Jouw wezen is het lichaam van de Boeddha. ‘De fonkelende edelsteen ligt in je hand’ is een bekend zen- gezegde. Het symboliseert dat je ware natuur er altijd al is. Hakuin vat het kernachtig samen. Die eerste regel “Alle levende wezens zijn van nature Boeddha’s” is geen poëtische overdrijving, maar het is een stelling, een axioma. Als we dat als ‘waar’ aannemen, dan volgt daaruit dat onze beoefening geen ‘worden’ is, maar gaat het om het ‘herkennen’ van onze ware natuur. Want we zijn al Boeddha’s en in de handeling komt de expressie van onze ware natuur vanzelf tot uitdrukking.

