Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Het boeddhisme heeft vooral in Azië veel invloed op daar heersende culturen en het heeft daar ook grote invloed op de ontwikkeling van individuele mensen in de maatschappij, ongeacht of ze zichzelf ‘boeddhist’ vinden of niet. En tegenwoordig begint het boeddhisme invloed uit te oefenen op de Nederlandse cultuur en de ontwikkeling van individuen in de Nederlandse maatschappij. Reden genoeg voor het Boeddhistisch Dagblad om in een reeks artikelen aandacht aan antropologie te besteden.
Kolonialisme
Nederland heeft meerdere koloniën gehad, denk maar aan Nederlands-Indië, Zuid-Afrika, de Antillen en Suriname. Minder bekend zijn: Ceylon en New York. Dit koloniale verleden heeft sterke invloed op de inrichting van de samenleving en het handelen en denken van Nederlanders. Tot op de dag van vandaag.
Vroeger bestond kolonisatie voornamelijk uit het met geweld veroveren van een gebied om er daarna controle over uit te oefenen, bijvoorbeeld door er soldaten te stationeren, of door burgers uit het koloniserend land – het moederland! – aan te moedigen zich in de kolonie te vestigen. Het ging de kolonisator om een, twee of zelfs alle drie van de volgende zaken: gewin, prestige en strategische posities . Zo werd Nederland er economisch beslist niet slechter van dat het macht uitoefende in wat nu Indonesië heet, of Suriname. De oorspronkelijke bewoners van de kolonie hadden weinig tot niets in te brengen, en trokken op allerlei gebied aan het kortste eind. Door hun taal en cultuur als minderwaardig te bestempelen en soms zelfs te verbieden, verwierf, behield en verstevigde de kolonisator de eigen macht. Moderne kolonisatoren hebben dezelfde motieven. Ontkennen heeft geen zin. Doen of je neus bloedt helpt niet, net zo mij als een mooi verhaal ophangen onder de mom van ‘bevrijding’ of ‘herstellen van historische grenzen’. Helaas denken de kolonisatoren daar zelf doorgaans heel anders over.
Kolonisatie richt vaak schade aan aan de cultuur en de identiteit van de inheemse bevolking. (Vroeger: onder meer Indianen, Zoeloes, Javanen; tegenwoordig: onder meer Oeigoeren, Tibetanen, Palestijnen). Dat wijst onderzoek ook uit. In 2022 stelde koning Willem Alexander een onderzoek in naar het koloniale verleden van Nederland.
Door kolonisatie veroorzaakte schade is op verschillende manieren enigszins te herstellen, om te beginnen met het oprecht aanbieden van excuses op hoog niveau, zoals de koning in 2020 deed richting Indonesië. Een andere manier om schade te herstellen bestaat uit het teruggeven van naar Nederland gehaalde kunst-, archeologische- en voor de bevolking sacrale voorwerpen. Denk aan beelden, stoffelijke resten of tempelvoorwerpen. In het koloniale verleden veroorzaakte schade is soms ook door het sluiten van verdragen te herstellen: denk aan verdragen voor herbebossing, aanleg van havens, bescherming van kwetsbare kustgebieden met dijken, hulp bij het verbeteren van infrastructuur… Belangrijk daarbij is het benadrukken van de autonomie en de cultuur – vooral de normen en waarden – van het ‘ontvangende’ land en haar bevolking. En tenslotte kunnen zelfs protesten tegen en herwaardering van personen en gebeurtenissen een niet te onderschatten rol spelen. Denk aan: Michiel de Ruyter en Piet Hein (vanwege betrokkenheid bij slavenhandel). In Amerika werd onder meer een beeld van Columbus van zijn sokkel getrokken. En bepaalde groeperingen vonden het zelfs noodzakelijk bepaalde literatuur te verbannen, waaronder boeken van Mark Twain (Tom Sawyer). Je kunt je de vraag stellen of dat niet te ver gaat, want je kunt onze huidige waarden en normen niet zomaar ineens geldig verklaren voor het verleden. Omgekeerd kan dat natuurlijk ook niet: waarden en normen uit het verleden kun je niet zonder meer in het heden laten gelden. Waar blijft het ‘voortschrijdend inzicht’ dan? Mensen die teksten, gebeurtenissen en personen, inclusief hun doen en laten, uit hun context halen, vernietigen cultuur Inplaats van deze te versterken of te bewaren.
Veranderende inzichten ten opzichte ons (koloniaal) verleden hebben zeker geleid tot veranderingen in taalgebruik. Een voorbeeld: Mijn grootouders lazen mij en mijn broertjes voor uit ‘Het Groote Negerboek’ (geschreven door Willy Schermelé) Dit boek mag je vandaag de dag zonder meer als hartstikke fout betitelen. Het woord ‘neger’ is min of meer tot taboe-woord verklaard, en de ‘negerzoen’ is ongeveer twee jaar geleden door de fabrikant omgedoopt tot ‘Buys-zoen’. Het betreft een met chocolade overgoten bol gebakje dat is gevuld met geklopt eiwit.
Menigeen staat er trouwens geen seconde bij stil dat ‘De Nederlander’ niet eens bestaat. (Toen onze huidige koningin Maxima dat ooit eens zei, was ons land bijkans te klein! Maar ze had m.i. wel gelijk). Nederland is een construct. Nederlanders zijn een mengelmoes van Kaninefaaten, Bataven, Kelten, Romeinen en vele andere bevolkingsgroepen. Iedereen die in de eigen historie gaat wroeten, zal daar hoogstwaarschijnlijk ‘import’ in tegenkomen: uit Frankrijk, Duitsland, Rusland, en van waar al niet. Iedereen die Nederland terug wil geven aan de Nederlanders, wil dus een construct aan een stelletje mensen van volstrekt onbestemde komaf geven. Aan bastaards! Ik noem die bastaards gewoon: mensen van vlees en bloed die in wezen niet verschillen van alle andere mensen van vlees en bloed waar ook ter wereld.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie