We zaten met z’n tienen in een pannenkoekenschip aan een lange tafel. We wachten op de pannenkoeken. Ondertussen kakelde iedereen als een kip zonder kop. Het was een kakofonie, of beter gezegd: een klereherrie. Ik kan daar slecht tegen.
gesprekjes
Gesprekjes: Zeuren
“Weet je,” zegt buurman. “Ze zeuren altijd. Dit zijn huurhuizen. Dat betekent dat de huizen niet van de mensen zijn die erin wonen, maar van de verhuurder. Als ie niks doet, beginnen de huurders te zeuren dat ie niks doet en als ie wel wat doet zeuren ze dat ie wat doet. Het is nooit goed of het deugt niet.”
Gesprekjes: Gelul
“Jij lult ook maar wat …” zei een goede kennis laatst tegen mij. “Ik neem jou niet meer serieus!”
Gesprekjes: Stel je voor
“Hoezo stom?” bromt de man links van mij. “Wil je beweren dat octopussen intelligenter zijn dan wij?” De anderen vallen hem bij. Het is nu ineens één tegen vier. Ik haal diep adem en zeg dan: ”Dat heb je mij niet horen zeggen. Ik zei dat octopussen zeker niet zo stom zullen zijn als wij en ik hoop van ganser harte dat ik daarin gelijk heb. Vergeet niet dat er geen tijdsbestek is genoemd! Wij mensen komen eigenlijk pas een paar honderdduizend jaar als soort voor en verkloten in no-time de hele wereld met onze geweldig vernietigende intelligentie. Dinosaurussen hebben miljoenen jaren geleefd, en hebben de aarde ongeschonden voor ons achtergelaten. Met hun mini breintjes waren ze intelligent genoeg om geen schade aan te richten. En aan die meteoor die alles op zijn kop zette konden zij niks doen. Na ons kunnen octopussen er – wie weet – weer miljoenen jaren over doen om over de aarde te heersen, zonder haar kapot te maken. Of dolfijnen …”
Gesprekjes: Waartoe zijn wij op aarde?
“Alles en iedereen gaat een keertje dood,” zegt de jongeman opgewekt. “Vroeg of laat, jong of oud… groot of klein… maakt allemaal niks uit.”
Gesprekjes: Afval
“Zal ik het even voor u doen?” vraag ik het kleine mensje in haar scootmobiel. Ze probeert een zakje GFT-afval in de klep van een ondergrondse container te deponeren. Dat lukt niet echt, want de klep zit voor haar veel te hoog. Ik neem het groene zakje bio-plastic-(afbreekbare)-zakje in ontvangst open de klep en …klaar.
“Precies wat ik al tegen die lui heb gezegd toen ze hem plaatsten…”, bromt een man die aan is komen lopen. “Ik snap ook nog steeds niet waarom die oude container vervanger moest worden. Dit kan alleen maar door een idioot achter een bureau zijn bedacht.”
Gesprekjes -geen licht
Het was nauwelijks een gesprek te noemen. Eerlijk? Het begin was gewoon geen gesprek maar een ordinaire scheldpartij! Over en weer. Ik deed er hartstochtelijk aan mee, want ik was geschrokken en na de eerste schrik eigenlijk ook behoorlijk woest. Niet goed te praten, ik weet het, ik zou gewoon onbewogen kalm moeten blijven en onverstoorbaar verder moeten gaan met waar ik mee bezig was: naar huis fietsen met mijn nieuwe hondje achter mij in zijn eigen aanhangertje. Wat was het geval?
Gesprekjes: eerlijk?
Volgens mijn dochter ben ik niet consequent, en daar geef ik haar gelijk in. En ik ben ook niet altijd eerlijk, en dat kan ik eveneens alleen maar bevestigen. Als ik dat doe, dat gelijk geven en bevestigen, krijg ik te horen dat ik haar niet serieus neem en als ik dat tenslotte niet ontken, wordt ze boos.
Gesprekjes: frisdrank
Het gebeurt steeds vaker dat ik werkelijk waar niet meer weet wat ik wel of niet kan geloven. Soms ligt het ‘ware’ er zo dik bovenop dat ik eraan twijfel omdat er mijns inziens waarheid zit in de uitspraak ‘als iets te mooi is om waar te zijn, is het vaak helemaal niet waar’. (Deze zin heb ik na het schrijven ervan zelf nog een paar keer overgelezen). Daarom ga ik ook nooit in op winkelaanbiedingen, omdat ze – zo blijkt steevast achteraf – meestal meer kosten dan je dacht.
Gesprekjes: homo homini lupus
Ik besloot mij tot de schapen te wenden. “En wat willen jullie later worden?” vroeg ik ze. “Of wat hopen jullie dat jullie kindertjes zullen worden? Kebab? Shoarma? Sjasliek? Of liever gewoon hondenvoer? En je hoeft er niets voor te doen hoor. Gewoon lekker gras blijven eten. In weer en wind. Als je aan de beurt bent halen ze je gewoon op en brengen ze je naar het slachthuis… Wisten jullie dat er alleen dit jaar al meer dan zeshonderdduizend van jullie tot consumptieartikel zijn gepromoveerd?”
Gesprekjes: eenden
Vanaf de oever, verscholen achter de wilgen, volg ik drie op het kalme water dobberende eenden. Ineens voel ik een hand op mijn schouder. Ik kijk om. Daar staat een inmiddels vertrouwd figuur. Wij ontmoeten elkaar regelmatig tijdens onze ochtendwandelingen.
Gesprekjes: Knuffeltjes-asiel
Het was een sombere novemberdag, maar het regende niet. Nog niet in ieder geval. Ik had voor de zekerheid wel een regenbroek in de fietstas gestopt. Langs het fietspad stonden twee jongetjes en een meisje achter een tafeltje. Op het tafeltje: twee teddyberen, allebei donkerbruin en de een ietsje groter dan de ander. De jongetjes keken nog somberder dan het weer. Het meisje speelde met haar vlechtjes. Ik remde en stond precies voor het stel stil.








