Gefascineerd door alles wat ver en boeddhistisch is, reist Inge van Sombrië naar Tibet. Haar dagboek puilt uit van de onvergetelijke indrukken: monniken, kloosters, yakboterthee, de geur van boterkaarsjes en wierook – het vreemde land versiert haar volledig. Het blijkt geen eenmalige vakantieliefde te zijn. Na een tweede keer Tibet volgen reizen naar Bhutan en Ladakh, ook hoog in de Himalaya. Later komen daar nog het onbekende oosten van Tibet, Nepal, Myanmar en Sri Lanka bij.

