Soms spreekt de diepte van ons bewustzijn in beelden die eenvoudiger lijken dan ze zijn. Een droom kan dan fungeren als een venster op een werkelijkheid die zich niet gemakkelijk in begrippen laat vangen. Dit artikel is een nadere uitwerking van zo’n droom, waarin een wijze meester sprak over: vorm en leegte, en het samenvallen van tegenstellingen.
Wat zich daarin aandient, raakt aan een diepe laag waarin verschillende mystieke tradities elkaar bijna naadloos ontmoeten. Het betreft niet zomaar een gedachteconstructie, maar een ervaringstaal: een poging van het bewustzijn om iets te verwoorden dat voorafgaat aan onderscheid.
De woorden vorm is leegte, afkomstig uit de Hartsoetra, lijken op het eerste gezicht paradoxaal. Hoe kan vorm – dat wat zichtbaar en tastbaar is – leegte zijn? En hoe kan leegte – dat wat geen vorm heeft – zelf vorm zijn? Toch wijst deze uitspraak niet op een tegenstelling, maar juist op het doorzien ervan. Vorm en leegte blijken geen twee afzonderlijke werkelijkheden te zijn, maar twee manieren om naar dezelfde werkelijkheid te kijken.
In de droom wordt dit inzicht verduidelijkt door te wijzen op de onderlinge afhankelijkheid van tegenstellingen. Wanneer wij spreken over goed, roepen wij tegelijk het begrip slecht op. Licht veronderstelt donker. Elk begrip krijgt betekenis door zijn tegendeel. In die zin bestaat er geen enkel begrip dat op zichzelf staat. Het denken beweegt zich altijd binnen een veld van polariteiten.
Dit inzicht is niet nieuw. De vijftiende-eeuwse denker Nicolaas van Cusa sprak al over het samenvallen van tegenstellingen (coincidentia oppositorum). Voor hem lag de waarheid niet in een van de polen, maar in een werkelijkheid waarin deze tegenstellingen hun scheiding verliezen.
De droom voegt echter nog een dimensie toe. Er wordt gesproken over vorm, leegte, en vorm-en-leegte. Dit lijkt op een driedeling, maar bij nader inzien gaat het niet om drie afzonderlijke elementen. De derde term is geen toevoeging, maar een verschuiving in inzicht: het moment waarop de tweedeling zelf wordt doorzien.
Vorm en leegte als afzonderlijke begrippen behoren tot het domein van het denken. Het inzicht dat vorm leegte is en leegte vorm, overstijgt dit domein. Het wijst naar een grond waarin beide begrippen verschijnen, zonder dat zij daar nog als gescheiden worden ervaren. Deze grond kan niet eenvoudig als een derde naast de twee worden geplaatst. Zij is eerder de open ruimte waarin het onderscheid tussen de twee ontstaat en weer oplost.
In meditatie of stille aandacht kan soms iets van deze openheid oplichten. Het onderscheid tussen waarnemer en waargenomene verzacht, en wat eerst als tegengesteld werd ervaren, blijkt deel uit te maken van één ononderbroken geheel. Het is geen conceptueel begrijpen, maar een direct zien.
Een beeld dat hierbij kan helpen is dat van een munt. Een munt heeft twee zijden, maar vormt één geheel. Toch is zelfs dit beeld beperkt. Want ook het idee van een munt verschijnt binnen het bewustzijn. De aandacht verschuift dan van het object zelf naar de ruimte waarin het wordt waargenomen en benoemd.
Wat overblijft is een openheid die zich niet laat vastleggen. In deze openheid verliezen tegenstellingen hun scherpte. Goed en kwaad, licht en donker, vorm en leegte blijken geen vaststaande entiteiten te zijn, maar dynamische verschijningsvormen binnen een ondeelbaar geheel.
Dit inzicht blijft niet beperkt tot een abstracte beschouwing. In het dagelijks leven kan het doorwerken in de manier waarop wij omgaan met verschillen en tegenstellingen. Waar eerst een scherpe scheiding werd ervaren, kan ruimte ontstaan, een zachtere blik, waarin minder behoefte is om vast te houden aan één kant.
Het spreken over eenheid is uiteindelijk een hulpmiddel. Het wijst, maar het is niet dat waarnaar het wijst. In de directe ervaring kan zelfs het onderscheid tussen één en twee verdwijnen. Wat resteert is een stille helderheid waarin alles verschijnt zoals het is, zonder scheiding.
van Wijsheid in mystiek perspectief.


Geef een reactie