voor dat agenten niet persoonlijk ter verantwoording worden geroepen als zij over de schreef gaan. Zij ontlopen zo strafrechtelijke of disciplinaire aansprakelijkheid. Ook tast dit het vertrouwen in de politie aan. Politieoptreden moet transparant zijn en effectief kunnen worden getoetst in bijvoorbeeld klachtenprocedures.”
Demonstrant Rozemarijn van ’t Einde, die een klacht indiende na blootgesteld te zijn aan politiegeweld bij een demonstratie in Zeist: “Voor ik begon met demonstreren dacht ik bij verhalen over politiegeweld dat het allemaal zo erg niet was. Maar agenten die geweld gebruiken tegen vreedzame demonstranten komen ermee weg, omdat ze het simpelweg ontkennen en er geen manier is om hen te identificeren. Dat heb ik bij mijn eigen klachtprocedure ervaren, wat de impact van wat er was gebeurd meer dan verdubbelde. In een democratische rechtsstaat moet de macht controleerbaar zijn en ik vind het heftig te zien dat dat door het gebrek aan dienstnummers onmogelijk wordt gemaakt. Dat is beangstigend en een gevaar voor de rechtsstaat.”
Effectieve klachtenprocedure
Demonstranten van XR en andere bewegingen zeggen veel ervaring te hebben met buitensporig politiegeweld.[2] Daartegen wordt nauwelijks tegen opgetreden. Een van de oorzaken is dat van de verantwoordelijke agenten de identiteit niet kan worden achterhaald.
Dit probleem werd op 16 april 2026 bevestigd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een beklagzaak van een demonstrant van XR.[1] Tijdens een vreedzame demonstratie in Den Haag in 2023 werd de arm van deze demonstrant gebroken door een agent. Hoewel er voldoende bewijs was, kon het OM de verantwoordelijke agent niet vervolgen omdat diens identiteit niet kon worden vastgesteld. Het hof overwoog uitdrukkelijk dat het ontbreken van zichtbare identificatietekens een belemmering vormde voor het onderzoek.
Ook in een geval van een demonstratie van XR in Rotterdam in 2025 bleef de identiteit van de verantwoordelijke agent onbekend. Een demonstrant werd op haar hoofd geslagen met een wapenstok en liep een hersenschudding op.[1] In een ander voorbeeld is een demonstratie in Zeist in 2023, waarbij demonstrant Rozemarijn van ’t Einde het slachtoffer werd. De Nationale Ombudsman oordeelde haar klachten gegrond, maar de verantwoordelijke agent bleef onbekend.
Schending mensenrechten
Nederland loopt volgens XR in dit opzicht achter op veel andere landen. Zo dragen in Denemarken alle agenten in uniform al sinds 2016 een uniek identificatienummer, ingevoerd op initiatief van het Deense Ministerie van Justitie in samenwerking met onder andere de politieautoriteiten. Ook in onder andere België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, sommige deelstaten van Duitsland en Tsjechië bestaat een plicht voor de politie om zichtbaar een naamplaatje of individueel identificatienummer te dragen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft meermaals geoordeeld dat het ontbreken van identificatietekens effectief onderzoek naar politiegeweld belemmert. Dit is in strijd met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en daarmee in strijd met de mensenrechten. Staten zijn verplicht te zorgen voor onafhankelijk en effectief onderzoek naar politiegeweld. Als de verantwoordelijke agenten niet geïdentificeerd kunnen worden ontstaat er feitelijke straffeloosheid voor deze agenten.
Daar komt bij dat het gebruik van zichtbare identificatietekens juist ook op grond van het demonstratierecht moet worden gewaarborgd. Zowel uit het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten[3] als het Aarhus-verdrag[4] volgt dat agenten in uniform altijd een duidelijk herkenbare vorm van identificatie moeten dragen. Kortom, Nederland heeft op grond van bindende verdragen een verplichting om te voorzien in zichtbare individuele identificatie van politieagenten, in ieder geval bij demonstraties.
Het gebruik van identificerende tekens is ook in het belang van de politie zelf. Als agenten gemakkelijk te identificeren zijn, verlopen klachtenprocedures eenvoudiger en sneller. Ook zullen agenten meer geneigd zijn om binnen de grenzen hun bevoegdheden te blijven, wat het aantal klachten aanzienlijk kan verminderen.


Geef een reactie