Vrede is geen afwezigheid van oorlog, maar een deugd die voorkomt uit durf
Investeren in wapens betekent eigenlijk investeren in oorlog, en de enige winnaar van oorlog is de wapenindustrie. Wapenbeurzen en massa-evenementen zoals BEDEX en NIDV Exhibition for Defence and Security (NEDS), de eerste met een gala gesponsord door ING en Theo Francken (minister van Defensie België) en Bart De Wever (premier van België) als eregasten, zal de levensgevaarlijke verwevenheid tussen politiek en de oorlogsindustrie alleen maar versterken.
Laten we daarmee durven stoppen!
De wapenindustrie draait zo goed als volledig op overheidsgeld en kan niet overleven zonder. Dat belastinggeld komt van domeinen die daadwerkelijk dienen voor de gezamenlijke veiligheid en onze welvaart: huisvesting, cultuur, onderwijs, welzijn en gezondheidszorg, klimaat en ontwikkelingssamenwerking. Los van de vragen die we kunnen stellen over de zin en onzin van een wapenwedloop in een wereld met massavernietigingswapens, zijn burgers niet gebaat bij een oorlogseconomie. Integendeel, burgers willen een goed dak boven hun hoofd, willen voedsel en andere basisbehoeften tegen betaalbare prijzen kunnen kopen in een winkel, willen vrij van angst leven en gezellig met elkaar kunnen kletsen, thuis of in het dorpshuis.
Durven Kiezen voor Vrede
Een verhaal over moed, menselijkheid en het herverdelen van onze prioriteiten
Een wereld op een kruispunt – jouw blik op veiligheid
Stel jezelf eens voor: je wordt wakker in een wereld waarin technologie ons verbindt, wetenschap geneest en communicatie bruggen slaat tussen mensen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten. Toch merk je dat er tegelijkertijd iets schuurt. Terwijl we vooruitgang boeken, groeit de wapenindustrie en stijgen defensiebudgetten. We staan niet alleen op het punt waar alles mogelijk lijkt, maar ook waar onzekerheid gretig wordt gevoed door angst en bewapening.
Wat betekent veiligheid eigenlijk voor jou? Is het bescherming tegen externe dreigingen, zoals grensconflicten, terrorisme of cyberaanvallen? Of zie je veiligheid als het waarborgen van sociale rechtvaardigheid, toegang tot zorg, voldoende huisvesting en de vrijheid om zonder angst en uitsluiting te leven? Misschien denk je aan die buurvrouw die zich veilig voelt omdat ze weet dat haar wijk samenkomt wanneer het nodig is. Of aan iemand die pas echt gerust is als er voldoende politie op straat loopt.
Denk eens terug aan een moment waarop jij je veilig voelde. Was dat in een warm huis, omringd door familie? Of juist toen je wist dat er duidelijke regels en bescherming waren? Misschien herinner je een situatie waarin het niet ging om wapens, maar om een hand op je schouder en woorden van geruststelling. Wat is voor jou de essentie van veiligheid? Bestaat die uit muren en sloten, of uit vertrouwen en verbondenheid?
Op dit kruispunt van vooruitgang en onzekerheid nodig ik je uit om te reflecteren: welke vorm van veiligheid wens jij voor jezelf, je familie, je buurt, en voor de wereld? Is het alleen het afwenden van dreigingen, of juist het samen bouwen aan een samenleving waarin welzijn, respect en rechtvaardigheid centraal staan? Durf je te kiezen voor een visie die verder gaat dan de angst voor het onbekende, en ruimte maakt voor hoop en verbinding?
Ik nodig je uit om die vragen niet alleen met je hoofd te beantwoorden, maar ook met je hart. Want veiligheid is meer dan een afwezigheid van gevaar – het is een gezamenlijke zoektocht naar menselijkheid, verbondenheid en moed om werkelijk te kiezen voor vrede.
Investeren in wapens is investeren in oorlog
Overheden investeren miljarden in wapensystemen en presenteren dit regelmatig als een bijdrage aan vrede. Toch zijn wapens niet bedoeld om stof te verzamelen: ze worden ontworpen voor daadwerkelijk gebruik. De logica van de industrie is glashelder — wapens zijn geen vredessymbolen, maar instrumenten die uiteindelijk ingezet zullen worden wanneer de situatie daarom vraagt.
Door te investeren in wapens, investeren we in de mogelijkheid, en soms zelfs in de waarschijnlijkheid, van oorlog. De wapenindustrie groeit immers bij conflicten. Economisch gezien is er belang bij het voortduren van spanningen: hoe groter de dreiging, hoe meer er geïnvesteerd wordt en hoe meer de industrie floreert. Dit creëert een markt waarin conflicten niet als gevaar worden beschouwd, maar als zakelijke kansen.
Het betekent niet dat de mensen die in deze sector werken per definitie slechte bedoelingen hebben. Veel werknemers doen hun werk binnen het systeem van economische prikkels. Maar het systeem zelf zorgt ervoor dat bewapening als vanzelfsprekend wordt gezien, terwijl ontwapening juist economisch onaantrekkelijk is. Dit leidt tot een situatie waarin het aanjagen van oorlogseconomie ten koste gaat van investeringen in domeinen die werkelijk bijdragen aan veiligheid en welzijn, zoals huisvesting, cultuur, onderwijs en zorg.
De enige winnaar van oorlog
Oorlog kent vele verliezers: burgers die hun huizen verliezen, jongeren die hun toekomst verliezen, samenlevingen die vertrouwen verliezen.
De enige structurele winnaar van oorlog is de wapenindustrie.
Terwijl steden in puin liggen en gezinnen rouwen, stijgen aandelenkoersen van defensiebedrijven. Productielijnen draaien op volle toeren. Nieuwe contracten worden ondertekend. Elke escalatie betekent nieuwe bestellingen.
Dat is geen complot, maar een economisch mechanisme. Een markt die groeit bij conflict zal conflicten nooit als existentiële bedreiging ervaren, maar als zakelijke opportuniteit.
De verleiding van wapenbeurzen
Wapenbeurzen presenteren zich als neutrale netwerkevenementen. Innovatie, technologie, internationale samenwerking — dat zijn de woorden die klinken in conferentiezalen.
Neem bijvoorbeeld BEDEX of de NIDV Exhibition for Defence and Security (NEDS). Dit zijn massa-evenementen waar producenten, beleidsmakers en militaire vertegenwoordigers elkaar ontmoeten.
Wanneer zulke evenementen worden opgeluisterd met gala’s, gesponsord door financiële instellingen zoals ING, en wanneer prominente politici zoals Theo Francken en Bart De Wever als eregasten optreden, ontstaat een symboliek die verder gaat dan louter economische samenwerking.
Het toont hoe nauw politiek, financiën en defensie-industrie met elkaar verweven kunnen raken.
Politiek en industrie: een gevaarlijke verwevenheid
Democratie veronderstelt dat politieke beslissingen het algemeen belang dienen. Maar wanneer een sector grotendeels afhankelijk is van overheidsgeld, ontstaat een wederzijdse afhankelijkheid.
De wapenindustrie draait zo goed als volledig op publieke middelen. Zonder overheidscontracten kan ze niet overleven. Dat betekent dat belastinggeld — geld van burgers — rechtstreeks de productie van wapens financiert.
Wanneer politici tegelijk beleidsmaker, pleitbezorger en promotor van diezelfde industrie worden, vervaagt de grens tussen publieke verantwoordelijkheid en private belangen.
Dat is geen beschuldiging aan individuen, maar een oproep tot waakzaamheid tegenover structuren die belangen vermengen.
Wat kost een oorlogseconomie ons écht?
Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven.
Miljarden die naar bewapening gaan, kunnen niet tegelijk worden geïnvesteerd in:
- betaalbare huisvesting
- cultuur en gemeenschapsvorming
- onderwijs
- welzijn en gezondheidszorg
- klimaatbeleid
- ontwikkelingssamenwerking
Dat zijn domeinen die daadwerkelijk bijdragen aan menselijke veiligheid en welvaart.
Los van de fundamentele vragen over de zin en onzin van een wapenwedloop in een wereld met massavernietigingswapens, is één ding duidelijk: burgers zijn niet gebaat bij een oorlogseconomie.
Een oorlogseconomie normaliseert permanente dreiging. Ze legitimeert wantrouwen. Ze maakt conflict tot een structureel verdienmodel.
Wat burgers werkelijk willen
Wat willen mensen écht?
Een goed dak boven hun hoofd.
Voedsel tegen betaalbare prijzen.
Toegang tot zorg wanneer ze ziek zijn.
Onderwijs voor hun kinderen.
Een leefbare planeet.
Vrij zijn van angst.
Gezellig kunnen praten, thuis of in het dorpshuis.
Dit zijn geen utopische verlangens. Het zijn basisbehoeften.
Veiligheid is niet alleen bescherming tegen een externe vijand. Veiligheid is ook sociale zekerheid, betaalbare energie, stabiele gemeenschappen en vertrouwen in elkaar.
Veiligheid heruitgevonden
Wat als we veiligheid anders definiëren?
Niet als militaire superioriteit, maar als menselijke waardigheid.
Echte veiligheid ontstaat wanneer ongelijkheid afneemt, wanneer diplomatie sterker wordt dan dreiging, wanneer internationale samenwerking gericht is op conflictpreventie in plaats van escalatie.
Investeren in vrede betekent investeren in dialoog, onderwijs, armoedebestrijding, klimaatactie en rechtvaardige economische structuren.
De kracht van burgerlijke moed
Verandering begint niet alleen in parlementen, maar ook in woonkamers.
Burgers hebben meer invloed dan ze soms denken:
- door kritische vragen te stellen
- door transparantie te eisen
- door te stemmen
- door vreedzaam te organiseren
- door alternatieven zichtbaar te maken
De geschiedenis leert dat maatschappelijke verschuivingen vaak beginnen bij mensen die durven zeggen: dit kan anders.
Laten we daarmee durven stoppen
Het is tijd om een ongemakkelijke waarheid onder ogen te zien: investeren in wapens betekent investeren in oorlog.
En als de enige structurele winnaar van oorlog de wapenindustrie is, dan moeten we ons afvragen of dat het soort economie is dat we willen voeden.
Durven stoppen betekent:
- her-prioriteren van publieke middelen
- transparantie rond de verwevenheid van politiek en defensie-industrie
- investeren in menselijke veiligheid
- kiezen voor diplomatie en preventie
Vrede is geen naïef ideaal. Het is een politieke en economische keuze.
De vraag is niet of we ons vrede kunnen veroorloven.
De vraag is of we ons oorlog kunnen blijven veroorloven.
Laten we daarmee durven stoppen.


Geef een reactie