Elsbeth Wolf: ‘De eerste keer dat ik als vrijwilliger de gevangenis van Krimpen aan de IJssel binnenkwam tien jaar geleden, zal ik nooit vergeten. Mijn werk bestond eruit om van de stilteruimte een zendo te maken. Ik legde de matten en kussens neer, zette het bronzen boeddhabeeld en de bloemen en takken klaar, maakte thee en heette de mannen welkom bij binnenkomst en na afloop van de meditatie was er ruimte voor een gesprek voor wie dat wilde. De stilteruimte grensde aan de luchtplaats, een grote binnenplaats binnen de muren van de gevangenis. Eén kant van die stilteruimte bestond uit ramen. Een meter of vijf verwijderd van het raam stond een eenzame boom. Welk jaargetijde het ook was, de boom stond er altijd even miezerig als ontredderd bij. Op het grasveld na, was de boom het enige levende wezen op het hele terrein. Hij had het zichtbaar moeilijk, miste soortgenoten!’

